Taxatierubriek: Twee taxateurs, één rapport en een provincie vol vastgoed

Hoe lastig is het als twee taxateurs samen tot één waardebepaling moeten komen? Voor Joost Gijsbers liep het uit op een aangename verrassing.

Soms komt er via–via een casus op je pad die je in positieve zin verrast. Onlangs werd ik benoemd in een commissie die tot doel had een vennootschap te ontvlechten. De opdrachtbeschrijving lag er al. Daarin stond keurig welke objecten moesten worden getaxeerd, wat het doel was, welke waardepeildatum moest worden gehanteerd en – hoe kan het ook anders – dat men fiscaal liever niet al te ongunstig wilde uitkomen.

Die laatste toevoeging waardeerde ik eigenlijk wel. Niet omdat een fiscale wensrichting invloed op de waarde mag hebben, maar omdat openheid aan de voorkant beter is dan een verborgen agenda halverwege. Voordat over aanvaarding van de opdracht kon worden gesproken, moest deze olifant dus eerst de kamer uit. Dat bleek geen probleem. Partijen en adviseurs onderkenden direct dat onafhankelijkheid en objectiviteit voorop moesten staan. Volledigheidshalve is dat schriftelijk vastgelegd. Een taxateur mag luisteren naar de context, maar niet dansen naar de gewenste uitkomst.

Een portefeuille met alles erop en eraan

De portefeuille was aanzienlijk, verspreid over een complete provincie en bepaald niet eentonig: van hotels tot woningen, van kantoren tot garageboxen en van zorgvastgoed tot horeca. Een soort vastgoedbuffet dus, maar dan zonder bordjes waarop stond wat precies de allergenen waren.

Inhoudelijk was de casus niet uitzonderlijk complex, maar organisatorisch des te meer. Meerdere aandeelhouders betekenden meerdere, en soms ook tegengestelde belangen. Daarom werd gekozen voor twee taxateurs. Eén daarvan was ik, de ander was een regionaal kantoor met aantoonbaar veel kennis van de lokale markten.

Daar zat aanvankelijk mijn enige aarzeling. Ik kende de collega niet, terwijl het wel de bedoeling was om samen tot één waardering te komen. Eén portefeuille, één rapport, één conclusie. Ga er maar aan staan.

Lokale kennis en vaktechnisch fundament

De praktijk bleek gelukkig weerbarstig, ditmaal in positieve zin. Al snel werd duidelijk dat we elkaar juist goed aanvulden. De één bracht scherpe lokale marktkennis mee; de ander een meer theoretisch en methodisch fundament. De marktwaarde van een hotel vraagt immers een andere benadering dan die van garageboxen, en een zorgobject laat zich niet zomaar vergelijken met een regulier kantoor.

We maakten een duidelijke werkverdeling, reden meerdere dagen door de provincie, stemden de rapportagewijze af en planden werkbesprekingen in. Ook de taxatietechnische uitgangspunten zijn gezamenlijk getoetst. Niet ingewikkelder dan nodig, maar wel herleidbaar en consistent.

Dat werkte. Afspraken werden nagekomen, discussies waren inhoudelijk en het eindproduct werd een duidelijk rapport. Een rapport van een bizar aantal pagina’s, dat dan weer wel.

Vakmanschap is ook samenwerken

Zoals gebruikelijk bleek de tijdsinschatting vooraf iets optimistischer dan de werkelijkheid. Dat is bij omvangrijke taxaties geen noviteit, eerder een terugkerend natuurverschijnsel. De goede samenwerking en het prettige contact maakten echter veel goed.

Misschien zegt dit ook iets over tien jaar NRVT. Taxateurs die zich anno 2026 nog serieus met dit vak bezighouden – en dat zijn er helaas minder dan voorheen – zijn vaak professionals met hart voor het werk. Kritisch, zorgvuldig en bereid verantwoordelijkheid te nemen.

Voor mij was deze opdracht daarom pure winst. Niet zozeer financieel, want uren hebben de hinderlijke gewoonte sneller te lopen dan de begroting. Maar vakinhoudelijk wel. Twee taxateurs, één rapport en een provincie vol vastgoed: soms blijkt ontvlechten vooral een kwestie van goed verbinden.

De kunst van het taxeren
Taxeren is een vak apart. Joost Gijsbers van Stima Valuation & Advisory, een bureau voor complexe waarderingsvraagstukken, legt elke maand aan de hand van een voorbeeld uit waar een taxateur tegenaan kan lopen.

Gepubliceerd in PropertyNL Magazine nr. 10, 23 oktober 2026