Op de eerste dag van Expo Real probeert Nederland buitenlandse beleggers opnieuw te verleiden tot woninginvesteringen. Maar Europa heeft inmiddels meer problemen die om privaat kapitaal vragen.
Wie maandag over Expo Real 2026 loopt, kan moeilijk volhouden dat de vastgoedsector is uitgestorven. De gangen van de Messe München zijn vol en aan blauwe pakken opnieuw geen gebrek. De organisatie rekende vooraf op zo'n 40.000 deelnemers voor de drie beursdagen. Nieuw is dat vastgoed het podium nadrukkelijk moet delen met infrastructuur.
Ook Nederland heeft weer een forse afvaardiging naar München gestuurd. Bij de stand van Holland Metropole is het een komen en gaan van gemeenten, ontwikkelaars, beleggers en andere vastgoedprofessionals. Het samenwerkingsverband is met 39 publieke en private partners op de beurs aanwezig.
Elanor Boekholt-O'Sullivan
Daar verscheen maandag ook woonminister Elanor Boekholt-O'Sullivan. Zij schoof onder meer aan bij een sessie over het mobiliseren van internationaal pensioenkapitaal voor de Europese woningbouw. Het aantrekken van internationale beleggers is een expliciet onderdeel van haar strategie om de Nederlandse woningbouw weer op gang te krijgen.
Daarom wordt in München met hernieuwd enthousiasme uitgedragen dat Nederland een prima land is om in woningen te beleggen. Dat verhaal klinkt inmiddels een stuk beleggersvriendelijker dan enkele jaren geleden.
Niet iedereen op de beursvloer is meteen overtuigd. ‘We benadrukken meer dat Nederland nog steeds een goede residentiële markt heeft om in te investeren’, aldus een marktpartij. ‘Maar aan het eind van de dag denkt die buitenlandse investeerder daar toch anders over. De stapeling van én de Middenhuurwet én de Wet regie én de fiscaliteit heeft zijn uitwerking niet gemist.’
Allocatie naar elders?
Dat wil niet zeggen dat het gras elders in Europa zoveel groener is. De wooncrisis beperkt zich allang niet meer tot Nederland. In veel grote Europese steden staat betaalbaarheid hoog op de politieke agenda en worden beleggers eveneens aangekeken als veroorzaker van problemen die ze volgens de vastgoedsector juist zouden kunnen helpen oplossen.
De concurrentiestrijd om kapitaal gaat daarom inmiddels verder dan de vraag of een woningbelegger beter in Amsterdam, München, Madrid of Londen terecht kan.
Dat wordt op deze Expo Real opvallend zichtbaar met de introductie van InfrastructureNow. Voor het eerst heeft investeerbare infrastructuur een eigen podium op de beurs. Het gaat daarbij om energie-infrastructuur, datacenters en digitale netwerken, sociale infrastructuur en zelfs vastgoed en infrastructuur voor defensie. Wereldwijd is volgens de cijfers die Expo Real aanhaalt tot 2040 zo'n $ 94.000 mrd aan infrastructuurinvesteringen nodig. De overheid kan die rekening onmogelijk alleen betalen.
China wacht niet
Hoe urgent dat wordt, bleek tijdens een presentatie van Dr. Marc Schürch, verantwoordelijk voor internationale investeringen in duurzame energie bij Swiss Life Asset Managers. Zijn boodschap was weinig geruststellend: Europa heeft niet alleen een energietransitie te financieren, maar dreigt in die transitie economisch achterop te raken bij met name China.
De opmars van AI en datacenters maakt het probleem alleen groter. Volgens Schürch verbruiken datacenters wereldwijd momenteel circa 415 TWh elektriciteit en kan dat richting 2030 meer dan verdubbelen. Tegelijkertijd kampt Europa met relatief hoge energieprijzen, onvoldoende eigen energiebronnen, trage vergunningverlening en een energiesysteem waarin grote investeringsprojecten moeilijk van de grond komen.
China pakt het anders aan. Waar Europa volgens Schürch ongeveer 1.100 GW geïnstalleerde elektriciteitscapaciteit heeft, zit China al rond 3.000 GW. Het land breidt wind- en zonne-energie bovendien in een tempo uit waar Europa nauwelijks tegenop kan. Daar blijft het niet bij. China bouwt tegelijkertijd een industrie rond batterijen, zonnepanelen, grondstoffen en groene waterstof.
Afscheid van Russisch gas
Voor Europa zit daar een ongemakkelijke paradox. Door afscheid te nemen van Russische energie werd een strategische afhankelijkheid verminderd, maar voor lng ontstond deels een nieuwe afhankelijkheid van de VS. Tegelijkertijd zijn voor de energietransitie zonnepanelen, batterijen en andere componenten nodig waarin China een dominante positie heeft. Hernieuwbare energie maakt Europa daarmee niet automatisch energie-onafhankelijk.
Misschien wel de interessantste constatering van Schürch was dat gebrek aan investeringskapitaal niet noodzakelijk het grootste probleem is. ‘The money would be there, the projects are there’, zei hij. Waar het volgens hem aan ontbreekt, is zekerheid dat eenmaal ingezette Europese regelgeving ook overeind blijft. Veranderende regels en discussies over quota en subsidies maken afnemers terughoudend en kunnen investeringsprojecten stilleggen.
Consensus als handicap
'China heeft dat probleem aanzienlijk minder: een besluit wordt genomen en vervolgens uitgevoerd. Europa moet consensus vinden tussen landen, overheden, bedrijven en politieke stromingen. Dat is democratisch verklaarbaar, maar economisch kan het een handicap worden als investeringen daardoor jarenlang blijven hangen.'
