Uitzendbureau mag straks geen loon meer inhouden voor huisvesting

Werkgevers mogen vanaf 1 juli 2028 geen huisvestingskosten meer inhouden op het minimumloon van arbeidsmigranten. Minister Vijlbrief (Sociale Zaken) daarmee voorkomen dat huisvesting een verdienmodel wordt en de afhankelijkheid van arbeidsmigranten van hun werkgever verkleinen.

Minister Hans Vijlbrief schaft per 1 juli 2028 de huidige inhoudingsregeling af waarmee werkgevers een deel van het minimumloon mogen verrekenen met huisvestingskosten. Nu mag nog maximaal 25% van het brutominimumloon worden ingehouden als daar woonruimte tegenover staat.

Volgens Vijlbrief wordt de regeling in de praktijk regelmatig gebruikt om de maximale vergoeding voor huisvesting te incasseren, terwijl de kwaliteit van de geboden woonruimte daar niet altijd mee in verhouding staat. Daardoor kan huisvesting van arbeidsmigranten uitgroeien tot een verdienmodel voor malafide werkgevers.

‘Ik wil voorkomen dat malafide werkgevers huisvesting en inhoudingen op het minimumloon als verdienmodel kunnen gebruiken’, schrijft de minister aan de Tweede Kamer. ‘Veel arbeidsmigranten zijn nu te afhankelijk van hun baas voor een slaapplek.’

De beslissing betekent ook een koerswijziging ten opzichte van het beleid dat kort na het aantreden van het kabinet Schoof werd ingezet. Een eerder voornemen om de inhoudingsmogelijkheid af te schaffen verdween destijds uit de plannen, na bezwaren uit delen van de uitzend- en arbeidsmigratiesector die juist stelden dat inhouding op het loon transparantie biedt en huisvesting toegankelijk houdt. Met het nieuwe besluit kiest Vijlbrief er alsnog voor de regeling te beëindigen.

Uit een eerdere verkenning van het ministerie bleek dat werkgevers vaak het maximale bedrag inhouden op het loon van arbeidsmigranten. Ook zou afschaffing van de regeling het voor de Nederlandse Arbeidsinspectie eenvoudiger maken om te controleren of werknemers daadwerkelijk het wettelijk minimumloon ontvangen.

De maatregel wordt gekoppeld aan de invoering van de Wet passende huurcontracten van het ministerie van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening. Dat wetsvoorstel moet arbeidsmigranten meer huurbescherming en huurprijsbescherming bieden. Momenteel mogen werkgevers alleen gebruikmaken van de inhoudingsregeling wanneer de huisvesting aan specifieke voorwaarden voldoet, waaronder certificering van de woonlocatie.

Volgens Vijlbrief is het daarom logisch beide trajecten gelijktijdig in te voeren. Daarmee moet worden voorkomen dat arbeidsmigranten na het verdwijnen van de inhoudingsregeling onvoldoende bescherming genieten op de huurmarkt of worden geconfronteerd met te hoge woonlasten.

De Wet passende huurcontracten is deze zomer in internetconsultatie gegaan. Het kabinet streeft ernaar de wet op 1 juli 2028 in werking te laten treden. Op datzelfde moment vervalt ook de mogelijkheid voor werkgevers om huisvestingskosten in te houden op het minimumloon.

 

 

 

img
Adjunct-hoofdredacteur
Profiel