Kabinet naïef over woningbouw buiten steden

Het kabinet presenteerde maandag Actieplan Versnelling Woningbouw. Mobiliteitsadviesbureau Goudappel heeft zijn bedenkingen bij grootschalige woningbouw die ver van stadskernen is verwijderd. ‘Maak niet dezelfde fout als in de jaren ’70.’

Vijftig concrete acties moeten de woningbouw uit het moeras van regels, lange trajecten, schaarse grond, stikstof en netcongestie trekken. Het kabinet zet onder meer in op het verkorten van het ontwerp- en vergunningstraject van acht naar vier jaar met digitalisering en integrale planning. Binnen vier jaar moet de helft van de woningbouwproductie uit de fabriek rollen, er komt extra geld voor betaalbare woningen beschikbaar en er worden afspraken gemaakt met netbeheerders en ontwikkelaars om nieuwbouw ondanks netcongestie toch aan te kunnen sluiten.

Tien nieuwe steden

Het kabinet wijst daarnaast tien grootschalige woningbouwlocaties aan. Woonminister Elanor Boekholt-O’Sullivan maakte drie weken geleden de eerste vijf locaties bekend, de andere vijf volgen dit najaar bij de vaststelling van de Nota Ruimte. Goudappel, onafhankelijk adviesbureau op het gebied van mobiliteit en inrichting van de openbare ruimte, is positief over zeker drie van de vijf huidige locaties, maar spreekt tegelijkertijd een waarschuwing uit: maak wat woningbouw betreft niet dezelfde fout als in de jaren ’70 van de vorige eeuw.

‘Almere en Zoetermeer kwamen destijds tot ontwikkeling en steden als Purmerend, Houten en Nieuwegein werden groeikernen’, zegt Christiaan Kwantes, mobiliteitstrateeg bij Goudappel. ‘Daarmee kwam er meer woonruimte, maar deze ontwikkeling joeg tegelijkertijd files en uiteindelijk verkeersinfarcten aan. Wij kregen het dan ook een beetje benauwd toen Rob Jetten in verkiezingstijd riep: tien nieuwe steden erbij! Gelukkig heeft zijn partijgenoot minister Boekholt-O’Sullivan realistischere plannen gepresenteerd. Woningbouw moet en kan maatschappelijk gezien veel slimmer worden georganiseerd. Het is naïef om te denken dat we woningbouw weer kunstmatig kunnen spreiden over het land.’   

Rijnenburg

De focus ligt nu op netcongestie maar infrastructuur weegt minstens even zwaar, stelt Kwantes. Hij wijst op de krappe financiën voor infrastructurele werkzaamheden. ‘Het nieuws over de slechte staat van onderhoud van de Merwedebrug bij Gorinchem en de Hardenbergerbrug bij Nijkerk heeft mensen wakker geschud. Er moet veel onderhoud worden verricht, maar het budget is beperkt. Ook voor nieuwe openbaar vervoer-verbindingen is geen geld. Kijk naar de toekomstige wijk Rijnenburg in Utrecht. Daar zijn 25.000 woningen gepland buiten de bestaande stad, maar de komst van een goede ov-verbinding is onzeker.’

Wat moeten bewoners met een woonwijk die slecht bereikbaar is, vraagt Kwantes zich hardop af. Hij stipt daarbij tevens werkgelegenheid en voorzieningenniveau aan. ‘Als wijken een slechte ov-verbinding hebben en werk, winkels en andere faciliteiten ontbreken, zijn mensen voor alles op de auto aangewezen. Dat geeft nog meer druk op toch al zwaar belaste infrastructuur. Onderzoek in de regio Utrecht heeft uitgewezen dat een uitbreidingslocatie meteen 20% extra autoverkeer oplevert.’

Het is wel mogelijk om voormalige industriële gebieden buiten de stad tot succesvolle woonwijken transformeren, maar dan is goed ov volgens Kwantes een absolute voorwaarde. Hij noemt Rotterdam Alexander, Schie-oevers in Delft, Amsterdam Sloterdijk en de Merwedekanaalzone in Utrecht als voorbeelden. ‘Deze transformatiewijken hebben treinstations op loop- of fietsafstand, bus en -voorziene- tram- of metroverbindingen.’

Inbreiden, niet uitbreiden

Er zijn in deze tijd van krappe infra- en mobiliteitsbudgetten en verkeersinfarcten betere keuzes bij de woningbouwopgave te maken, stelt mobiliteitsdeskundige Kwantes. Hij ziet in een oplossing in ‘inbreiding’, ofwel stedelijke verdichting. ‘Het voordeel van bouw binnen bestaande centra, is dat infra en ov-knooppunten al aanwezig zijn. Daar kunnen we op voortbouwen. Het concept van de 15-minutenstad, waarin bewoners hun essentiële dagelijkse voorzieningen binnen een kwartier te voet of met de fiets kunnen bereiken, krijgt dan steeds meer vorm.’

Optoppen, transformeren en splitsen kunnen naar inzicht van Kwantes uitkomst bieden in de stad, maar ook geheel nieuwe wijken. ‘Het kan lastige gesprekken opleveren met omwonenden, maar het resultaat is uiteindelijk nieuwbouw die goed bereikbaar is, waarbij bewoners voorzieningen in de buurt hebben. Als we het zo doen, kunnen we uiteindelijk gaan kijken naar nieuwe ov-verbindingen, zelfs met het beperkte budget.’

De huidige vijf locaties die minister Boekholt-O’Sullivan heeft aangewezen voor grootschalige woningbouw, sluiten deels bij de visie van Goudappel aan. Zo zijn Deventer Centrum, Haarlem Schalkwijk en Maastricht Spoorzone goed aangesloten op het ov-netwerk. Kwantes: ‘We waren positief verrast over deze keuzes. Het zijn bereikbare locaties die flink in ontwikkeling zijn. Dit geldt helaas minder voor de paar gebieden die verder weg van de centra liggen. Maar we zijn benieuwd naar de volgende vijf grootschalige woningbouwlocaties.’