Veel bedrijventerrein in Nederland lopen tegen van hun levenscyclus aan. Gemeenten willen deze terreinen opnieuw ontwikkelen, maar onduidelijkheid over aansturing en geldgebrek worden als sta-in-de-weg gezien.
Dat concludeert Buck Consultants International (BCI) op basis van landelijk onderzoek naar de rol van gemeenten bij de herontwikkeling van bedrijventerreinen. Het onderzoek is een eigen initiatief van BCI, ondersteund door het G40 Stedennetwerk. Herontwikkeling van bestaande bedrijventerreinen is urgent voor zowel gemeenten als marktpartijen, omdat de kwaliteit van bestaande bedrijventerreinen vaak te wensen overlaat en er onbenut ruimtepotentieel is. Daarnaast blijft de ontwikkeling van nieuwe bedrijventerreinen achter door maatschappelijke weerstand en de strijd tussen diverse ruimteclaims. Intensivering van ruimtegebruik en groei en verplaatsing van bedrijven zijn de belangrijkste doelstellingen om herontwikkeling dan ook voortvarend aan te pakken, zo geven gemeenten aan.
De gemeenten zien voor zichzelf vooral een regisserende rol. Niettemin blijkt uit het onderzoek dat in documenten (Economische Visies; Ruimte voor Werklocaties; Omgevingsprogramma Bedrijventerreinen) de verankering van de herontwikkelingsambitie vaak nog ontbreekt. ‘De gemeentelijke medewerkers die in de praktijk aan herontwikkeling werken, schreeuwen om bestuurlijke duidelijkheid’, zo constateert onderzoeksleider en senior adviseur Jordi Hubers.
Volgens de gemeenten slaagt succesvolle herontwikkeling van bedrijventerreinen alleen als de gemeentelijke sturing helder en concreet is vastgelegd in een recent gemeentelijk beleidsdocument. Bij de uitvoering moet voldoende en de juiste gemeentelijke capaciteit aanwezig zijn bij de verschillende betrokken afdelingen en worden gemikt op heldere en reële samenwerkingsafspraken met private partijen.
Samenwerken
Gemeenten zien vooral financiële instrumenten en meer uitvoeringscapaciteit als prioriteit om de gemeentelijke rol in herontwikkeling te verbeteren en projecten vaker en sneller te realiseren. Veel herontwikkelingskansen blijven volgens hen nu liggen, omdat financiële middelen ontbreken.
De belangrijkste barrières in de uitvoeringspraktijk zijn onvoldoende beschikbaarheid van elektriciteit, concurrerende ruimteclaims die investeringszekerheid voor marktpartijen onder druk zetten en langdurige trajecten bij vergunningverlening.
Uit het onderzoek blijkt tevens, dat gemeenten duidelijk de noodzaak inzien om met grond- en vastgoedeigenaren op de bedrijventerreinen samen te werken en driekwart vindt ook dat ze die constructieve opstelling in de praktijk brengen. ‘Maar juist die beperkte gemeentelijke uitvoeringscapaciteit, soms ook gebrek aan de juiste expertise en het ontbreken van voor de markt herkenbare aanspreekpunten, maken de praktijk een stuk weerbarstiger’, aldus Hubers.
