Unlockdown 10: Ollongren moet de overlevenden laten wonen

In de rubriek Unlockdown bericht de hoofdredacteur van PropertyNL, Wabe van Enk, over opmerkelijke facetten van het vastgoed na de crisis. Vandaag de ongemakkelijke consequenties van het virus: minder mensen/minder woningen of minder mensen/meer pensioendekking.

Onder druk van het coronavirus kromp de Nederlandse bevolking de afgelopen maanden, heeft demograaf professor Jan Latten becijferd, en hij wijst op de impact op de – voor corona zo overspannen – woningmarkt.

Minder immigranten en minder gezinnen betekenen minder aanjagers van de woningvraag. Daarom waarschuwt Latten minister Ollongren. In haar laatste Kamerbrief gaat zij uit van ruim een miljoen nieuwe woningen tot 2035. Is dat nog wel nodig? Het aantal sterfgevallen was in de afgelopen tijd hoger dan het aantal geboorten. Natuurlijke krimp, in combinatie met stilvallende migratiestromen, zorgde voor een plotselinge stilstand in de groei van het aantal inwoners.

Latten verwacht dat het aantal geboorten vanaf volgend jaar afneemt, doordat jonge (werkloze) stellen geen huizen kunnen krijgen, en zonder bestaanszekerheid begin je liever niet aan kinderen. Lattens angst is dat het gemiddelde kindertal (in 2019 gezakt naar 1,6) naar 1,4 daalt, zoals in landen als Italië of Japan, waar het aantal sterfgevallen het aantal geboorten zelfs overtreft.

Aan de andere kant zitten de pensioenfondsen. Actuarissen zijn geen mensen voor de barricades. Zij zullen niet op de Dam ageren tegen de almaar hogere levensverwachting, maar in hun hart denken ze: zo’n fitte baby met een drie jaar hogere levensverwachting kost acht procentpunt van de dekkingsgraad van een pensioenfonds. Een man die 65 jaar oud was in 2019 had nog een levensverwachting van 20,3 jaar, terwijl iemand die 65 jaar wordt in 2044 daar bijna drie jaar pensioentrekken bij mag optellen. Waar laat je die rekening?

In september komt ‘het Genootschap’ met een nieuwe prognosetafel voor de komende twee jaar. Wie net als Latten denkt aan een trendbreuk, heeft buiten de actuarissen gerekend. Zij zeggen in het FD dat de huidige sterfte nog geen voorspelling toelaat. Die zou lager kunnen zijn als bijvoorbeeld veel mensen longschade oplopen, maar ook hoger. Dat is onder actuarissen een bekend voorbeeld van de hongerwinter aan het eind van de Tweede Wereldoorlog. Er overleden meer mensen, maar de gemiddelde levensverwachting van de groep overlevenden steeg.

Dus Latten is met zijn ministersadvies om maar minder huizen te bouwen vanwege de sterftetabel aan de vroege kant. Dat vindt ook het CBS, dat zich best kan voorstellen dat  de levensverwachting voor bepaalde leeftijdscategorieën verandert, maar niet die van de gemiddelde 65-jarige. Voor de overlevenden geldt: willen zij wonen, dan moeten Ollongren zich niets gelegen laten liggen aan Latten.