Positieve afdronk van beurs onder onzeker gesternte

Kloven overbruggen was het thema van de Provada. Maar de beurs stond ook nadrukkelijk in het teken van vernieuwing, met vertrouwde gezichten die hun laatste kunstje deden en nieuwe gezichten die voor het eerst hun opwachting maakten.

Gepubliceerd in PropertyNL Magazine nr. 7, 11 juli 2025

Als beursorganisator heb je veel in de hand, maar niet het weer en de stakingsbereid van het personeel van de spoorwegen. Wat dat laatste betreft hing voor de openingsdag van de Provada de staking in Noord- en Oost-Nederland al een tijdje in de lucht. Het zorgde er tijdens de eerste dag voor dat het op het oog iets rustiger was dan in voorgaande jaren, in het bijzonder bij de stands van de grote gemeenten en die van het ministerie. Een logische verklaring is het feit dat (rijks)ambtenaren vaker met de trein reizen en er haast onmogelijke toeren moesten worden uitgehaald om alsnog met vervangend vervoer bij de RAI te geraken.

Trap na
Desalniettemin ging de 21ste Provada ook dit jaar op tijd van start, waarbij de openingsbel werd geluid door Liesbeth Spies, directeur van corporatiekoepel Aedes. Spies, die 13 jaar geleden ook al eens de beurs opende toen zij namens het CDA minister van Wonen was, gaf nog even een trap na aan de PVV van Geert Wilders door te stellen dat ze blij was met de val van het kabinet. Daarmee doelde ze concreet op het voorstel van de PVV om de huren in corporatieland voor twee jaar te bevriezen, waarna de corporaties direct moord en brand schreeuwden. Nog geen dag na de val van het kabinet bleken de gebeden van Spies verhoord en trok minister Keijzer het voorstel in. Volgens Spies zijn ‘polderen’ en ‘coalities bouwen’ kernkwaliteiten van ons land en zijn ‘corporaties onmisbare schakels om iets te doen aan die ellendige wooncrisis’.

Warm bad
Diezelfde Mona Keijzer maakte als woonminister haar debuut op de vastgoedbeurs. Het zou gelet op haar demissionaire status ook direct haar laatste kunnen zijn, als de formateurs van een nieuw kabinet na 29 oktober een beetje haast maken en de nieuwe club nog voor de zomer van 2026 op het bordes willen hebben staan. De kans dat Keijzer daar weer tussen staat lijkt op voorhand klein, gelet op de peilingen, al kan haar BBB opnieuw nodig zijn om een lastige coalitiepuzzel alsnog mogelijk te maken.
Vooralsnog kan ze terugblikken op een beurs die als een warm bad moet hebben gevoeld. Haar boodschap dat we het met zijn allen moeten doen, met minder regels, en dat (buitenlandse) investeerders niet onnodig moeten worden weggejaagd, viel in goede aarde bij de bezoekers van de beurs. Keijzer nam royaal de tijd om haar visie te delen tijdens een investeringsdebat op het Volkshuisvestingsplein en verscheen daarna stipt op tijd op de stand van PropertyNL, waar ze opnieuw alle tijd nam voor het uitreiken van de Middenhuur Award. Daarbij drukte ze de genomineerden op het hart om vooral aan te geven hoe zij de ontwikkelaars kon faciliteren bij het realiseren van een groeiende stroom middenhuurwoningen.

Charmeoffensief
De private woonsector – de Provada leek dit jaar bijna exclusief over woningen te gaan – was op dat moment nog onwetend dat een meerderheid van de Tweede Kamer de reparatiewerkzaamheden aan de Wet betaalbare huur die Keijzer eerder had voorgesteld via een motie volledig zou afschieten. Tot zover de goodwill die Keijzer had gekweekt en het charmeoffensief richting investeerders.
Mede door de afgenomen belangstelling voor Nederlandse woningen onder de grotere beleggers en mondiale (geo)politieke onzekerheid leek het aantal grote deals dit jaar een stuk kleiner dan in voorgaande jaren. Voor de liefhebbers waren er echter voldoende interessante deals, waaronder vier investeerders voor een fonds voor ouderenhuisvesting van Bouwinvest en een flinke huurdeal voor werkplekconcept Industrious in het Amsterdamse kantoorgebouw The Gent van CBRE IM.
Over het aantal bezoekers had de organisatie sowieso niets te klagen. De organisatie telde in drie beursdagen 27.089 bezoekers, bijna 300 meer dan vorig jaar. Toen werd de beurs bezocht door 26.790 mensen, en ook dat was een recordjaar.

Melchers en Ginter
De Provada stond ook in het teken van afscheid, onder meer van Jos Melchers, directeur gebiedsontwikkeling bij de gemeente Rotterdam. Gewoontegetrouw is de Provada het moment voor Melchers om namens de gemeente te shinen als een van de grootste opdrachtgevers van ons land. Zonder morren schoof de vastgoedman nog op tal van plekken aan om iets te ondertekenen, zijn visie te geven of jurydiensten verlenen, bijvoorbeeld voor de Middenhuur Award van Sustay en PropertyNL. Elders in deze uitgave blikt hij nog één keer terug op zijn kleurrijke carrière in het vastgoed en kijkt hij vooruit. Rotterdam maakte van de beurs gebruik om de opvolger van Melchers, Debbie Ginter, low key bij de markt te introduceren. Het leverde met de kennis van vandaag een unieke eerste foto op van Ginter met de winnaar van de PropertyNL Re-Use Award, de Rotterdamse ontwikkelaar Fullhouse.

Peter Schreuter
Het meest prominente afscheid betrof uiteraard dat van Peter Schreuter, directeur van de Provada-organisatie. Na 20 jaar geeft hij het stokje over aan zijn broer John, die het laatste kunstje van zijn broer aangreep om warm te draaien voor alle plichtplegingen die bij het driedaagse vastgoedfestijn horen. Onder de bezielende leiding van Peter groeide het geesteskind van Flip van Kerkhoven in twee decennia uit tot het grootste vastgoedevenement van Nederland. Redenen te over voor beurseigenaar VMN Media om hem tijdens de laatste dag van de Provada nog eens flink in het zonnetje te zetten, onder meer met videoboodschappen waarin beursbezoekers anekdotes over Schreuter konden delen of afscheid van hem konden nemen. Om 16.00 uur werd er nog één keer getoast op het afscheid van de ceremoniemeester. Opnieuw was het een beurs geweest in roerige tijden, maar mét een positieve afdronk.

Koninvest wint Middenhuur Award met project Vittoria
De West-Brabantse ontwikkelaar Koninvest Vastgoed uit Roosendaal is winnaar van de Middenhuur Award 2025. De prijs – een oversized glimmende beker – werd voor de vijfde maal uitgereikt, dit jaar door minister Mona Keizer. De prijs is een initiatief van Sustay, in samenwerking met PropertyNL.
De prijs werd in ontvangst genomen door directeur Joost Konings van Koninvest Vastgoed, die zichtbaar volschoot. ‘Ik ben verrast. We zijn een kleine, lokale ontwikkelaar. Dit motiveert me enorm om door te gaan.’ Juryvoorzitter Esther Geutink stelde dat het project Vittoria een voorbeeld is voor elke gemeente in Nederland. Dergelijke middenhuurprojecten zijn volgens haar erg belangrijk voor senioren. ‘Middenhuur ontwikkelen is community’s bouwen.’
Koninvest werd met het project Vittoria in Oudenbosch door de vakjury geselecteerd uit 34 inzendingen. Het duurzame wooncomplex omvat 24 middenhuurappartementen, ontwikkeld voor senioren. De opzet en inrichting bevorderen de sociale cohesie en onderlinge relaties tussen bewoners. Er is een gemeenschappelijke woonkamer, een binnentuin met zitjes en de woningen zijn toegankelijk via een inpandige corridor. Deze opzet zorgt voor informele ontmoetingen, zonder in te leveren op privacy.
Vittoria werd door de jury tot uiteindelijke winnaar gekozen, nadat eerst een top-drie was bepaald. ‘Het bepalen van de top-drie was eenvoudig, daarna begonnen binnen de jury de discussies’, vertelt juryvoorzitter Esther Geuting.
Een van de andere topprojecten was Almanak in Utrecht–Leeuwesteyn van CBRE Investment Managers. De tweede kanshebber was het project Hof van Jacob in Haarlem van Zenzo Maatschappelijk Vastgoed.
De onafhankelijke jury bestond uit voorzitter Esther Geuting (Stec Groep), Jos Melchers (gemeente Rotterdam), Jeske de Lint (VRO), Frank Pieper (Sustay), Peter Boelhouwer (TU Delft) en Wabe van Enk (PropertyNL).
De Middenhuur Award is vijf jaar geleden in het leven geroepen door directeur Jimmy Kools van projectontwikkelaar Sustay om het toevoegen van woningen in het middensegment te stimuleren. ‘Het is allemaal wel een stuk lastiger geworden, door de Wet middenhuur en de daarop volgende uittocht van beleggers’, vertelt Kools. Maar het ontwikkelen van middenhuurwoningen lukt nog steeds, met wat Kools grappend ‘de labrador van het middenhuursegment’ noemt: een driekamerwoning van 60 m². ‘Het blijft duwen, trekken en sleuren. Het levert een kleine marge op, maar je hebt grote maatschappelijke impact.’

Expertpanel woningmarkt: ‘Oplossing ligt in guerrillatactiek’
Op de stand van bouwer Van Wijnen debatteerden zes zwaargewichten over oplossingen voor de vastgelopen woningmarkt. Wat hen verbindt: de wil om door te pakken. ‘We moeten stoppen met zeuren en gewoon beginnen.’
Directievoorzitter Ton Hillen van bouwer Heijmans wond er geen doekjes om: ‘Wij hebben 3500 woningen klaarliggen om te bouwen, het wachten is op de afhandeling van bezwaarprocedures. Het individuele belang gaat te vaak boven het collectieve. We nemen de woningzoekende niet mee in het proces.’ Volgens hem moeten bezwaarprocedures drastisch worden ingekort en moet het recht van wonen weer zwaarder wegen dan het recht op uitzicht.
Peter Hutten van Van Wijnen herkende de frustratie, maar wees ook naar de sector zelf. ‘Voor je aan een vergunningprocedure begint, moet je eerst een goed plan hebben. Daar verliezen we vaak de meeste tijd. En ja, het ambtenarentekort speelt ook mee, maar we moeten vooral goed onderbouwde plannen indienen.’
Voorzitter Friso de Zeeuw van adviesgroep STOER – schrappen tegenstrijdige of overbodige eisen en regelgeving – zag vooral winst in de voorfase van projecten. ‘Die duurt gemiddeld zeven jaar. Als je onze adviezen opvolgt, kan dat terug naar 3,5 jaar. Geen extra eisen boven op het bouwbesluit meer: dat scheelt niet alleen tijd, maar ook € 30.000 per woning.’
Ook Nicole Maarsen, bestuurlijk aanjager van innovatie en opschaling van woningbouw bij het ministerie van VRO, pleitte voor meer standaardisatie. ‘Digitalisering en landelijk geldende typegoedkeuring kunnen vergunningsprocedures enorm versnellen. Maar het totaal aan goedbedoelde regels is inmiddels rampzalig voor de voortgang.’
Erik Gerritsen, bestuursvoorzitter van woningcorporatie Ymere, was stellig: ‘Het is geen fysieke crisis meer, maar een systeemcrisis. Niemand is de baas. Maar we kunnen morgen beginnen met bouwen. Haarlem-Westflank, Binkhorst, Merwe-Vierhavens: concrete locaties liggen klaar.’
Hoogleraar Peter Boelhouwer schetste intussen het grotere plaatje. ‘De bevolking groeit harder dan voorspeld, terwijl het aanbod blijft dalen. We hebben een flexibele schil nodig: tijdelijke woningen, hergebruik van bestaande voorraad en veel meer industrialisatie.’
De industrialisatie van de woningbouw biedt volgens de bouwers grote kansen. ‘Onze fabriek in Heerenveen levert duizend woningen per jaar en spaart 1350 bouwvakkers uit’, aldus Hutten. Hillen vulde aan: ‘Met houtbouw realiseren we niet alleen kwaliteit, maar ook snelheid en duurzaamheid.’
De tafel was het roerend eens: de bouwers willen, de techniek is er, de locaties zijn bekend. Wat ontbreekt, is regie. Of, zoals Gerritsen het stelde: ‘We moeten met een guerrilla-aanpak het systeem forceren. En anders beginnen we gewoon een eigen partij.’ Boelhouwer sloot af met een oproep: ‘Dit is geen utopie. We hebben de mensen, de middelen en de noodzaak. Nu nog de politieke moed.’

Fullhouse wint Re-Use Award 2025
Fullhouse heeft de Re-Use Award 2025 in ontvangst genomen voor de beste herontwikkeling. Het gaat om het voormalige scholencomplex Hillehof in Rotterdam-Zuid. Het project leverde 73 duurzame huurwoningen op in een monumentaal pand uit 1923.
Algemeen directeur Iwan de Vries van Fullhouse toonde zich zeer verguld met de erkenning voor het project Hillehof. ‘Vooral de aankoop was zeer spannend’, blikte hij terug. Het scholencomplex aan de Sikkelstraat, Vorkstraat en Ploegstraat stond al jaren leeg voordat Fullhouse het in 2016 aankocht. De transformatie behield de karakteristieke uitstraling van het grootste schoolgebouw dat Rotterdam ooit kende. Het complex biedt nu een mix van midden- en dure huurwoningen, is volledig aangesloten op stadsverwarming en is voorzien van energielabel A of A+. Hillehof draagt bij aan de diversiteit van de wijk en biedt woonkansen voor sociale stijgers in de buurt.
De jury – bestaande uit Hilde Remøy (hoogleraar Vastgoedmanagement TU Delft), Jean Baptiste Benraad (TransformatieTeam), Gerben van Dijk (duolijsttrekker ChristenUnie Rotterdam) en adjunct-hoofdredacteur Robert Paling van PropertyNL – prees de zorgvuldige inpassing in de wijk en het respect voor het erfgoed.
De prijs voor de meeste opgeleverde woningen door transformatie ging naar Nijhuis Bouw in Rijssen, met 271 gerealiseerde woningen in transformatieobjecten. Daarmee nam de winnaar een flinke voorsprong op de nummer 2 en 3, respectievelijk Synchroon met een totaal van 192 en Wonam met 171 woningen door transformatie.
De jury van de Re-Use Awards koos naast Hillehof nog twee finalisten uit de zes genomineerde projecten. Op de tweede plaats eindigde het project Panta Rhei, de transformatie naar 55 sociale huurappartementen van het gelijknamige kantoorgebouw in Culemborg door Clave Vastgoed voor woningcorporatie Kleurrijk Wonen. Het pand staat in de duurzame wijk Eva Lanxmeer. De oorspronkelijke uitstraling van het pand is gehandhaafd, wel zijn er balkons toegevoegd. Er zijn 44 tweekamerappartementen, 8 driekamerappartementen en 3 studio’s gerealiseerd. De principes van circulair bouwen zijn gevolgd, onder meer door zo veel mogelijk van het bestaande gebouw te behouden en alleen elementen te vervangen of toe te voegen die nodig zijn voor de woonfunctie.
Op de derde plaats eindigde het project Ceylonpoort in Haarlem. Hier werd het voormalige hoofdkantoor van uitgeversconcern VNU door Catella en SBB getransformeerd tot 162 huurappartementen. Het aanzicht van het gebouw is aanzienlijk veranderd met het vervangen van de gevels en het aanbrengen van prefabbalkons. Op het gebouw zijn nog eens twee extra verdiepingen met 13 optopwoningen gerealiseerd. Het project Ceylonpoort is onderdeel van de vernieuwing van Centrum Schalkwijk, waar in totaal 3000 nieuwe woningen komen.

Alternatieve financier en verzekeraar bieden ontwikkelaar flexibiliteit
De opkomst van alternatieve financiers vergroot de keuzes en flexibiliteit van vastgoedontwikkelaars. Dat stelt Jenny Noordermeer, advocaat binnen de Banking & Finance-groep van CMS Amsterdam. En een nieuw verzekeringsproduct maakt bouwen zonder onherroepelijke vergunning mogelijk. Tegelijk is bezwaar maken uitgegroeid tot volkssport nummer één.
Doordat banken gebonden zijn aan steeds strengere kapitaaleisen, neemt de belangstelling voor het financieren van risicovollere projectontwikkelingen bij traditionele partijen af. Alternatieve financiers als private equity, family offices en institutionele beleggers zien daardoor een interessante markt ontstaan. Doordat er meer concurrentie tussen deze partijen is, bieden ze vaak aantrekkelijker voorwaarden. Bovendien kunnen ze sneller schakelen, wat volgens Noordermeer aantrekkelijk is bij een project met tijdsdruk. Risico’s ziet Noordermeer echter ook. De leningen zijn vaak wat duurder, hebben kortere looptijden en de zorgplicht die banken kennen is niet van toepassing.
Vastgoed- en verzekeringsspecialist Wessel Loos van verzekeraar Howden werd gevraagd naar de Verzekerde Omgevingsvergunning, een verzekering waarmee ontwikkelaars direct na afgifte van een omgevingsvergunning kunnen starten met bouwen, zonder te wachten tot de vergunning onherroepelijk is. De verzekering dekt vanaf dat moment het financiële risico dat ontstaat als de vergunning later toch wordt vernietigd. In dat geval keert de verzekering een schadevergoeding uit die bijvoorbeeld de kosten van sloop, aanpassing van het bouwwerk of gederfde opbrengsten compenseert. Ook rente- en financieringslasten die tijdens de bouw zijn gemaakt, kunnen onder de dekking vallen.
Hoewel de VOV geen juridische procedures voorkomt of vergoedt, biedt deze wel een belangrijke waarborg tegen de financiële gevolgen van een mogelijke vernietiging van de vergunning. Daarmee is het een waardevol instrument voor ontwikkelaars die snelheid willen maken, zeker bij projecten met een strakke bouwplanning of afhankelijkheid van subsidies of leveringstermijnen.
Projectontwikkeling staat in Nederland steeds meer onder druk door een opeenstapeling van juridische, ruimtelijke en maatschappelijke obstakels. Volgens Alexander IJkelenstam, bestuursrechtadvocaat bij CMS, zijn de vertragingen in vergunningverlening en procedures inmiddels structureel. ‘Bezwaar maken is volkssport nummer één geworden’, stelt hij. ‘Mensen worden via e-mail en officiële bekendmakingen bijna aangespoord om bezwaar te maken.’
De stapeling van regelgeving maakt het bovendien steeds complexer. IJkelenstam wijst op geluidseisen, stikstofregels en Europese richtlijnen die projecten vertragen of stilleggen. ‘Nederland is vol, en dat maakt het niet makkelijker. Elke vrachtwagen in een distributiecentrum moet akoestisch worden verantwoord.’
Volgens IJkelenstam is het tijd voor fundamentele wetswijzigingen. Hij pleit voor het vergroten van het procesrisico: laat bezwaarmakers betalen voor hun procedure om de drempel te verhogen. ‘Het zou goed zijn als mensen eerst nadenken: heb ik echt een bezwaar? In het civiele recht is het normaal dat proceskosten worden verhaald op de verliezende partij, waarom niet bij bestuursrecht?’
De uitkomst van procedures staat of valt met de voorbereiding door projectontwikkelaars. ‘Doe je huiswerk goed. Laat een gerenommeerd bureau je stukken opstellen en gok niet met halve gegevens. Als je stevig staat, kun je bezwaarprocedures beter doorstaan.’

Amerikaanse huurmarkt is een spiegel voor Nederland
Partner Taco Ulrich van Westplan Investors kent de woningmarkt in de Verenigde Staten als zijn broekzak. Al jaren ontwikkelt hij er huurwoningen, met name in de zuidelijke staten. Hij hield de Nederlandse vastgoedsector een spiegel voor. ‘In Nederland hebben we het over een huurmarkt, maar die bestaat feitelijk niet. Prijsvorming door vraag en aanbod ontbreekt hier volledig.’
Volgens Ulrich is de Amerikaanse woningmarkt dynamischer en schokbestendiger. ‘Welke president er ook zit: mensen hebben huizen nodig. En omdat het echt een markt is, reageren prijzen direct op aanbod en vraag.’ Dat mechanisme leidt ertoe dat huren in sommige regio’s juist dalen, terwijl salarissen stijgen. ‘Het is er nu betaalbaarder dan ooit om te huren, terwijl overstappen naar koop financieel onaantrekkelijker is geworden.’
Die flexibiliteit heeft ook een maatschappelijke kant, stelt hij. ‘In Amerika is je woning sterk verbonden met je werk. Verlies je je baan, dan verhuis je. Er is geen sociaal vangnet dat je beschermt in je woning. Dat dwingt tot mobiliteit, maar zorgt ook voor een enorme keuzevrijheid.’ Ulrich wijst erop dat het in steden als Atlanta mogelijk is om binnen een dag een woning te vinden, passend bij je budget. ‘Dat is in Nederland ondenkbaar.’
Opvallend is de regionale spreiding van groei in de VS. Ulrich spreekt over de ‘smile’ – een boog van groeiregio’s die loopt van Seattle via Texas naar Florida. ‘Daar zit het geld, de werkgelegenheid, de bevolkingstoename. Vastgoed groeit daar waar de economie groeit.’ Westplan is actief in de staten aan de zuidoostkant van de smile.
Als Nederlandse ontwikkelaar opereert Westplan in Amerika als lokale speler. ‘We zijn gewoon een Amerikaanse club, met als verschil dat we minder risico nemen. Amerikanen vinden ons daarom laf, maar het stelt ons in staat om stabiel te groeien.’
Ulrich is kritisch over het Nederlandse woningbeleid. ‘Al ruim tachtig jaar beschermen we huurders, met als gevolg dat er nauwelijks aanbod bijkomt. In de VS zie je dit ook: zodra je ergens huurregulering invoert, trekken ontwikkelaars zich terug.’ Hij pleit dan ook voor een fundamenteel andere benadering.
Samenwerking tussen overheid en ontwikkelaars is volgens hem essentieel. ‘In de VS denken gemeenten mee: je betaalt als belegger minder of zelfs helemaal geen belasting als je woningen tien jaar vasthoudt. In Nederland lijkt het wel alsof ontwikkelaars vooral worden tegengewerkt.’
Zijn boodschap komt niet voort uit eigenbelang, stelt Ulrich. ‘Ik woon hier. Mijn kinderen groeien hier op. Natuurlijk is het beleid dat werd ingezet door Hugo de Jonge gunstig voor ons als Amerikaanse belegger; er komt nu meer kapitaal beschikbaar voor investeringen daar. Maar ik wil dat Nederland gewoon een goed functionerende huurmarkt krijgt. Laten we leren van wat elders prima werkt.’

Renovatie Tweede Kamer: ‘Eerlijk geld voor eerlijk werk’
Het is een van de meest besproken bouwprojecten van Nederland: de renovatie van het Binnenhof. Het werk in het gebouw van de Tweede Kamer wordt uitgevoerd door de TBI-combinatie JP van Eesteren (bouw), Croonwolter&dros (technische installaties) en Nico de Bont (restauratie).
Er wordt gewerkt met een kostenplus-contract, om zoeken naar meerwerk te voorkomen. ‘Dat is efficiënter voor opdrachtgever én bouwer’, zegt programmadirecteur Binnenhofrenovatie Peter van Leeuwen van het Rijksvastgoedbedrijf. ‘We krijgen eerlijk geld voor eerlijk werk’, bevestigt directeur Mark van Wordragen van Croonwolter&dros.
Croonwolter&dros is samen met twee TBI-zusterondernemingen verantwoordelijk voor het werk aan de Tweede Kamer. ‘Het project is een puzzel met 4000 kamers. Voor elke ruimte wordt bedacht waar we leidingen wegwerken’, zegt Van Wordragen. De renovatie zal op zijn vroegst eind 2028 gereed zijn. Eind dit jaar komt er een geactualiseerde planning. ‘De puzzel is bijna gelegd, zodat er nu zicht komt op een nieuwe planning.’
Duurzaamheid is belangrijk. ‘We hergebruiken zoveel als mogelijk en plaatsen duurzame installaties. En deuren en historische plafonds worden gerenoveerd. Een label plakken heeft geen zin als het oudste gebouwdeel 800 jaar is, maar duurzaamheid staat voorop’, zegt Van Wordragen. Het overgrote deel van de werkzaamheden wordt elektrisch uitgevoerd. ‘Alleen als er echt geen elektrisch alternatief is, dan werken we met diesel. Maar wel diesel met een filter’, zegt Van Leeuwen.
Het werken met elektrische machines scheelt ook in de geluidsoverlast die omstanders ervaren. ‘Je hoort echt bijna niets’, vertelt Van Wordragen. Het personeel van de aannemers komt naar de bouwplaats met het OV of een elektrische auto. Tot aan het interne transport toe is alles geëlektrificeerd. Het vergt wel extra planning, stelt hij. ‘We hebben eerst overal kabels naartoe moeten trekken, voor het opladen.’
Veiligheid en beveiliging staan ook centraal in de werkzaamheden. Voor Croonwolter&dros is dat vertrouwd terrein. ‘Ook op andere plekken werken we aan de digitale en fysieke beveiliging van de overheid’, vertelt Van Wordragen. Zowel de Tweede als de Eerste Kamer krijgt een nieuw entreegebouw, waarin het publiek via een eigen ingang naar binnen wordt geleid. Van Leeuwen: ‘We zoeken een zorgvuldige balans tussen de veiligheid van gebruikers en bezoekers en de openheid die hoort bij een parlementaire democratie.’
Dat het renovatieproject soms op onbegrip stuit bij burgers, wordt door programmadirecteur Van Leeuwen bestreden. ‘Tijdens de Dag van de Bouw hebben we op twee dagen 10.000 bezoekers door het project rondgeleid. De bezoekers worden enthousiast als ze zien wat we aan het doen zijn. De omvang kun je moeilijk in woorden uitleggen. Bij hen zag ik het kwartje vallen zodra ze de complexiteit van het project in het oog kregen. ‘Nu snap ik het pas’, hoorde ik veel mensen zeggen.’

Slim, zuinig en toekomstbestendig vastgoedbeheer
Tijdens een goedbezochte sessie presenteerde Croonwolter&dros gebouwbeheer op afstand: een online systeem dat via een webportal volledige vastgoedportefeuilles – zoals de 170 panden van de gemeente Utrecht – op afstand monitort, aanstuurt én optimaliseert. Inmiddels maken 12 grote organisaties er dagelijks gebruik van.
‘Het maakt niet uit welke gebouwbeheersystemen je hebt – onze portal verbindt ze met elkaar’, lacht projectleider Brahim Larrassi, die aan de hand van de portefeuille van de gemeente Utrecht live demonstreerde hoe storingen realtime zichtbaar zijn en in 80% van de gevallen al op afstand worden verholpen. ‘Wij voorkomen onnodige drukte op de Nederlandse wegen.’
Ook de digitale verbindingen die voor het systeem nodig zijn worden door Croonwolter&dros aangelegd. ‘De klant hoeft dus geen infrastructuur of specialistische kennis in huis te hebben. Dit maakt het allemaal laagdrempeliger. En door standaardisatie kunnen we makkelijk en snel locaties toevoegen.’
Energieadviseur Dannieke Peek toonde hoe datagedreven inzichten leiden tot besparingen: ‘Zonder meten geen weten – we vertalen ruwe verbruiksdata naar gerichte optimalisaties in gebouwen.’ Zo ontdekte Peek bij een gymzaal dat het gasverbruik al vóór 6 uur ’s ochtends piekte, terwijl er volgens het rooster pas veel later sporters zouden komen. Ze adviseerde daarom de kloktijden en setpoints in het gebouwbeheersysteem beter af te stemmen op het daadwerkelijke gebruik van het pand. Deze datagedreven aanpak levert de gemeente Utrecht niet alleen lagere energiekosten op, maar ook minder CO2-uitstoot en een verbeterd comfort voor gebruikers.
Vervolgens plaatste haar collega-energieadviseur Marieke Rouvoet deze aanpak in een bredere context: ‘Future Proof gaat verder dan Paris Proof – het houdt rekening met bredere uitdagingen als geopolitieke afhankelijkheid, circulariteit en het comfort en de gezondheid van gebouwgebruikers. We maken gebouwen klaar voor 2050 en verder, met stappen die nu al iets opleveren. Dus direct resultaat en een langetermijnvisie ineen, met de flexibiliteit om bij te sturen waar dat nodig is.’

img
Adjunct-hoofdredacteur
Profiel