Ontwikkelaar Prologis maakte een nieuw distributiecentrum van 45.000 m² in het Limburgse Sevenum op maat voor de exploitant, het Deense Søstrene Grene. Er was een intensieve samenwerking nodig om de kwaliteit en duurzaamheid die beide partijen na te streven te vertalen in het gebouw, iets wat in twee jaar lukte.
Het Deense retailbedrijf Søstrene Grene werd in 1973 opgericht door de zussen Grene. Wat begon met een winkel in Aarhus is nu een netwerk van ruim 400 winkels in Europa, waarvan zo’n twintig in Nederland. De komende jaren wil het bedrijf de stap naar 500 locaties zetten en ook voor daarna zijn er groeiambities, zowel qua aantal locaties als nieuwe landenmarkten. Het distributiecentrum in Sevenum, op de grens met de gemeente Venlo, speelt een cruciale rol in het realiseren van die groeiambitie. Tot voor kort deed Søstrene Grene de gehele logistiek namelijk vanuit haar logistieke hub van 28.000 m² in het Deense Aarhus. Het door Prologis ontwikkelde en in hoge mate geautomatiseerde DC op Nederlandse bodem voegt daar 45.375 m² aan toe, met een vrije hoogte van ruim 12 meter. Het gebouw staat op een perceel met een totale oppervlakte van net geen 72.000 m².
De locatie in Sevenum brengt de producten fysiek een stuk dichter bij veel winkels en online klanten in grote delen van Europa. In combinatie met het duurzame gebouw moet dat de ecologische voetafdruk van het concern verkleinen. Ook is het eigen logistieke netwerk met deze stap flexibeler geworden. En met de capaciteit die het bedrijf nu heeft, is meer groei in de toekomst mogelijk.
Bijzonder project
Gina Helmold is vice-president en hoofd Capital Deployment Benelux bij Prologis, de ontwikkelaar en eigenaar van het gebouw dat eind april officieel werd geopend. Dit bedrijf hakt op dagelijkse basis met het bijltje van grootschalig industrieel vastgoed, maar toch spreekt Helmold van een bijzonder project als het gaat om de nieuwste aanwinst op Prologis Park Venlo. ‘Het is geen standaard gebouw, we hebben het echt op maat ontwikkeld om alle klantwensen in te vullen. Omdat Prologis en Søstrene Grene allebei hoge eisen stellen aan kwaliteit en duurzaamheid hebben we daar met elkaar echt grote stappen in kunnen zetten. Je kunt wel een hoogwaardig en duurzaam distributiecentrum bouwen, maar vervolgens moet het ook echt op die manier worden gebruikt om de mogelijkheden ervan benutten. Dat doet Søstrene Grene gelukkig ook.’
Van buiten hetzelfde, van binnen verschillen
Dat maatwerk is onder meer terug te zien in het ontwerp van het gebouw. Het is onderverdeeld in grote ruimtes met elk hun eigen functie. Bevoorrading van de winkels en e-commerce zijn dus van elkaar gescheiden. Maar er is meer, legt een medewerker van Prologis uit. ‘Van buiten ziet het gebouw er net zo uit als veel andere distributiecentra in dit gebied. Maar er zijn toch veel verschillen, omdat we veel details anders hebben ingevuld om aan de wensen van de gebruiker te kunnen voldoen. Zo is de straalconstructie ontworpen om ooit weer te kunnen worden gedemonteerd en hergebruikt. Verder is er bewust gekozen voor het toepassen van een coating die bijdraagt aan een lagere CO2-uitstoot van het gebouw. En ook de vloeren zijn anders dan in andere distributiecentra.’
Die vloeren moeten uiteraard aan de nodige criteria voldoen die samenhangen met het gebruik van het gebouw. Desondanks is het gelukt om ze dunner en dus met aanzienlijk minder materiaal te maken dan gebruikelijk is in zulke distributiecentra. En dat draagt weer bij aan de totale klimaatimpact tijdens de bouw en de exploitatie van het pand.
Minder verpakkingen
Dat laatste komt ook in andere aspecten van het gebouw terug. Daarbij kan worden gedacht aan het toekomstige hergebruik van materialen die zijn gebruikt bij de bouw. Van de energie die de vele zonnepanelen op het dak leveren, gebruikt Søstrene Grene ongeveer een vijfde voor de eigen werkzaamheden; de rest wordt teruggeleverd aan het net. Verder zijn er oplossingen in de operatie toegepast die het gebruik van verpakkingen tot een minimum moeten beperken.
Qua duurzaamheid is dermate hoog ingezet dat een Breeam Excellent-certificering in de lijn der verwachting ligt, net als een Well Gold-keurmerk voor werknemerswelzijn. Het distributiecentrum is bovendien voorzien van tussenvloeren, palletsystemen en brede gangen die ruimte bieden aan de groei die de exploitant nastreeft, zowel op de middellange als de langere termijn.
Van elkaar afhankelijk
Het soepel invullen van al die specifieke wensen en ambities vroeg volgens Helmold een zeer intensieve werkwijze, met veel overleg en afstemming tussen met name Prologis, Søstrene Grene en de gemeente Horst aan de Maas. ‘Zowel bij Prologis als bij Søstrene Grene staan kwaliteit en duurzaamheid hoog in het vaandel. Voor dit project werden daar dan ook hoge eisen aan gesteld. De vele stappen die we daarvoor moesten zetten, hangen onderling vaak met elkaar samen. En je bent van elkaar afhankelijk om vooruitgang te boeken. Daarom hebben we een heel duidelijke planning aangehouden voor wanneer welke beslissingen genomen moesten worden. Onze gedeelde ambities en visie hebben er sterk aan bijgedragen dat we het hele traject, van eerste gesprek tot ingebruikname van het distributiecentrum, in twee jaar hebben doorlopen.’
Ook de samenwerking met de gemeente Horst aan de Maas, waar Sevenum toe behoort, is door Prologis en Søstrene Grene als zeer goed ervaren. ‘Zij waren enthousiast over de komst van dit distributiecentrum. En het heeft zeker bijgedragen aan het soepele proces dat het perceel waarop dit gebouw staat al een industriële bestemming had’, aldus Helmold.
Oude fabrieken herontwikkelen
De ontwikkeling en exploitatie van logistiek vastgoed in Nederland heeft in algemene zin met de nodige uitdagingen te maken. Lang niet overal zitten gemeentes en inwoners te wachten op de verdere verdozing van het landschap, en de beschikbare grond is schaars. Toch ziet Gina Helmold namens Prologis de toekomst met vertrouwen tegemoet.
‘Logistiek is en blijft een extreem belangrijk onderdeel van onze samenleving en economie. Wat je ook in huis hebt of gebruikt: zonder logistiek werkt de supply chain niet en kun je niet over die producten beschikken. Bovendien wordt het belang van e-commerce steeds groter en dat vraagt om meer warehouse-capaciteit. Daardoor blijven nieuwe ontwikkelingen nodig, net als het herontwikkelen van bestaand logistiek vastgoed. We kijken bijvoorbeeld naar oude fabrieken die een tweede leven kunnen krijgen als duurzaam warehouse of distributiecentrum. Onlangs hebben we al zo’n fabrieksgebouw aangekocht om het te kunnen herontwikkelen.’
Gepubliceerd in PropertyNL Magazine nr. 5, 6, 29 mei 2026
