De halfjaarlijkse conjunctuurmeting van het EIB (Economisch Instituut voor Bouwnijverheid) meldt een geringe stijging van orderportefeuilles in de woning- en utiliteitsbouw.
De gemiddelde werkvoorraad in de totale burgerlijke- en utiliteitsbouw nam met 0,2 maanden toe tot een niveau van 14,2 maanden. In de woningbouw groeide de orderportefeuille met drie tiende maand en kwam uit op 15,2 maanden. In de utiliteitsbouw daalde de gemiddelde werkvoorraad met 0,1 maanden werk tot 12,8 maanden.
De gemiddelde orderportefeuille in de totale bouwnijverheid nam hiermee met 0,2 maanden toe en kwam uit op 12,9 maanden. De helft van de bouwbedrijven gaf aan belemmeringen te hebben ondervonden bij de productie. Ruim een kwart van de bouwbedrijven gaf aan belemmeringen te ondervinden door personeelstekorten. In de grond-, water- en wegenbouw speelt dit sterker dan in de burgerlijke- en utiliteitsbouw. Door ruim 15% van de bedrijven werden overige oorzaken genoemd, waar met name woningbouwbedrijven dit aangeven.
De productie is in de afgelopen drie maanden bij ongeveer 25% van de bouwbedrijven toegenomen, bij 10% van de bedrijven is de productie afgenomen. Een kwart van de bouwbedrijven beoordeelde de orderpositie als groot, terwijl 10% van de bedrijven de orderpositie als klein beoordeelde. Daarnaast verwacht ruim een vijfde van de bedrijven dat hun personeelsbezetting zal toenemen in de komende drie maanden, terwijl minder dan 5% van de bedrijven juist een kleinere bezetting verwacht. In de bouwnijverheid verwacht 50% van de bedrijven een prijsstijging in de komende drie maanden, bijna geen enkel bedrijf verwacht een prijsdaling.
Dit blijkt uit de conjunctuurmeting in de bouwnijverheid van juni 2026 van het Economisch Instituut voor de Bouw. Deze meting wordt uitgevoerd in opdracht van de Europese Commissie. Aan de conjunctuurmeting verlenen ongeveer 250 hoofdaannemingsbedrijven met meer dan tien personeelsleden hun medewerking.
