De Nederlandse praktijk om een waardebepaling door een tweede taxateur te laten toetsen, levert niet alleen betere taxaties op, maar soms ook een goed gesprek.
Nederland is in taxatieland een bijzonder land. Niet alleen omdat wij erin slagen om zelfs een fietsenstalling planologisch complex te maken, maar ook omdat iedere professionele taxatiedienst van een Register-Taxateur in beginsel wordt voorzien van een plausibiliteitsverklaring. Een tweede taxateur kijkt mee en verklaart dat het rapport begrijpelijk, aannemelijk en geloofwaardig is. NRVT omschrijft de plausibiliteitstoets terecht als een instrument tussen vakmanschap en valkuil: bedoeld om vertrouwen te geven in het economisch en maatschappelijk verkeer.
Een extra paar ogen
Het principe is tamelijk uniek. Terwijl in veel landen de taxateur vooral zelf verantwoordelijk is voor zijn oordeel, heeft Nederland een systeem waarin collegiale toetsing structureel onderdeel is van de kwaliteitsborging. Dat heeft nadelen. Het kost tijd, het verhoogt de kosten en het vraagt zorgvuldigheid rondom vertrouwelijkheid, dossierdeling en onafhankelijkheid. Zeker bij gevoelige taxaties of geschillen is het niet altijd vanzelfsprekend dat er nog een externe professional meekijkt.
Toch weegt dat meestal niet op tegen het belangrijkste voordeel: betere taxaties. Althans, als de plausibiliteitstoets daadwerkelijk als vakinhoudelijke controle wordt uitgevoerd en niet als administratieve stempelronde. ‘Onder druk wordt alles vloeibaar’ is een bekende uitdrukking, maar sommige taxateurs hebben die in het verleden iets te letterlijk opgevat. Gelukkig lijkt het ongezien afstempelen steeds minder praktijk. Na ruim tien jaar NRVT mag dat overigens ook wel.
Water waarderen
Onlangs had ik een taxatie van een vreemde eend in de bijt. Die eend was bijna letterlijk, want het betrof een perceel water waarvan de huurwaarde moest worden geschat. Op dat water mochten commerciële activiteiten plaatsvinden, maar van een feitelijke exploitatie was nog geen sprake. De locatie was goed, maar niet top. Referenties waren nauwelijks beschikbaar. Kortom: precies zo’n taxatie waarbij de markt niet netjes een prijslijstje aanreikt.
In zo’n situatie moet de taxateur niet harder gaan roepen, maar beter gaan redeneren. Welke gebruiksmogelijkheden zijn reëel? Welke exploitatiecapaciteit is aannemelijk? Etcetera.
Plausibiliteit als vakgesprek
De waarde van de plausibiliteitstoets bleek hier niet uit een handtekening onderaan het rapport, maar uit het gesprek ervoor. De controlerend taxateur las kritisch mee, stelde scherpe vragen en benoemde onzekerheden die niet konden worden weggepoetst met een nette volzin. Die punten hebben we samen doorgenomen. Op een zaterdagochtend, nota bene, over betrokkenheid gesproken.
Dat is precies waar plausibiliteit voor bedoeld is. Niet als examen, niet als hinderpaal en zeker niet als rituele zegening, maar als professioneel tegenwicht. De vastgoedwereld kent genoeg mensen die menen de wijsheid in pacht te hebben. De praktijk leert dat goede taxaties juist beter worden van twijfel, tegenspraak en collegiale scherpte.
Een goede taxateur durft zich dus kwetsbaar op te stellen. Kijk eens verder dan de collega aan het bureau naast je. Soms zit de beste verbetering een paar straten verderop, of enkele steden verder.
En ja, sommige banken schrijven daar weer eigen regels over, die de kwaliteit niet altijd bevorderen. Maar wie ben ik? Slechts een eenvoudige taxateur met een vreemde eend in het water. Gelukkig zwemt die eend na een goede plausibiliteitstoets meestal een stuk rechter.
De kunst van het taxeren
Taxeren is een vak apart. Joost Gijsbers van Stima Valuation & Advisory, een bureau voor complexe waarderingsvraagstukken, legt elke maand aan de hand van een voorbeeld uit waar een taxateur tegenaan kan lopen.
Gepubliceerd in PropertyNL Magazine nr. 7, 3 juli 2026
