Pararius: betaalbare huurwoningen verdwijnen van de markt

De vrije sector huurmarkt bleef ook in het vierde kwartaal van 2025 structureel krap, blijkt uit een analyse van woningplatformen Pararius en Huurwoningen.nl.

Hoewel het aantal reacties per huurwoning lager lag dan in eerdere kwartalen, blijft de concurrentie tussen huurders volgens Pararius hoog. Een vrije sector huurwoning ontving gemiddeld 31 reacties en stond gemiddeld 18 dagen online. De gemiddelde huurprijs per maand kwam uit op €1.838. De cijfers laten een groeiende kloof zien: de meeste woningzoekenden richten zich op het betaalbare deel van de vrije sector, terwijl het beschikbare aanbod juist steeds vaker in hogere prijsklassen ligt.

In het vierde kwartaal van 2025 werden 14.698 vrije sector huurwoningen gepubliceerd. In diezelfde periode werden 15.188 woningen afgemeld. Daarmee verdwenen er per saldo opnieuw meer huurwoningen dan erbij kwamen. Het beschikbare aanbod in de vrije sector nam daardoor verder af.

Jasper de Groot, directeur van Pararius: ‘Zolang er meer woningen worden verhuurd dan erbij komen, is dit slecht nieuws voor woningzoekenden. Wat beschikbaar komt, is vaak te duur en snel weer van de markt. De markt gaat feitelijk steeds meer op slot.’

Aanbod per prijssegment

Het vrije sector huuraanbod is de afgelopen jaren niet alleen kleiner geworden, maar ook duidelijk van samenstelling veranderd. Het aantal huurwoningen met een huurprijs lager dan €1.500 per maand is sinds 2021 zeer sterk afgenomen en ligt momenteel structureel lager dan in de jaren vóór 2024. Daarmee staat het meest betaalbare deel van de huurmarkt onder grote druk.

Tegelijkertijd nam het aanbod in de hogere prijscategorieën toe. Het aantal huurwoningen met een huurprijs boven €2.000 per maand groeide gestaag, terwijl het segment tussen €1.500 en €2.000 per maand relatief stabiel bleef. Hierdoor zijn de verschillende prijssegmenten in omvang dicht naar elkaar toe gegroeid.

Per saldo is het huuraanbod totaal van samenstelling veranderd in vergelijking tot enkele jaren geleden: waar het aanbod eerder duidelijk werd gedragen door woningen in het betaalbare segment, is het aanbod binnen dat segment nu sterk geslonken en zijn de hogere prijssegmenten verhoudingsgewijs veel prominenter aanwezig.

Kort online

Vrije sector huurwoningen verdwijnen nog altijd in hoog tempo van de markt: in het vierde kwartaal van 2025 stond een woning gemiddeld 18 dagen online. Dat is één dag korter dan in hetzelfde kwartaal een jaar eerder.

De tijd dat huurwoningen online werden aangeboden is de afgelopen jaren sterk afgenomen en blijft sinds het vierde kwartaal van 2021 laag. Met af en toe kleine uitschieters, blijven woningen gemiddeld kort beschikbaar. Dat beeld veranderde in 2025 niet. De uitschieters tonen de turbulentie die ontstond voor en na de invoering van de Wet betaalbare huur in juli 2024. In die periode veranderde de samenstelling van de woningvoorraad omdat met name kleinere, lager geprijsde woningen die normaliter sneller worden verhuurd, werden uitgepond. De grotere en duurdere woningen bleven over en stonden langer online.

Ongelijke verdeling

Woningen met een huurprijs tussen €1.185 en €1.500 per maand vormden in het vierde kwartaal van 2025 iets meer dan een kwart van het beschikbare aanbod, maar waren goed voor ruim 40 procent van alle reacties. In deze prijscategorie is de vraag duidelijk groter dan het aanbod.

Ook in de prijscategorie €1.500 tot €2.000 per maand lag het aantal reacties relatief hoog. Deze woningen vertegenwoordigden ongeveer 34 procent van het aanbod, terwijl circa 39 procent van de reacties hierop werd uitgebracht.

In de hoogste prijscategorie, met huurprijzen boven €2.000 per maand, viel in het vierde kwartaal van 2025 ongeveer 40 procent van het aanbod in deze prijsklasse, terwijl 21 procent van de reacties hierop werd uitgebracht. Een jaar eerder lag het aandeel van dit duurdere aanbod lager, op circa 33 procent, terwijl toen ongeveer 16 procent van de reacties naar deze prijscategorie ging. Daarmee is het aanbod in dit segment sterker gegroeid dan de belangstelling, waardoor de verhouding tussen vraag en aanbod verder uit elkaar is komen te liggen.

Deze vergelijking laat zien dat de druk op de vrije sector niet alleen samenhangt met het aantal woningzoekenden, maar vooral met de ongelijke verdeling tussen vraag en aanbod per prijscategorie. Daardoor wordt het vinden van een geschikte huurwoning voor een groeiende groep huishoudens steeds lastiger.

Druk blijft hoog

Nieuwe huurders betaalden in het vierde kwartaal van 2025 opnieuw meer per vierkante meter voor een woning in de vrije sector dan een jaar geleden. Gemiddeleld kwam de landelijke huurprijs uit op €20,65 per vierkante meter, 8,3 procent hoger dan een jaar eerder. De prijsdruk in de vrije sector blijft daarmee onverminderd hoog.

In alle vijf grootste Nederlandse steden was er sprake van een stijging van de vierkantemeterprijs. Amsterdam blijft de duurste stad van Nederland, met een gemiddelde vierkantemeterprijs van €28,68, een toename van 9,1 procent ten opzichte van een jaar eerder. Ook in Rotterdam (€22,35, +11,2 procent) en Eindhoven (€19,72, +13,8 procent) nam de gemiddelde huurprijs toe ten opzichte van vorig jaar. Den Haag (€21,52, +5 procent) en Utrecht (€21,95, +4,8 procent) volgden dat patroon met een gematigder stijging. Ook in de meeste middelgrote steden was er in het vierde kwartaal van 2025 een stijging zichtbaar van de gemiddelde huurprijs per vierkante meter.