Deze zomer legt PropertyNL gelijknamige straten in verschillende plaatsen naast elkaar. Die éne kennen we allemaal wel, maar wat heeft de andere te bieden? Van de Stationsstraat zijn er zo'n 160 in ons land. Een aantal ademen allang niet meer de sfeer van stoom en reizen. De een verdween, de ander werd winkelmagneet en een derde koos voor wonen.
Loop blind een station uit en de kans is bijna 50% dat je in de Stationsstraat belandt. Nederland telt ongeveer 400 treinstations, maar het aantal Stationsstraten is veel kleiner. Dat heeft deels te maken met het bestaan van varianten als Stationsweg en Stationsplein, maar ook Spoorstraat of Stationsdreef. In totaal zijn er zo’n 160 Stationsstraten in ons land. Qua aantal wordt de naam afgetroefd door de Stationsweg, waarvan er rond de 180 zijn. Met de variant ‘Stationstraat’ erbij geteld komt de ‘straat’-variant nipt als winnaar uit de bus. In Haarlem en Amsterdam, de eerste plaatsen die een treinstation kregen, ontbreekt de staatnaam trouwens. Daar is er wel een Stationsplein.
Toegangspoort
Van oudsher kom je bij een station geregeld ook een hotel tegen, dat niet zelden Terminus genaamd was. Dat heeft mogelijk te maken met de ligging bij een kopstation, waar de sporen niet doorliepen, maar in het station eindigden. Eindpunt dus. De overnachtende gasten zullen er veel vaker met de trein zijn aangekomen dan dat ze er sliepen de nacht voor vertrek. En na zo’n overnachting lag dan de Stationsstraat voor de reiziger open: de toegangspoort tot stad of dorp. Logischerwijs was het ook een gewilde plek voor winkels en cafés. Al brengt de aanwezigheid van een station ook onveiligheid met zich mee: grote stromen reizigers en makkelijke (ov-)vluchtroutes trekken criminelen aan.
Met de groei van steden en dorpen is niet zelden ook de rol van het station veranderd. Steden groeiden, winkelgebieden schoven op en mobiliteit kreeg een andere betekenis. Daardoor vertelt de Stationsstraat tegenwoordig vooral iets over de ontwikkeling van de stad zelf.
Utrecht: opgeslokt door retail
Het grootste station van Nederland ligt nog altijd aan een Stationsstraat. Maar je moet er wel goed voor zoeken. Weinig plekken in Nederland zijn zo ingrijpend veranderd als het Utrechtse stationsgebied. Toen in de tweede helft van de negentiende eeuw het spoorverkeer explosief groeide, werd tussen het station en de Catharijnesingel een complete Stationswijk aangelegd. De Stationsstraat vormde samen met de Spoorstraat, Westerstraat en Stationsdwarsstraat een statige negentiende-eeuwse stadswijk met herenhuizen, hotels en restaurants. Reizigers kwamen hier de stad binnen.
Nog geen honderd jaar later ging vrijwel alles tegen de vlakte door de komst van Hoog Catharijne, destijds het grootste overdekte winkelcentrum van Europa. Dat veranderde niet alleen het stationsgebied, maar ook de functie van de straat. De oude bebouwing verdween vrijwel volledig en de Stationsstraat raakte ingeklemd tussen winkelcomplexen, parkeervoorzieningen en verkeersinfrastructuur. Officieel bestaat de straat nog steeds, maar wie hem zoekt, loopt er gemakkelijk aan voorbij. Hij ligt tegenwoordig verscholen in de schaduw van Hoog Catharijne. Nergens in Nederland zie je zo goed hoe één vastgoedproject een complete stadswijk en de betekenis van een straatnaam kan veranderen.
Maastricht: verbinding en visitekaartje
In Maastricht liep het heel anders. Daar vormt de Stationsstraat nog altijd de statige verbinding tussen het station en de wijk Wyck. Anders dan in Utrecht werd de historische structuur behouden. De straat groeide uit tot een elegante entree van de stad, met monumentale gevels, hotels, speciaalzaken, cafés en restaurants. Wie vanuit het station de binnenstad inloopt, ziet precies waarvoor een Stationsstraat ooit bedoeld was: een representatieve ontvangst van bezoekers.
Het is geen A1-winkelstraat zoals de Grote Staat, maar juist de combinatie van kleinschalige retail, horeca en monumentale bebouwing maakt de straat aantrekkelijk. Voor beleggers draait het hier minder om maximale passantenstromen dan om verblijfskwaliteit, karakter en een aantrekkelijk stedelijk milieu.
Alphen aan den Rijn: van winkelen naar wonen
De ontwikkeling in Alphen aan den Rijn ging nog een heel andere kant op. Ook daar lag de Stationsstraat, in 1904 aangelegd als Spoorstraat, ooit op een logische route tussen station en centrum. Toch ontwikkelde de straat zich niet tot winkelgebied. In plaats daarvan ontstond een statige woonstraat met villa's, herenhuizen en voormalige notaris- en dokterswoningen. Toenmalig burgemeester Visser (van het dorp dat toen nog gewoon Alphen heette) wilde dat de straat een chique uitstraling kreeg met statige woningen in neo-Renaissancestijl. Het was destijds de eerste straat haaks op de Oude Rijn. De keuze van Visser, naar wie in de plaats een net zo statig park is vernoemd, had misschien te maken met de bescheiden omvang van het in 1878 geopende station, dat twee sporen telde. In 1932 kwam daar een derde bij voor de lijn naar Gouda. Al had ook Utrecht in het begin maar twee sporen.
De Alphense Stationsstraat is daarmee een uitzondering onder de naamgenoten: Utrecht koos voor schaalvergroting en Maastricht zoomde in op de statige stadsentree met verblijfskwaliteit, maar Alphen kreeg een straat waarin wonen uiteindelijk belangrijker werd dan commerciële functies. De Stationsstraat hoeft geen dus geen winkelstraat te zijn om waardevol te blijven.
