Het zag er de afgelopen weken slecht uit voor de noordelijke provincies. Na de aangekondigde bezuinigen op onderhoud van de infrastructuur in Noord-Nederland, was de komst van de Nedersaksenlijn plotseling onzeker. Het nieuwe spoortraject lijkt er nu toch te komen.
De spoorlijn die de stad Groningen via Stadskanaal met Emmen en Enschede moet verbinden, is al zeker tien jaar onderwerp van gesprek. Dan komt de verbinding er niet, dan weer wel, dan weer niet, maar de afgelopen twee jaar stonden alle seinen op groen. Toch dreigde minister Vincent Karremans (Infrastructuur en Waterstaat) onlangs aan de noodrem te trekken. De minister wil alle infrastructuur-budgetten opnieuw verdelen, waarbij bestaand onderhoud voorrang krijgt boven nieuwe aanleg. Het kabinet wil daarnaast infrastructurele projecten binnen een objectief puntensysteem beoordelen. Daarmee zijn ook alle toezeggingen voor de Nedersaksenlijn ‘niet heilig meer’, zoals Karremans het eind september verwoordde.
Met een tekort van maar liefst € 80 mrd voor infrastructurele projecten in de komende vijftien jaar, moet het kabinet keuzes maken. Volgens de politieke redactie van RTL Nieuws, die zich baseert op bronnen uit Haagse, blijft het sein voor de Nedersaksenlijn echter op groen staan. Vrijdag presenteren Karremans en staatssecretaris Annet Bertram de definitieve lijst met projecten die doorgaan en afvallen. Eerder wil de minister niet reageren.
Het Rijk publiceerde in 2024 een MIRT-onderzoek (Meerjarenprogramma Infrastructuur, Ruimte en Transport), daaruit blijkt dat het noordelijk spoortraject een economische meerwaarde heeft voor de regio. Het Rijk heeft ongeveer € 2 mrd gereserveerd en de regio heeft € 50 mln toegezegd voor de aanleg van het spoor. Alleen de structurele kosten voor beheer en onderhoud, geraamd op € 25 mln tot € 40 mln per jaar, zijn nog niet gedekt. Voormalig staatssecretaris van Infrastructuur en Milieu Thierry Aartsen gaf vorig jaar in Emmen het startsein voor de Nedersaksenlijn.
Het mogelijk afblazen van de spoorverbinding kwam de afgelopen weken voor Noord-Nederland als een klap, nadat eerder bekend werd gemaakt dat beloofde infraprojecten niet doorgaan. ‘Ik ben redelijk boos en zag de bui al hangen’, gaf Erik Jan Bennema, gedeputeerde van de provincie Groningen, in het Dagblad van het Noorden aan. ‘Als al het geld voor onderhoud is uitgegeven, is de vraag wat er nog overblijft.’
Flessenhals
In principe is de Nedersaksenlijn deels een hersteltraject. Tot 1950 reden verschillende spoorwegmaatschappijen tussen Veendam, Stadskanaal en Musselkanaal. Daarna werd het spoor gebruikt voor goederenvervoer, om uiteindelijk vanaf de jaren ’90 als museumspoorlijn STAR (Stadskanaal Rail) door te rijden. Een belangrijke ingreep is dan ook het herstel of de nieuwe aanleg van rails tussen Veendam, Stadskanaal en Musselkanaal en het doortrekken naar Emmen. In totaal gaat het om een traject van pakweg 50 kilometer.
Hoe belangrijk is dat stukje spoor voor het Hoge Noorden? Martijn Dadema, gedeputeerde van de provincie Overijssel (Mobiliteit), wijst onder meer op de beruchte flessenhals tussen Meppel en Zwolle. Als dit spoorwegknooppunt is verstoord, hebben de noordelijke provincies geen treinverbinding meer, aangezien alles via dat traject loopt. ‘We hebben afspraken gemaakt’, meldde Dadema eind september aan het ANP. ‘Niet alleen over de Nedersaksenlijn, maar ook over de flessenhals op het spoor tussen Zwolle en Meppel en de aanpak van onze N-wegen. Dat is niet uit luxe, maar om de leefbaarheid en veiligheid op orde te houden. Met deze budgettaire spanning is het voor het kabinet heel lastig om afspraken na te komen. Maar onderschat niet wat voor gevolgen dat gaat hebben voor de relatie tussen overheid en burger.’
Op de barricades
Intussen staan ook ondernemersorganisaties en onderwijsinstellingen uit Noord-Nederland op de barricades voor de Nedersaksenlijn. Ze roepen het kabinet op om eerdere afspraken na te komen. Het spoortraject is van nationaal belang, zo stelt een coalitie van ondernemers en scholen. Volgens de partijen biedt de verbinding in combinatie met gebiedsontwikkeling ruimte voor minimaal 10.000 woningen en 15.000 nieuwe arbeidsplaatsen. Het MIRT-onderzoek onderstreept de voordelen voor de regio. De onderzoekers spreken van een vliegwiel voor sociaaleconomische ontwikkeling. De Nedersaksenlijn is volgens hen de schakel tussen onderwijs, arbeidsmarkt, wonen en toerisme in de regio.
Groningse mbo-instellingen hameren op de bereikbaarheid van scholen en de verbinding tussen studenten. ‘Een studie moet financieel haalbaar en fysiek bereikbaar zijn’, zegt Wim Moes voorzitter van het College van Bestuur van het Alfa-college, een onderwijsinstelling met zo’n 11.000 studenten, tegen Omroep Organisatie Groningen. ‘Waar een jongere ook van droomt, wij willen die droom mogelijk maken. De Nedersaksenlijn is in dat opzicht het ontbrekende puzzelstuk. Daarom kiezen wij voor het realiseren of uitbreiden van schoollocaties op strategische locaties, waar bus- en regionale treinverbindingen samenkomen.’
Het onderwijs in de provincie concentreert zich in de stad Groningen, wat gezien aansluiting op het OV een logische keuze is. Het zorgt er evenwel voor dat kleinere Groningse gemeenten hun perspectief verliezen. Moes: ‘Als wij vertrekken uit Veendam of Stadskanaal, tast dat de lokale bedrijvigheid en de leefbaarheid aan. Ondernemers komen dan niet meer in aanraking met de nieuwe vakmensen die wij opleiden. De regio verandert dan in een monocultuur waar mensen alleen nog maar wonen in een stapel stenen. Dat kan niet de bedoeling zijn.’
