De bouw van ongeveer 1.700 woningen in Hengelo komt in gevaar als het Rijk niet investeert in de mobiliteitsmaatregelen voor de Spoorzone Hengelo-Enschede.
Voor de maatregelen is ruim € 90 mln nodig, maar over de financiering bestaat nog geen duidelijkheid. De Hengelose wethouder Mitchell Boers (Gebiedsontwikkeling Spoorzone Hengelo-Enschede) benadrukt in een interview met Stadszaken, dat woningbouwambities en mobiliteitsinvesteringen niet los van elkaar kunnen worden gezien. ‘Als de benodigde mobiliteitsmaatregelen niet doorgaan, kunnen in Hengelo ongeveer 1.700 van die woningen niet worden gebouwd.’
De Spoorzone Hengelo-Enschede (SHE) werd in 2025 aangewezen als een nieuw nationaal grootschalig woningbouwgebied. Voor de ontwikkeling is gebiedsbudget beschikbaar gesteld, maar het kabinet moet nog bepalen hoe de noodzakelijke mobiliteitsmaatregelen worden geborgd.
Groeiopgave
Twente moet in 2050 met zo’n 100.000 inwoners, 62.000 extra banen en 80.000 woningen zijn gegroeid. De regio is daarom aangewezen als grootschalige woningbouwlocatie. Binnen de Spoorzone Hengelo-Enschede (SHE) moeten tot 2050 30.000 woningen en 30.000 banen worden gerealiseerd. Tot 2035 willen Hengelo en Enschede samen ongeveer 10.000 woningen bouwen: 3.500 in Hengelo en 6.500 in Enschede.
Knelpunten
In Hengelo is de ontwikkeling van het gebied rond de Kuipersdijk echter een belangrijk knelpunt. De slagbomen van een spoorwegovergang aldaar zijn ongeveer twintig minuten per uur gesloten. De gemeente kijkt daarom naar een ondertunneling. In Enschede gaat het onder meer om de Oostweg, delen van de Singel en voorzieningen rond het station, waaronder fietsenstallingen.
Volgens Boers is een deel van het financieringsprobleem ontstaan door de overgang van de regeling Woningbouw op Korte Termijn (WOK) naar de systematiek voor nationale grootschalige woningbouwgebieden. Voor woningbouw zijn wel middelen beschikbaar gekomen, maar niet voor mobiliteit. ‘Daardoor heb je soms het gevoel dat je tussen wal en schip terechtkomt.’
Integraal bekijken
Boers vindt dat het Rijk integraal naar de gebiedsontwikkeling moet kijken. ‘Wonen, bereikbaarheid, leefbaarheid en economie komen allemaal samen in dezelfde projecten.’ De discussie gaat volgens hem bovendien niet alleen over woningbouw. In de regio zitten voor Defensie belangrijke bedrijven als Thales en Destinus. De werknemers van deze bedrijven moeten volgens Boers ook in de regio kunnen wonen en hun werk kunnen bereiken.
Beide gemeenten vragen het Rijk vooral om perspectief: welke bijdrage is te verwachten, wanneer komt die beschikbaar, is cofinanciering mogelijk en kan een gefaseerde aanpak worden gevolgd? In oktober moet meer duidelijkheid komen over de prioritering en tijdens het Bestuurlijk Overleg Meerjarenprogramma Infrastructuur, Ruimte en Transport (BO-MIRT) in november wordt opnieuw met het Rijk gesproken over de benodigde infrastructuurinvesteringen. Boers: ‘Het moet niet alleen bij stickers plakken blijven. Uiteindelijk gaat het niet om een status of een label. Uiteindelijk wil je dat de schop de grond in gaat.’
