Premier Pedro Sánchez heeft maandag in een televisietoespraak vervroegde verkiezingen aangekondigd na weken van protesten.
De Spanjaarden gaan op 29 november naar de stembus, hoewel de volgende verkiezingen pas in augustus 2027 op de planning stonden. Sánchez erkende in zijn aankondiging dat er fouten zijn gemaakt.
Al langere tijd ligt de regering-Sánchez onder vuur. Demonstranten zetten hun tentjes op op het Puerta del Sol-plein in het centrum van Madrid uit protest tegen een tekort aan betaalbare huisvesting, een echo van de Occupy Wall Street-beweging van vijftien jaar geleden.
De huisuitzetting op 23 september van Maricarmen Abascal, een 87-jarige Madrileense, die haar huur niet meer kon betalen toen haar appartementengebouw was overgenomen door een investeerder was de druppel. Dat nieuws ging de wereld over. Zelfs toen een anonieme donor aanbood de huur over te nemen, zette de huisbaas de uitzettingsprocedure door. De vrouw in kwestie, die al zeventig jaar op hetzelfde adres woonde, belandde overmand door stress in het ziekenhuis.
De regering-Sánchez kwam vorige week met een pakket maatregelen, maar dit werd weggestemd. Afgelopen weekend is massaal gedemonstreerd in circa vijftig Spaanse steden.
Sánchez’ partij PSOE, die net als Jetten hier met een minderheidskabinet regeert, staat er slecht voor in de peilingen. Hij gokt erop dat boetedoening en een goede campagne zijn partij er weer bovenop kunnen helpen.
