Minister Vijlbrief van Sociale Zaken wil af van de veelgebruikte praktijk waarbij uitzendbureaus de huur voor de huisvesting van arbeidsmigranten inhouden op het minimumloon. Met ongetwijfeld de beste bedoelingen lijkt de minister de situatie echter voor niemand beter te maken.
Laten we vooropstellen dat goede huisvesting van arbeidsmigranten in ieders belang is. Voor Nederland Distributieland, voor e-commercebedrijven die Nederland hebben uitgekozen als centrum van hun logistieke operatie, maar ook voor klassieke sectoren als de (tuin)bouw, is de inzet van arbeidsmigranten onmisbaar. Daar hoort bij dat zij op een goede, veilige en betaalbare manier kunnen wonen in ons land.
Het beeld van de ‘Polenhotels’, waar arbeidsmigranten voor schandalige bedragen aan huur vaak niet meer kregen dan een matras, staat nog altijd scherp op het netvlies. Net als de overlast die dergelijke schrijnende situaties met zich meebrachten. Terecht heeft met name de SP daar jarenlang aandacht voor gevraagd. In de afgelopen jaren hebben uitzendorganisaties nadrukkelijk zelf het initiatief genomen door huisvesting te realiseren nabij de werkplek, met Otto Workforce-oprichter Frank van Gool als bekendste voorbeeld. Hij richtte daarvoor zelfs een apart bedrijf op: KaFra Housing.
Nu minister Vijlbrief het onmogelijk wil maken dat uitzendbureaus de kosten van huisvesting inhouden op het minimumloon van arbeidsmigranten, dreigt er zand in die ontwikkelmachine te komen. En niet voor het eerst. Ook het vorige kabinet was van plan de looninhouding af te schaffen. De toenmalige staatssecretaris van Sociale Zaken, Mariëlle Paul, trok dat voornemen echter kort na de verkiezingen in. Saillant detail: Paul komt uit VVD-kringen, net als Frank van Gool, die geldt als VVD-donateur en een uitgesproken tegenstander is van het afschaffen van looninhouding.
Dat er aanvankelijk succesvol werd gelobbyd in Den Haag hoeft niet te verbazen. Zo werkt de politiek op tal van dossiers. Dat Hans Vijlbrief (D66) alsnog van de looninhouding af wil, is minder logisch. De belangrijkste reden is de bescherming van de uitzendkracht. Die zou door de koppeling van werk en huisvesting te afhankelijk worden van de uitzendwerkgever en bovendien vastzitten aan mogelijk te dure huisvesting. Baan kwijt, dak boven het hoofd kwijt, zo is de redenatie.
De vraag is echter of uitzendorganisaties zich in een nog altijd krappe arbeidsmarkt kunnen veroorloven hun personeel zo te behandelen. Ook is het zeer de vraag of een andere betaalwijze voor de huur arbeidsmigranten daadwerkelijk meer vrijheid of een beter onderkomen biedt. Bovendien dreigt het risico dat uitzendorganisaties en aanverwante bedrijven minder voortvarend investeren in nieuwe huisvesting als een belangrijke betalingszekerheid wegvalt.
Alternatieve huisvesting is er immers nauwelijks. Arbeidsmigranten dingen dan simpelweg mee naar het toch al schaarse aanbod van betaalbare huurwoningen. Of zij moeten opnieuw hun toevlucht zoeken tot malafide huisjesmelkers, met alle gevolgen van dien. De mensen die ervoor zorgen dat u morgen uw pakketje kunt unboxen, zullen tenslotte toch ergens moeten slapen.
