Zomerserie: Die ándere... Dorpsstraat

Deze zomer legt PropertyNL gelijknamige straten in verschillende plaatsen naast elkaar. Die éne kennen we wat beter dan de andere, maar wat heeft die andere dan te bieden? De Dorpsstraat laat in Nunspeet en Zoetermeer zien dat het de winkelstraat is van het verleden - maar wél eentje met toekomst.

De Dorpsstraat: van oudsher een van de meest voorkomende straatnamen in Nederland. Veel centraler werd het vroeger niet in een dorp. Bij de naam denk je onwillekeurig aan een kerktoren die ergens boven de daken uitsteekt, een ambachtelijke bakker, een slager, een drogist, een paar terrassen en een rij geparkeerde fietsen. De Dorpsstraat is in veel plaatsen de straat waar vroeger alles gebeurde. Maar de dorpen van toen zijn sterk veranderd. Hoe blijft die centrale (winkel)straat van weleer staande in de moderne wereld? 

Nunspeet: nog steeds het centrum 

De straat waar alles gebeurt: zo is het eigenlijk nog steeds in Nunspeet, dorp met zo’n 30.000 inwoners midden in de bible belt, waar in het seizoen de Veluwe-toeristen langs de etalages wandelen. Winkelketens als Hema, Bruna, Kruidvat, Intersport en Scapino zijn er nog altijd gevestigd en maken de straat het kloppend winkelhart van de gemeente. Herberg en voormalige stalhouderij De Roskam staat er nog altijd; daar begon de grote dorpsbrand van 1855 die een groot deel van de Dorpsstraat in de as legde. Pas daarna, na de aanleg van de spoorlijn Amersfoort-Zwolle, kreeg de straat de functie van centrale winkelstraat. En die functie is nog altijd ongewijzigd: alles concentreert zich in en om de Dorpsstraat.

Zoetermeer: een nieuwe functie

Maar dat is op veel plekken niet meer vanzelfsprekend. In Zoetermeer vind je de Dorpsstraat ook, maar daar is het verhaal heel anders. De straat ontstond in de 13e eeuw en vormde gaandeweg de grens tussen het rijke Zoetermeer en het armere Zegwaard, dat bijna een eeuw geleden in de buurgemeente is opgegaan. Tot in de jaren 60 was de Dorpsstraat net als in Nunspeet de hoofdader van het dorp, met kleine winkels, cafés en woonhuizen.

Toen kwam de metamorfose, ingegeven door de nominatie tot groeikern. Zoetermeer ging de stijgende vraag naar woningen in Den Haag opvangen en dijde in enkele tientallen jaren uit van een dorp met 10.000 naar een stad van meer dan 100.000 inwoners. Nu wonen er meer dan 130.000 mensen.

Dat zijn aantallen die de Dorpstraat niet aankan. In plaats van slopen of uitbreiden koos de gemeente voor verplaatsing van het economische centrum: er verrees een nieuw Stadshart temidden van de nieuwe woonwijken. Dat Stadshart bood iets wat de historische Dorpsstraat niet kon leveren: grote winkeloppervlakten, overdekte passages, parkeergarages en ruimte voor landelijke ketens.

De Dorpsstraat raakte zijn centrale positie kwijt, maar dat betekende niet het startsein voor leegstand en verpaupering, integendeel. De gemeente probeerde niet de historische winkelstraat koste wat kost overeind te houden als concurrent van het nieuwe Stadshart, maar besloot de Dorpsstraat een andere identiteit te geven: niet die van de plek met de meeste winkels, maar juist de plek met de meeste sfeer.

Van winkel- naar verblijfplek 

Alleen: hoe doe je dat? Zonder winkelpubliek is de sfeer ver te zoeken en leegstand trekt leegstand aan. De oplossing zit ’m in het verleggen van het accent naar horeca, speciaalzaken, cultuur en (de al aanwezige) monumentale panden. De Dorpsstraat werd minder een plek om doelgericht te winkelen en meer een plek om te verblijven. Met net als in Nunspeet een Kruidvat, maar ook een vestiging van het chique Maison Kelder naast 15 hippe koffie- en lunchtentjes, 11 restaurants, 12 haar- en barbershops en 11 wellnesszaken. Om maar wat te noemen.

Zo’n verschuiving speelt in Nunspeet niet. Daar ligt het accent op concentratie: de straat als compact kernwinkelgebied. Liever een kleiner centrum dat bruist dan een groot gebied met leegstaand. Ondanks die verschillen bewegen beide Dorpsstraten echter dezelfde kant op. Want ook de gemeente Nunspeet zet niet louter in op retail en besteedt in de centrumvisie net zo veel aandacht aan verblijfskwaliteit, evenementen, vergroening en horeca. Bezoekers moeten niet alleen iets kopen, maar ook een reden hebben om langer te blijven.

De Dorpsstraat staat daarmee zowel in Zoetermeer als in Nunspeet symbool voor de landelijke ontwikkeling die van winkelen een totaalervaring maakt. De bezoekersaantallen alleen zijn niet meer leidend; functiemenging is de nieuwe norm. Wonen, horeca, cultuur, dienstverlening en detailhandel moeten elkaar versterken met als ultieme doel dat het centrum een plek wordt waar mensen graag tijd doorbrengen. Een straat die het alleen nog van retail moet hebben, is kwetsbaar.

De Dorpsstraat staat sterk

Daarom staat de historische Dorpsstraat sterk: die hoeft geen A1-locatie meer te zijn om waardevol te blijven, als de straat zich met zijn authentieke karakter maar blijft onderscheiden van de grote winkelcentra. Dat vergt uiteraard wel investeringen in kwaliteit, bereikbaarheid en een aantrekkelijk ondernemersklimaat.

En in veiligheid, zo is de visie van zowel Nunspeet als Zoetermeer. Eind vorig jaar kondigde de Veluwse gemeente mede door de opkomst van de razendsnelle e- en fatbikes een fietsverbod af tussen 8 uur ’s ochtends en 6 uur ’s avonds; Zoetermeer voert sinds juni een vergelijkbaar beleid onder het mom ‘Winkels open = lopen’. Daar is het laatste woord nog niet over gezegd: de ondernemers vrezen een dalend bezoekersaantal en een slechtere bereikbaarheid en hebben protest aangetekend.