In het derde kwartaal van 2026 kwam het aantal passanten in Nederlandse centrumgebieden gemiddeld 8,7% lager uit dan in hetzelfde kwartaal een jaar eerder, zo blijkt uit een analyse van de Nationale Bezoekersindex.
Bijna driekwart van de centrumgebieden noteert een daling, maar volgens Argaleo en Resono was het niet overal rustiger. Ruim een kwart van de centrumgebieden trok meer bezoekers dan vorig jaar, dat betreft vooral middelgrote steden en plaatsen aan de kust. Gorinchem stijgt het hardst; met een stijging van 34% lag de stad het hele jaar al boven het niveau van vorig jaar.
De middelgrote steden dalen gemiddeld met 4,4%, ongeveer half zo sterk als het landelijke gemiddelde. In deze groep zitten tegelijkertijd ook de meeste stijgers, waaronder Roermond, Vlaardingen, Waalwijk en Terneuzen. Voor Terneuzen is dat een herstel, want vorig jaar behoorde de stad nog tot de grootste dalers.
De grootste gemeenten leveren het meest in, aldus de onderzoekers. In de zes grootste gemeenten daalde de bezoekersdrukte gemiddeld met 15%, dat betreft onder meer Utrecht en Den Haag. Rotterdam blijft vrijwel op het niveau van vorig jaar. Bij de grotere centrumgebieden zijn er ook stijgers, zoals Maastricht, Zaandam, Leeuwarden en Haarlem.
Drukke stranden
De recordzomer zorgde voor drukke stranden, en dat is ook terug te zien in de centra van de kustplaatsen. Waar het binnenland daalt, blijven zij met gemiddeld -0,3% vrijwel op het niveau van vorig jaar. Noordwijk, IJmuiden, Ouddorp en Den Helder trokken meer bezoekers dan een jaar eerder.
