Gemeenten verleenden vorig jaar 3000 vergunningen voor flexwoningen, de helft van het aantal vergunningen in 2024.
Dat blijkt uit recente cijfers van het CBS, uitgevoerd op verzoek van het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties. Van 2021 tot en met 2025 gaven gemeenten vergunningen af voor in totaal 19.000 tijdelijke woningen, vooral nieuwbouw flexwoningen (87%).
De cijfers staan mijlenver af van de ambities van het kabinet, dat jaarlijks 15.000 tijdelijke woningen voor onder meer statushouders, spoedzoekers en starters wil realiseren. Dat doel werd oorspronkelijk in 2022 neergezet als onderdeel van de bredere ambitie om jaarlijks 100.000 woningen toe te voegen in Nederland. Vanaf 2021 is er € 948 mln beschikbaar gesteld om de bouw van flexwoningen te stimuleren, maar deze pot is nog maar deels aangesproken.
Flexwoningen dienen als antwoord op de knellende woningmarkt en zijn bestemd voor mensen die moeilijk aan woonruimte kunnen komen. Ze kunnen snel gebouwd worden omdat hiervoor minder strikte regels gelden, bijvoorbeeld op locaties waar tijdelijk geen andere bestemming voor is. De huizen, vaak prefab, bijvoorbeeld uit CLT vervaardigd, krijgen een bestemming van uiterlijk 10 tot 15 jaar.
Uit een recent onderzoek van de Algemene Rekenkamer blijkt, dat gemeenten het lastig vinden om geschikte locaties voor de flexwoningen te vinden. Daarnaast worden subsidies en regelingen niet volledig benut. Investeerders hebben moeite met de tijdelijke plaatsingsduur en de onzekerheid of de woningen worden herplaatst na looptijd, wat investeringen risicovoller maakt.
Zuid-Holland koploper
In Zuid-Holland werden in 2025 de meeste tijdelijke woningen vergund: 784. In Flevoland en Zeeland is dit het laagst, per provincie nog geen 40. In de laatste vijf jaar zijn in Noord-Brabant voor de meeste tijdelijke woningen vergunningen verstrekt.
Van alle gemeenten heeft Tilburg van 2021 tot en met 2025 de meeste tijdelijke woningen vergund; ruim duizend. De gemeenten met de meeste inwoners waar geen vergunde tijdelijke woningen zijn, zijn Haarlem, Emmen en Helmond.
In 2025 waren 707 tijdelijke woningen voor Oekraïense vluchtelingen bedoeld, dat is drie keer zo veel als in 2021. Het aantal tijdelijke woningen bestemd voor studenten, uitstroom vanuit een opvang en spoedzoekers is echter afgenomen. In 2025 waren 165 vergunde tijdelijke woningen voor deze groepen bestemd, in 2021 nog 855.
