Woningcorporaties kunnen volgens het kabinet € 22,6 mrd extra investeren door het coalitieakkoord. In theorie zou daarmee het tekort opgelost kunnen worden, maar dat blijkt in de praktijk niet haalbaar.
Dat meldt minister Boekholt-O'Sullivan van Volkshuisvesting, die de doorrekening van de Nationale Prestatieafspraken (NPA) naar de Tweede Kamer heeft gestuurd. Daaruit blijkt dat de maatregelen uit het coalitieakkoord de investeringsruimte vergroten met € 22,6 mrd. Dat zou het tekort van € 19,4 mrd in theorie moeten kunnen verhelpen.
Maar de investeringen en het beschikbare geld zijn ongelijk verdeeld over corporaties en regio's. 'Niet alle corporaties afzonderlijk hebben voldoende geld om de plannen uit te voeren.' Corporaties zouden elkaar hiervoor financieel kunnen ondersteunen, maar dat moet op zo’n grote schaal dat het onrealistisch is om het tekort hiermee volledig op te lossen, aldus de minister. Volgens de doorrekening moet ongeveer € 18,6 mrd herverdeeld worden op het totaal van €115 mrd.
Minder belasting, meer lenen
Aangekondigde maatregelen om de investeringscapaciteit te vergroten, zijn onder meer het structureel verlagen van de vennootschapsbelasting met € 325 mln per jaar en het toepassen van passende huurgelden. 'Hierdoor gaan huurders die meer verdienen ook meer huur betalen.' Verder moeten woningcorporaties goedkoper geld kunnen lenen voor de bouw van woningen voor middeninkomens. De Europese Commissie heeft daar onlangs meer ruimte voor geboden met een nieuw staatssteunbesluit.
Adviescommissie
Voor de langere termijn, na afloop van de huidige prestatieafspraken in 2035, stelt het kabinet een onafhankelijke adviescommissie in die kijkt naar de financiële toekomst van de corporatiesector. De commissie onderzoekt welke opgaven woningcorporaties na 2035 kunnen verwachten en hoe deze kunnen worden gefinancierd.
In de NPA is eind 2024 afgesproken om vanaf 2029 jaarlijks 30.000 sociale huurwoningen te bouwen en om driekwart van de corporatiewoningen tegen 2034 te voorzien van energielabel A of beter.
