Elanor Boekholt-O’Sullivan wil de middenhuurregels van Hugo de Jonge verder afbreken en verdere uitponding voorkomen. Waar Mona Keijzer op verzet stuitte bij deze pogingen wil Boekholt-O’Sullivan doorzetten.
In een brief van maandag aan de Tweede Kamer zegt Boekholt-O’Sullivan met zoveel woorden dat ze wil toestaan dat soms hogere huren mogen worden gevraagd en daarnaast dat er meer flexibiliteit moet komen ten aanzien van tijdelijke contracten voor studentenwoningen. Wat de nieuwe minister wil voorkomen is het aanhoudende uitponden van met name particuliere huizenbezitters en onder meer terugval van de bouw van nieuwbouwwoningen.
Taskforce
De minister werkt met een Taskforce Versnelling woningbouw die ook streeft naar het verlagen van de overdrachtsbelasting voor verhuurders en de vennootschapsbelasting voor corporaties. Ook past het kabinet de Wet betaalbare huur aan, onder meer door de verlenging van de nieuwbouwopslag. Vanuit de Taskforce is er ook oog voor de financiële positie van corporaties op de lange termijn, zodat zij ook na 2035 woningen kunnen blijven bouwen en verduurzamen.
Meer ambtenaren
Daarvoor is geld nodig en dat is beschikbaar in de vorm van ondersteuning van gemeenten ten bedrage van € 287 mln. Daarnaast het hele proces van een woning ontwikkelen – wat nu gemiddeld tien jaar in beslag neemt – worden versneld. Op elke stap in dat proces is tijd te winnen. Zo kan door innovatie, digitalisering en standaardisatie de doorlooptijd van het ontwerp- en vergunningentraject worden gehalveerd van 8 naar 4 jaar. Daartoe is € 90 mln beschikbaar. Om de vergunningverlening te versnellen en problemen tegen te gaan die de bouw stilleggen of vertragen, stelt het kabinet tot en met 2029 € 156 mln beschikbaar om de uitvoeringskracht van provincies en gemeenten te versterken, dat wil zeggen: worden ambtenaren aangetrokken.
Woningen erbij
Om optoppen, ombouwen, splitsen en woningdelen te stimuleren trekt de minister voor de komende vier jaar € 41 mln uit en dit moet leiden tot jaarlijks 15.000 woningen erbij, bovenop de reguliere woningontwikkeling in de vorm van nieuwbouw. Het Rijk wil dit gedaan krijgen door wettelijke belemmeringen weg te nemen en overbodige regelgeving te schrappen.
Waar komen die woningen vandaan? Het kabinet zet stevig in op industriële woningbouw. Binnen vier jaar moet minimaal de helft van alle nieuwbouwwoningen fabrieksmatig worden gebouwd, in veelal Nederlandse fabrieken. Woningen worden daarbij in de fabriek voorgefabriceerd, in delen naar de kavel gereden en in een paar dagen afgemonteerd.
Eerste reacties
IVBN, die grote en institutionele beleggers vertegenwoordigt, gaf een reactie bij monde van Judith Norbart-ten Hoor, directeur van IVBN, vrij lauw: ‘Het is positief dat de minister het belang erkent van een groter middenhuursegment én de noodzaak tot verbetering van het investeringsklimaat voor alle investeerders. Maar échte, structurele verbetering van het investeringsklimaat blijft vooralsnog uit. Juist dát is bepalend voor nationaal en internationaal pensioenkapitaal en dus voor het sneller realiseren van veel meer nieuwe huurwoningen. IVBN is graag bereid om in aanloop naar de besluitvorming in augustus samen met de minister en de Kamer te werken aan meer perspectief voor woningzoekenden.’
VastgoedBelang, een organisatie die de belangen van particuliere verhuurders behartigt: ‘De versoepelingen aan de Wet betaalbare huur die minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening (VRO) Elanor Boekholt-O'Sullivan vandaag aankondigt zijn een kleine stap in de goede richting, maar bij lange na niet genoeg om de verkoopgolf van huurwoningen te stoppen. Dat blijkt uit een enquête van Vastgoed Belang onder 1109 verhuurders die op dit moment hun huurwoningen verkopen, of van plan zijn om dat te doen zodra huurders opzeggen. Uit het onderzoek blijkt dat de maatregelen de uitpondgolf met maximaal 6 procent zullen afremmen.
'Op de vraag of de in de Kamerbrief aangekondigde versoepelingen genoeg zijn om te stoppen met uitponden, geeft 79 procent van de ondervraagden aan dat daarvoor meer versoepelingen nodig zijn. 14 procent gaat hoe dan ook verder met verkopen, ongeacht van welke versoepelingen dan ook. Van de ondervraagden geeft 6 procent aan met de voorgenomen versoepelingen weer terug over te gaan op verhuren.’
