Ministerie wil geen inzicht geven in verkoop Pompenburgflat

Corporatie Havensteder en de gemeente Rotterdam praten over de verkoop van de te slopen Pompenburgflat. De overheid wil daar geen verdere informatie over verstrekken, blijkt uit een besluit op een Woo-verzoek.

De Pompenburgflat stamt uit 1983 en is eigendom van Havensteder, die tot sloop van de flat vlakbij het Hofplein heeft besloten. Het gebouw met 226 sociale huurwoningen maakt plaats voor megaproject Rise van ontwikkelaar RED Company, waar drie woontorens met 1.400 woningen komen. Het plan roept van diverse kanten weerstand op, maar de gemeenteraad heeft het bestemmingsplan vorig jaar aangenomen.

De Inspectie Leefomgeving en Transport van het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat kreeg in juni een informatieverzoek op grond van de Wet open overheid (Woo). De verzoeker wilde openbaarmaking van informatie over de verkoop van het complex Pompenburg in Rotterdam. Die informatie heeft het ministerie, of meer bepaald de Autoriteit Woningcorporaties: daar ligt een  koopovereenkomst tussen Havensteder en de gemeente Rotterdam.

Privacy en vertrouwelijkheid

Maar die overeenkomst blijft achter slot en grendel omdat daarin persoonsgegevens van ambtenaren staan. 'In het kader van goed werkgeverschap en het beschermen van de persoonlijke leefsfeer ben ik van oordeel dat ten aanzien van deze gegevens het belang, dat de persoonlijke levenssfeer wordt geëerbiedigd, zwaarder moet wegen dan het belang van openbaarheid', zo schrijft de inspecteur.

Daarnaast zou openbaarmaking inzicht geven in de onderhandelingspositie, afwegingen en financiële uitgangspunten van de gemeente. 'Van belang om hierbij op te merken is dat deze onderhandelingen plaats hebben gevonden op vertrouwelijke basis. Bij openbaarmaking schend ik deze vertrouwelijkheid.' 

Onderhandelingen nog gaande

Opmerkelijk is dat er nog geen definitieve deal is: 'Ook is van belang dat de onderhandelingsfase nog niet volledig is afgerond. Bij openbaarmaking van deze informatie kunnen de huidige én toekomstige onderhandelingen nadelig worden beïnvloed.' De afspraken tussen partijen zijn nog niet definitief vastgesteld en er heeft nog geen bestuurlijke besluitvorming plaatsgevonden over de afspraken, voegt de inspecteur toe. 'De inhoud van de overeenkomst kan daarom nog enigszins wijzigen op onderdelen en vormt daarmee nog geen definitief eindresultaat van het besluitvormings- en onderhandelingsproces. Dit betekent dat de overeenkomst zich nog in een lopende fase bevindt. Openbaarmaking van de overeenkomst in deze fase zou de positie van de gemeente Rotterdam in de lopende gesprekken en onderhandelingen op andere dossiers binnen het project waar deze overeenkomst betrekking op heeft onevenredig kunnen schaden.'