Private huurmarkt in kleinere steden verdwijnt door uitpondgolf

Door de aanhoudende verkoop van woningen door kleine vastgoedbeleggers verdwijnen steeds meer huurwoningen in kleinere gemeenten. Het verschil met grote gemeenten is dat beleggers geen huurwoningen bijbouwen.

Door veranderende regulering is het voor beleggers met een klein aantal woningen nauwelijks nog rendabel woningen te verhuren. In grote steden is dan ook al jaren een massale uitponding te zien. Uit onderzoek van CBRE dat in het FD werd gepubliceerd blijkt dat juist in kleinere en middelgrote gemeenten de private huurmarkt slinkt en daar niet wordt aangevuld door investeringen van institutionele beleggers.

In Krimpen aan den IJssel (-21%), Gouda (-16%), Emmen (-8%) en Heerenveen (-7%) loopt het bestand aan private huurwoningen hard terug. In Venray konden de onderzoekers nog maar één woningen vinden om te huren. Het aantal huurwoningen in de particuliere sector kan daar ook met 19% dalen.

Het gevolg is in de eerste plaats dat een flinke groep middeninkomens geen woning meer kan vinden. Die verdient te veel voor sociale huur en te weinig voor een koopwoning. Daarnaast is de huurwoning vaak een tussenwoning voor wie een relatie beëindigt of wegens werk in een andere stad gaat wonen.   

In steden als Amsterdam, Utrecht, Haarlem, Leiden en Eindhoven hebben institutionele beleggers volgens de CBRE-onderzoekers tussen 2022 en juli dit jaar meer in nieuwbouw geïnvesteerd dan zij aan bestaand bezit verkochten. In de kleinere plaatsen is dat niet het geval, aldus het FD. In Venray, Heerenveen, Assen, Emmen en Doetinchem lag het aantal aangekochte nieuwbouwwoningen de afgelopen jaren op nul.