Nederlanders laten hun geld rollen op de Spaanse woningmarkt

Een revolutie aan de Spaanse Costa’s. Van alle tweedehuizenkopers in de regio vormen niet langer Britten de grootste groep, maar Nederlanders. Zij kochten in een jaar tijd 6289 Spaanse woningen waar ze niet zelf in zijn gaan wonen, waarvan ongeveer de helft in de regio Alicante. ‘Nederlanders zijn goed voor de lokale economie, ze geven meer uit dan Britten of Fransen.’

 

Ze bestaan nog wel, Nederlanders die na te zijn geland op de luchthaven van Alicante in de aankomsthal op zoek gaan naar hun vakantiehostess. Maar de tijd dat de meeste Nederlanders naar de Costa Blanca kwamen voor een klassieke hotelvakantie is voorbij. Op de luchthaven van Alicante staan tegenwoordig meer medewerkers van valetparkingbedrijven op Nederlanders te wachten dan bussen die ze naar hotels brengen.

‘Als je niet aan de uniformen ziet wie buschauffeur is en wie werkt voor een valetparking, ga dan maar achter degene aan die de meeste rinkelende sleutels heeft’, lacht Angel Barrachina, terwijl hij twee sleutelbossen op zijn handpalm laat balanceren. ‘Ik heb een toffe baan die hier vroeger bijna niet bestond. Zo meteen breng ik een auto voor een apk-keuring naar een garagebedrijf in de buurt. Nu ga ik er eerst een ophalen van het parkeerterrein. De eigenaar landt over een kwartier.’

Londen, Manchester, Amsterdam

Van elke honderd Nederlanders die vorig jaar de regio Alicante/Valencia bezochten, gingen er 44 naar een tweede huis, ontdekte het regionale toerismebureau. Uit een vorig jaar door dat bureau uitgevoerd onderzoek bleek dat 21,7% van de Nederlanders die in 2025 de regio bezochten, eigenaar is van een tweede woning. 22,0% verbleef zonder daarvoor te betalen in het huis van een familielid of vriend die hen te gast had of ze de sleutels van zijn Spaanse tweede woning had toevertrouwd.

Niet alleen in percentages, ook in absolute aantallen is Alicante voor veel Nederlanders inmiddels synoniem met hun tweede thuis. De meeste passagiers die landen op Alicante komen uit Londen en Manchester; Amsterdam is nummer 3. Op het vliegveld werden vorig jaar ruim 1,2 miljoen Nederlandse passagiers geteld. Dit jaar verwacht de luchthaven meer dan 1,3 miljoen Nederlanders. In 2006 registreerden ze in Alicante nog 327.417 Nederlanders in een heel jaar.

De cijfers van de luchthaven en het onderzoek van het toerismebureau geven samen een indicatie over hoe groot de groep Nederlanders is die een tweede woning heeft in de omgeving van Alicante. Met dergelijke indicaties moeten we het doen. Er worden in Spanje wel regelmatig landelijke en regionale cijfers gepubliceerd over kopers van woningen, maar over verkopers worden geen gegevens bekendgemaakt. Zonder het aantal verkopers te kennen, ontbreekt dus een cijfer over het aantal actuele Nederlandse eigenaren van een woning in Spanje.

Spurt

Over buitenlandse huizenkopers publiceert het Spaanse college van notarissen behalve hun nationaliteit onder meer ook hun gemiddelde leeftijd en gemiddelde koopsommen. Ook meldt het college of de kopers zelf in hun net gekochte huis wonen of dat ze hun Spaanse huis als tweede woning beschouwen.

Dé tweedehuizenbezitter in Spanje was de eerste 25 jaar van deze eeuw Brits. Op afstand volgden Duitsers en Fransen. In 2013 en 2014 was er een tijdelijke piek van Russische kopers. Daarna vielen Zweden een paar jaar op. Nederlanders werden tot 2022 in veel Spaanse statistieken niet eens opgenomen, omdat hun aandeel onder de buitenlandse kopers stabiel laag was: 3% of minder.

Dat is compleet veranderd. Uit cijfers van de Spaanse notarissen blijkt dat vorig jaar 6289 Nederlanders een tweede huis kochten in Spanje. In de tweede helft van 2025 spurtten Nederlanders zowel de Duitsers als de Britten voorbij. Die ontwikkeling is in de eerste vier maanden van 2026 doorgegaan, blijkt uit voorlopige cijfers die deze week bekend werden.

Vier op de vijf woont in Nederland

Vorig jaar werd 44,65% van de huizen in de provincie Alicante gekocht door buitenlanders. Daarbinnen vormden Nederlanders de grootste groep. In de eerste maanden van 2026 is volgens voorlopige cijfers van de Spaanse notarissen meer dan de helft van de verkochte woningen in die provincie op naam van een buitenlander geschreven; 51,26%. Nederlanders stonden in die maanden nog steviger bovenaan dan vorig jaar; ze maakten 13% uit van de groep buitenlandse huizenkopers in Alicante. Van iedere vijf Nederlanders die daar een huis bezitten, wonen er vier het grootste deel van het jaar in Nederland.

51,26% is een gemiddelde. Er zijn dus gemeenten waar het aandeel buitenlanders onder de huizenkopers nog hoger ligt. In de kustplaats Torrevieja is dat 78,6%. In de onder Nederlanders extreem populaire gemeenten Jávea en Altea ligt het percentage buitenlandse kopers op respectievelijk 68,9 en 66,3.

Een andere populaire regio onder Nederlanders is de provincie Málaga, waar ze bijna 12% uitmaken van de groep buitenlandse huizenkopers. Ook daar hebben vier op de vijf Nederlanders het Spaanse huis als tweede woning. In Murcia is 9,5% van alle buitenlandse huizenkopers een Nederlander. Daar hebben volgens de Spaanse notarissen van iedere tien Nederlandse huizenkopers er bijna negen de woning als tweede huis.

Geen boosdoeners

Er is de laatste jaren heel wat af gedemonstreerd in verband met huizen die aan de woningmarkt onttrokken worden, omdat ze via Airbnb worden verhuurd of als tweede woning worden aangehouden. Nederlanders worden in regionale media aan de Spaanse oost- en zuidkust veel genoemd als tweedehuisbezitters die de Britten van de troon stootten, maar in protesten gaat het tot nu toe niet specifiek over Nederlanders als boosdoeners die Spaanse woningzoekenden de toegang tot een woning zouden ontzeggen.

Judit Montoriol Garriga, die zich als onderzoeker bij het economisch bureau van CaixaBank bezighoudt met de Spaanse woningmarkt, denkt te weten hoe dat komt. ‘Nederlanders besteden meer dan Britten als ze een huis kopen in Spanje. Gemiddeld geven Nederlanders meer dan €300.000 uit aan hun Spaanse woning en ze nemen daar relatief weinig hypotheek op. Mensen die een dergelijk bedrag neertellen en geen of lage hypotheeklasten hebben voor hun tweede woning, kunnen in de omgeving van hun tweede huis meer uitgeven. Nederlanders geven over het algemeen meer uit dan Britten of Fransen.’

Hybride wonen

De Nederlandse tweedehuizenkoper is gemiddeld rond de 45 jaar en is hoofdzakelijk op zoek naar een woning die direct bewoonbaar is in een kustgebied of rustige landelijke omgeving. Het liefst willen Nederlanders een woning met een terras. Verder is het belangrijk dat het huis energiezuinig is en dat het vooral niet in Nederland staat, omdat deze groep dan meer belasting in box 3 zou moeten betalen voor die tweede woning.

Montoriol: ‘We herkennen dat Nederlanders die sinds 2022 huizen kopen in Spanje dat voor het grootste deel doen omdat ze hun tweede huis als pensioenvoorziening zien en die in Spanje veiliger achten dan in Nederland. Maar dat wil niet zeggen dat ze hun woning alleen als passieve belegging hebben. De woning in eigen land blijft voor de meesten hun belangrijkste huis, maar als ze eenmaal een huis in Spanje hebben, ontwikkelen velen een vorm van hybride wonen tussen beide plekken. Door dat hybride model veranderen ze de economie van het gebied waar ze hun tweede huis hebben. Dat is goed voor de regio waar het huis staat en ook voor de woningbezitter zelf. Een huis op een plek waar de economie goed draait, stijgt sneller in waarde.’

Krakers

Wel zijn er problemen. Hoe meer Nederlanders een tweede huis willen, hoe verder van de kust ze gaan zoeken. Zo maakte vorig jaar ook de gemeente Xàtiva, op ruim drie kwartier rijden van de Middellandse Zee, kennis met de buitenlandse tweedehuizenkoper. ‘En met krakers’, zegt Silvia De Giorgio, voorzitter van de bewonersvereniging van het dorp. ‘Huizen die vaak leeg staan, trekken krakers aan. Ouderen in Xàtiva voelen zich daardoor minder veilig en willen vaker politie in het dorp.’

In de gemeente Elche, waarbinnen de luchthaven Alicante ligt, brengen de valetparkingbedrijven die als paddenstoelen uit de grond zijn geschoten, honderden nieuwe banen, maar ook overlast. Er is een wildgroei ontstaan aan illegale megaparkeerplaatsen. In de afgelopen weken liet de burgemeester er drie van sluiten.

‘Ze boden samen plaats aan bijna 5000 voertuigen, maar zonder de benodigde vergunningen’, vertelt burgemeester Pablo Ruz van Elche. ‘De uitbaters waren bij herhaling gewaarschuwd, maar gingen toch door. Alle extra verkeersbewegingen gaven overlast en onveiligheid voor mensen die in de buurt wonen.’

Geen vakantievliegveld meer

Vanuit Elche klinkt ook protest tegen plannen om de luchthaven uit te breiden. Tegenstanders van de uitbreiding vrezen een toename van geluid, meer CO2-uitstoot en ruim baan voor privévliegtuigen. Over het aantal privévluchten van en naar Alicante worden geen exacte cijfers gepubliceerd. General Aviation Service, dat veel privévluchten uitvoert tussen Spaanse luchthavens, noemt 2025 een jaar van ‘historische transformatie’ van luchthaven Alicante. ‘Van een overloopluchthaven heeft Alicante zich snel ontwikkeld tot een van de belangrijke knooppunten voor de zakelijke en particuliere luxereiziger.’

Een tweede start- en landingsbaan, zoals bestuurders in de regio willen, komt er niet, heeft de Spaanse minister van verkeer Óscar Puente vorige week besloten. Hij gaf wel toestemming voor uitbreiding van de passagiersterminal, het bouwen van extra vliegtuigslurven en de aanleg van extra ruimte om te taxiën.

De discussie over de tweede baan zal volgens vliegvelddirecteur Laura Navarro zeker terugkomen. ‘We zijn niet meer het typische vakantievliegveld met alleen een paar drukke zomermaanden’, zegt Navarro. ‘Seizoensinvloeden zijn afgevlakt. Sinds twee jaar is er geen enkele maand in het jaar waarin we minder dan een miljoen passagiers verwerken.’

‘Wat je op de luchthaven ziet, zie je in de hele regio hier. De provincie Alicante bestond twintig jaar geleden eigenlijk vooral in de zomermaanden. Vakantiegangers kwamen ineens allemaal tegelijk. Tweedehuizenbezitters komen veel meer gespreid gedurende het hele jaar. Ze geven hun geld niet alleen uit in hotels en op het strand, maar in lokale supermarkten, bij kleine middenstanders, in de culturele sector, in goede restaurants. De economie draait nu het hele jaar. Dat is winst voor iedereen.’

Woningcrisis

In de Spaanse politiek is de discussie over de buitenlandse tweedewoningbezitter minder prominent dan een jaar geleden. In het in juli verschenen jaarverslag van de Spaanse Nationale Bank noemt bankpresident José Luis Escrivá de buitenlandse tweedehuizenbezitter niet meer als een van de hoofdredenen voor de Spaanse woningcrisis. Dat terwijl het aantal mensen dat vergeefs naar betaalbare woonruimte zoekt nog net zo groot is als een jaar geleden.

In plaats van te focussen op een teveel aan tweede huizen, richt Escrivá de blik nu op een tekort aan nieuwgebouwde huizen. Dat bijbouwen stroef gaat, komt volgens hem door gebrek aan coördinatie tussen betrokken overheden, te veel bureaucratie, vertragende regeldruk en een dalende productiviteit van bouwvakkers. ‘De arbeidsproductiviteit in de Spaanse bouw neemt af, met 13% sinds 2013.’

Bij het economisch bureau van Caixa Bank denken ze dat de discussie over de Spaanse woningmarkt wat gekalmeerd is. ‘Je kunt hard roepen dat je tegen buitenlanders met een tweede huis bent, maar de grootste groep tweedewoningbezitters in Spanje bestaat uit Spanjaarden’, weet econoom Montoriol Garriga. ‘Naar schatting 14% tot 17% van de Spanjaarden heeft een tweede huis, vaak een familiehuis in een dorp of op het platteland waar weinig mee gedaan wordt. Het is lastig te verkopen dat je daar niet naar kijkt, maar wel naar niet-Spanjaarden die juist een impuls geven aan de lokale economie. Dat is de stand van nu, maar de meer dan 20.000 Nederlanders die sinds 2022 een huis in Spanje kochten weten dat politiek veranderlijk kan zijn.’

Lees het volledige artikel: https://fd.nl/economie/1610881/nederlanders-laten-hun-geld-rollen-op-de-spaanse-woningmarkt

 

 

 

Laatste nieuws

Evenementen