CBRE: 18.000 studentenkamers tekort in 2034

Voor iedere nieuwe studentenkamer die tot en met 2034 wordt toegevoegd, verdwijnen er ruim twee uit de particuliere verhuur, blijkt uit onderzoek van CBRE.

CBRE onderzocht de studentenhuisvesting in twaalf Nederlandse universiteitssteden en concludeert dat de geplande nieuwbouw het verlies van bestaande kamers niet kan compenseren. Ondanks een verwachte daling van het aantal studenten blijft in 2034 een tekort van ruim 18.000 studentenkamers bestaan.

 In de twaalf onderzochte universiteitssteden verdwijnen tot en met 2034 naar verwachting bijna 38.000 kamers uit de particuliere verhuur, terwijl via harde en zachte bouwplannen ruim 16.000 nieuwe studenteneenheden worden toegevoegd. Daarmee neemt het aanbod per saldo met ruim 21.000 kamers af. Ondanks een dalende studentenvraag blijft in 2034 een tekort van ruim 18.000 studentenkamers bestaan, tegenover ruim 21.000 nu.

Uitponding doet nieuwbouw teniet

De afname van het particuliere aanbod is al zichtbaar. In de twaalf onderzochte steden verkochten particuliere verhuurders in 2024–2025 bijna 4% van hun studentenkamers. In Amsterdam, Rotterdam en Utrecht lag dit aandeel op 6–7%. Van de verkochte kamers wordt slechts één op de acht opnieuw aan studenten verhuurd. De overige kamers verdwijnen daarmee uit de studentenhuisvestingsmarkt.

Volgens CBRE dragen de fiscale behandeling van vastgoed in box 3 en de huurregulering bij aan het terugtrekken van particuliere verhuurders. Hierdoor wordt verkoop in veel gevallen aantrekkelijker dan verhuur. Zelfs wanneer het verkooptempo de komende jaren geleidelijk afneemt, verdwijnt naar verwachting tot 2034 een kwart van de huidige particuliere voorraad.

‘Nederland bouwt duizenden nieuwe studentenkamers, maar verliest tegelijkertijd in een veel hoger tempo bestaande kamers’, zegt Frank Verwoerd, hoofd Research bij CBRE Nederland. ‘In alle drie de door ons doorgerekende scenario’s verdwijnt meer aanbod dan er via nieuwbouw bijkomt. Daardoor blijft het kamertekort aanzienlijk, zelfs wanneer het aantal studenten afneemt.’

Amsterdam blijft grootste knelpunt

De verschillen tussen universiteitssteden zijn groot. In Amsterdam loopt het tekort op van ruim 6000 kamers in 2026 naar bijna 11.000 in 2034. Daarmee vertegenwoordigt de hoofdstad ongeveer 60% van het totale tekort in de twaalf onderzochte steden. Ook Rotterdam en Leiden blijven kampen met tekorten van respectievelijk ruim 3300 en 1400 kamers.

 In Groningen, Maastricht en Nijmegen bewegen vraag en aanbod in 2034 juist richting evenwicht, vooral doordat het aantal studenten afneemt. In Enschede en Wageningen ontstaat naar verwachting een overschot.

Groningen blijft daarbij kwetsbaar: 77% van het studentenhuisvestingsaanbod is er in particuliere handen. Bij aanhoudende uitponding kan het verwachte evenwicht alsnog omslaan in een tekort.

Kamertekort beïnvloedt studiekeuze

Het tekort aan studentenhuisvesting beperkt ook de mogelijkheden van studenten. Van de thuiswonende studenten noemt 63% de betaalbaarheid of het ontbreken van woonruimte als reden om thuis te blijven wonen. Een gebrek aan geschikte kamers kan ertoe leiden dat studenten langer thuis blijven wonen, kiezen voor een opleiding dichter bij huis of afzien van een studie die zij anders wel hadden gevolgd.

‘Als de uitponding doorzet, zullen gemeenten studentenhuisvesting nadrukkelijker moeten meenemen in hun nieuwbouwprogrammering’, zegt Verwoerd. ‘Het verlies van particuliere kamers moet dan op grotere schaal worden gecompenseerd met nieuwbouw. Daarvoor zijn zowel woningcorporaties als institutionele beleggers nodig om het aanbod daadwerkelijk te vergroten.’

 Hoewel het beleggingsvolume in studentenhuisvesting in 2025 het hoogste niveau sinds 2018 bereikte, ging het merendeel naar transacties van bestaande complexen. ‘Om op grotere schaal nieuwe studentenhuisvesting te realiseren, zijn meer investeringen in nieuwbouw en transformatie nodig’, aldus Verwoerd.

img
Eindredacteur
Profiel