Een kwart eeuw geleden betrokken de eerste bewoners het spectaculaire woongebouw The Whale op schiereiland Sporenburg in het Oostelijke Havengebied van Amsterdam.
Het idee was aanvankelijk dat The Whale aan de kade van Sporenburg zou oprijzen met een huid van glas waarvan water afdroop. Dat werd te duur. Nu bekleden zinken dakspanen het woongebouw, als glimmende schubben. Een uitdaging was het zeker: voor een kavel van vijftig bij honderd meter een opzienbarend gebouw ontwerpen dat meer dan tweehonderd woningen moest herbergen, zonder in te leveren op leefbaarheid én binnen een tamelijk bescheiden budget. Erick van Egeraat van Mecanoo was halverwege de jaren negentig als eerste aan zet. Zijn ontwerp was financieel niet haalbaar. Daarna ging de opdracht naar de Architekten Cie, waar Frits van Dongen en Adriaan Mout destijds werkten. ‘Wij zaten in de reservestoel’, aldus Mout, tegenwoordig partner bij Levs Architecten.
Jordaan aan het IJ
In de studeerkamer van voormalig Rijksbouwmeester Van Dongen blikken de oud-collega’s terug op het ontstaan van het gebouw. Van Dongen woont ten oosten van The Whale, Mout in een grondgebonden woning aan de westkant. Ook die laagbouw was iets bijzonders binnen de grootschalige transformatie van het havengebied naar een woonbuurt.
Nadat in de eerste helft van de jaren negentig het Java- en het KNSM-eiland waren ontwikkeld, was het de beurt aan de twee schiereilanden Borneo en Sporenburg. Stedenbouwkundige Adriaan Geuze van het bureau West 8 nam het voortouw en wilde met laagbouw een soort ‘Jordaan aan het IJ’ realiseren; nauwe straatjes met gezinswoningen zonder tuinen. Met een gemiddelde dichtheid van honderd woningen per hectare berekende Geuze dat daarbij drie grote gebouwen nodig zouden zijn. ‘Meteorieten’, noemde hij ze. Het ontwerp van Van Egeraat heette De Sfinx, een naam die nog een tijdje in omloop bleef, omdat opdrachtgever New Deal – een tijdelijke combinatie van Amsterdamse woningcorporaties en ontwikkelaars – eraan vasthield.
In 1995 begonnen Van Dongen en Mout, samen met collega Pero Puljiz, aan lange reeksen berekeningen en schetsen. Van Dongen: ‘Voor elk mogelijk ontwerp berekenden we met formules hoeveel appartementen erin konden. Wat hielp, was dat we kort daarvoor ervaring hadden opgedaan met zeshonderd woningen in wooncomplex de Landtong op de Kop van Zuid in Rotterdam.’
Een net gelande meteoriet
Het was puzzelen met de precieze vorm van het woongebouw, dat van Geuze ook nog eens ‘nurks’ moest zijn. Het eerste gepresenteerde ontwerp, met een soort waterval van dakterrassen, vond Geuze ‘te braaf’. Mout: ‘Het gebouw moest als een net gelande meteoriet zijn, waarvan je bij de eerste aanblik zou denken: wow, wat is hier aan de hand? We waren zo aan het zoeken en modelleren, dat het op den duur té ingewikkeld werd.’ Een slimme stagiair die de zoveelste plaat piepschuim uitsneed, had plotseling de goede vorm te pakken. ‘Hij tilde die plaat op en wij riepen: stop, niets meer aan doen!’
De basis werd een gesloten bouwblok, zoals de klassieke woonblokken van Berlage in Amsterdam-Zuid. Maar daar houdt de vergelijking wel op. Het werd een ‘bizarre vorm’, aldus Mout. ‘Maar met een duidelijke logica.’ Omdat het gebouw ondanks de dichtheid een prettig woonklimaat moest bieden, volgt het de beweging van de zon: laag aan de kant waar de zon laag staat, en hoog waar de zon op zijn hoogst staat. Aan de smalle kanten tilden de architecten het gebouw op en zetten het op poten, zodat er licht en lucht onderdoor kan. De dieper gelegen plint werd gereserveerd voor zo’n 1200 m² aan commerciële functies, zoals een kinderdagverblijf en een makelaar.
Doorzonkwaliteit
Niet alleen de lichtval kwam de leefbaarheid van het kolossale gebouw ten goede. Ook het materiaalgebruik moest daaraan bijdragen: voor de binnenkant van de galerijen in het binnenhof werd hout gebruikt in plaats van het koele zink. ‘Onder meer met vier ontsluitingen hebben we gezorgd voor korte galerijen die de sociale controle verbeterden. We waren uit op een menselijke schaal, we wilden geen Bijlmergevoel’, aldus Mout.
Zowel de 150 sociale huurwoningen als de 64 vrijesectorwoningen in The Whale hebben ‘doorzonkwaliteit’, zegt Mout. ‘Aan de voorkant kijk je uit op de stad, aan de achterkant op het rustige binnenplein. De plattegronden waren experimenteel met losstaande kernen en lange zichtlijnen. De schuine daken vroegen om maatwerk, bijna elk appartement pakte net iets anders uit.’ Hoe kregen de architecten dat zonder budgetoverschrijdingen voor elkaar? Een kwestie van ervaring en blijven rekenen, zegt Van Dongen. ‘In totaal hebben we in mijn tijd bij de Architekten Cie bijna 20.000 woningen gebouwd, dan weet je wel waar je op moet letten. We zijn altijd uitgegaan van een rationeel ontwerpprincipe inclusief constructie. Je ziet het er bij The Whale niet aan af, maar ook achter deze droom zit een rationeel grid. Dat maakt efficiënte bouw mogelijk.’
Tijdgeest zat mee
In vijf jaar tijd werd het gebouw ontworpen en gerealiseerd. ‘Gelet op de complexiteit en bijzonderheid is het snel en goed gegaan’, vindt Mout. De tijdgeest zat mee. ‘Er heerste bij de transformatie van de havengebieden een gevoel van: we pakken het aan, we gaan het gewoon doen. Een beetje als bij de naoorlogse woningbouw.’ Ook de samenwerking met de opdrachtgever en gemeente verliep volgens de architect opvallend soepel. New Deal was ambitieus, had als missie om het wonen in de 21ste eeuw in te luiden. ‘En zo productief als we konden samenwerken met de gemeente, dat is nu amper meer voor te stellen’, verzucht Mout.
Blauw UV-licht
Sinds de oplevering een kwart eeuw geleden heeft The Whale zich goed gehouden. Wel hebben de klinkers van het plein aan de noordzijde deels plaatsgemaakt voor bomen, nodig voor de waterabsorptie in de stenige woonbuurt. De architecten zijn trots op het gebouw, waarvan zij de vormgeving als ‘onmodieus en daarmee tijdloos’ typeren. En dat ene tijdgebonden element mocht blijven: het blauwe uv-licht onder de overkapping. Destijds was dat nodig om de vele junkies ervan te weerhouden daar te gebruiken. Het koele licht wordt nog steeds gekoesterd, weet Van Dongen. ‘Dat geeft ’s avonds een heel mooi effect.’
Nadat de eerste twee meteorieten waren geland, The Whale op Sporenburg en ‘Pacman’ van architect Koen van Velsen op het Borneo-eiland, liet nummer drie op zich wachten. Zo’n twintig jaar later pas en in sterk vereenvoudigde vorm kreeg Sporenburg het sluitstuk: de oorspronkelijke geplande ‘Fountainhead’ van Steven Holl werd uiteindelijk de ‘Steltloper’ van Dam & Partners. Mout is enthousiaster over The Whale, waar hij nog steeds dagelijks langs fietst.
Zilveren jubileum
In het jaar dat PropertyNL zijn 25-jarig jubileum viert, zetten we beeldbepalende gebouwen in de schijnwerpers die eveneens 25 jaar oud zijn. In januari trapten we af met het Nieuwe Luxor Theater in Rotterdam, gevolgd door de Mondriaantoren in Amsterdam, Mevlana Moskee in Rotterdam, Wall House 2 in Groningen, de Haagse Muzentoren en de brandweerkazerne in Houten.
Gepubliceerd in PropertyNL Magazine nr. 8, 28 juli 2026
