AMSTERDAM - De Hoge Raad heeft afgelopen vrijdag in een arrest geoordeeld dat de vrijstelling van overdrachtsbelasting voor de verkrijging van Rijksmonumenten ook van toepassing is op de verkrijging van aandelen in een monumentenvennootschap door een andere vennootschap die in elk geval als doelstelling heeft de monumenten in stand te houden. Fiscalisten menen dat deze uitspraak gevolgen heeft voor andere vrijstellingen in de overdrachtbelasting.
AMSTERDAM - De Hoge Raad heeft afgelopen vrijdag in een arrest geoordeeld dat de vrijstelling van overdrachtsbelasting voor de verkrijging van Rijksmonumenten ook van toepassing is op de verkrijging van aandelen in een monumentenvennootschap door een andere vennootschap die in elk geval als doelstelling heeft de monumenten in stand te houden. Fiscalisten menen dat deze uitspraak gevolgen heeft voor andere vrijstellingen in de overdrachtbelasting.
De Hoge Raad erkent volgens Rechtstaete dat naar de letterlijke tekst van de Wet de vrijstelling niet van toepassing is aangezien het verkregene (de aandelen) niet een monument is dat is ingeschreven in het Monumentenregister. Maar het systeem van de Wet brengt volgens de Hoge Raad wel mee dat onder 'verkrijging van monumenten' in de vrijstellingsbepaling tevens moet worden verstaan de verkrijging van aandelen die als gevolg van wetsfictie als onroerende zaak worden aangemerkt.
Deloitte Belastingadviseurs ziet het oordeel van de Hoge Raad als een verruiming van de vrijstellingsbepaling. De Hoge Raad motiveert dat besluit door te zeggen dat de directe en indirecte verkrijging van onroerende zaken onder bepaalde voorwaarden gelijkgesteld moet worden. Vooral dat laatste aspect is van belang en opent volgens Deloitte de weg naar gevolgen voor andere vrijstellingen in de overdrachtsbelasting.
Op grond van deze uitspraak kan een monumentenvennootschap in de aangifte overdrachtsbelasting een beroep doen op de vrijstelling voor de overdrachtsbelasting bij de verkrijging van de aandelen in een vennootschap die kwalificeert als monumentenvennootschap.
Indien binnen een tijdvak van 25 jaar het monument niet meer wordt aangemerkt als Rijksmonument, of als de verkrijgende monumentenvennootschap niet meer hoofdzakelijk (70% of meer) de instandhouding van monumenten ten doel heeft zal de overdrachtsbelasting alsnog verschuldigd zijn.
