Gecombineerd transformatorstation moet Utrecht stroom geven

De provincie Utrecht gaat een ontwerp-projectbesluit voorbereiden voor hoogspanningsstation Utrecht-Noord op de voorkeurslocatie van netbeheerders TenneT en Stedin.

De plek ligt direct achter het tankstation aan de snelweg A2 bij Breukelen. Het gecombineerde station van TenneT en Stedin wordt Hoogspanningsstation Haarrijn genoemd. De partijen nemen ook maatregelen om de bouw, de kabelverbindingen en het opstijgpunt zo snel mogelijk te realiseren. 

Haarrijn is één van de nieuwe hoogspanningsstations die ten noorden van Utrecht zijn gepland. Verder komt er onder meer bij Bunschoten een nieuw station (Amersfoort Noord) en wordt het bestaande station Breukelen-Kortrijk uitgebreid. Alle stations zijn samen noodzakelijk om de capaciteit van het elektriciteitsnetwerk structureel uit te breiden. Het tekort aan ruimte op het stroomnet is momenteel zo groot dat TenneT vanaf juli in een groot deel van de provincie Utrecht een tijdelijke aansluitstop invoert. De ingrijpende maatregel is volgens de netbeheerder nodig om overbelasting van het net en grootschalige stroomstoringen voorkomen.

Vanwege het grote belang van hoogspanningsstation Haarrijn voor de hele regio hebben de provincie Utrecht, het Rijk, netbeheerders en betrokken gemeenten een reeks maatregelen afgesproken om de bouw te versnellen. Het streven is dat het nieuwe station Haarrijn twee jaar eerder in bedrijf kan worden genomen dan eerder gepland. Dit betekent mogelijk oplevering in 2031. In deze prognose is geen rekening gehouden met eventuele langdurige juridische procedures bij bijvoorbeeld de Raad van State.

Versnelling

Een belangrijke versnellingsmaatregel voor Haarrijn is dat de provincie alleen een projectbesluit neemt over de stations en de plek waar de ondergrondse kabels aan de al bestaande mast worden gekoppeld (het opstijgpunt). De kabelverbindingen van het station naar het opstijgpunt worden achteraf planologisch geborgd in het omgevingsplan van de gemeenten. Door het projectbesluit over het station los te koppelen van de kabelverbindingen, hoeven de netbeheerders niet te wachten met de bouw tot het proces van de kabelverbindingen is afgerond. 

Ook voor het leggen van de verbindingen wordt er door TenneT een compact proces doorlopen, dit omdat er weinig schuifruimte is om de kabelverbindingen in de grond te plaatsen. TenneT kiest er daarom voor om de omgeving te informeren over de voorkeurstracés en tegelijk het gesprek met de grondeigenaren aan te gaan. Verder wordt tijd gewonnen doordat TenneT direct na het bepalen van de exacte locatie in gesprek te gaat met de grondeigenaren om de veld- en bodemonderzoeken zo snel mogelijk te starten.  

Daarnaast stelt Rijkswaterstaat een aanzienlijk deel van haar grond beschikbaar, zodat er zo min mogelijk particuliere grond nodig is. Er wordt breed onderzocht of er mogelijkheden zijn om grondeigenaren en omwonenden tegemoet te komen binnen de wettelijke kaders.