Tevreden en gelukkig als er wat te doen is

Wie wil investeren in leefbare steden moet het vooral zoeken in zaken die de levendigheid versterken. Dit blijkt uit gezamenlijk onderzoek van de Universiteit van Kopenhagen en de Universiteit Rovira I Virgili (Spanje).

Auteurs Kostas Mouratidis (Universiteit van Kopenhagen) en Xavier Delclòs-Alió (Rovira I Virgili) constateren in hun artikel in het wetenschappelijke tijdschrift Cities een groeiende (wetenschappelijke) belangstelling voor het onderwerp stedelijke vitaliteit. Volgens de onderzoekers is er nog veel onduidelijk wat betreft de impact van vitaliteit op de leefbaarheid van steden. Maakt het mensen echt gelukkiger? Ervaren verschillende bevolkingsgroepen in dezelfde omgeving vitaliteit op een andere manier? Ook zijn er nog weinig empirische gegevens over hoe de gebouwde omgeving bijdraagt aan het welbevinden van bewoners.

Wat is vitaliteit?

Om te beginnen de vraag wat vitaliteit is. In haar klassieker Death and Life of Great American Cities (1961) stelt wijlen Jane Jacobs dat vitale buurten, buurten zijn met veel activiteit op straat, waar mensen van verschillende achtergronden voor verschillende doeleinden op verschillende tijdstippen elkaar kunnen ontmoeten. Oorspronkelijk ging Jacobs daarbij uit van vier katalysatoren: de behoefte aan mixed use, aan kleine woonblokken, aan oudere gebouwen, aan concentratie/afstand van barrières (border vacuums).

Over het algemeen worden de volgende factoren meegewogen om de vitaliteit te bepalen: bevolkingsdichtheid, diversiteit in bestemming van locaties, de afstand tot het zakencentrum, de aanwezigheid van voorzieningen als winkels, horeca en cultuur en de nabijheid (toegankelijkheid) van het openbaar vervoer.

Snelle transformatie

Om meer duidelijkheid te scheppen over de impact van vitaliteit op de leefbaarheid deden Mouratidis en Delclòs-Alió een onderzoek in de Noorse hoofdstad Oslo, waarbij bewoners ondervraagd werden in combinatie met ruimtelijke data. De auteurs kozen Oslo vanwege de snelle stedelijke transformatie die de stad heeft doorlopen, wat heeft gezorgd voor een grote diversiteit in stedelijke milieus en niveaus van vitaliteit. De sterke stedelijke verdichting van de stad heeft tot veel debat geleid over onder meer leefbaarheid, gentrificatie en het verlies aan identiteit.

Diverse woonmilieus

De diversiteit aan woonmilieus in de Noorse hoofdstad – van levendige, compacte buurten tot aan rustige, dun bebouwde buitenwijken – maakte het voor de onderzoekers mogelijk om verschillen in levendigheid (vitaliteit) te koppelen aan de door de bewoners ervaren leefbaarheid. Hierbij werden 1339 inwoners van de metropool regio Oslo ondervraagd, willekeurig geselecteerd uit postcodegebieden met een brede range aan dichtheid van bebouwing en sociaal–economische achtergrond, van welvarende tot minder welvarende buurten. Als begrenzing van de buurt werd door de onderzoekers een loopafstand van 15 minuten van de woning van de ondervraagden gehanteerd.

Lees ook: F & A Awards: Nijmegen meest leefbare stad

De deelnemers werd gevraagd hun buurt ‘punten te geven’ aan de hand van kenmerken als levendigheid, mogelijkheden tot vermaak en of er ‘überhaupt’ iets gebeurt in de buurt. De antwoorden zijn in de analyse gecombineerd met de karakteristieken van de gebouwde omgeving: dichtheid, lokale voorzieningen, openbaar vervoer, parken en houtopstanden. De leefbaarheid van de buurt is uiteindelijk beoordeeld aan de hand van twee variabelen: de mate waarin de bewoners tevreden zijn over de levendigheid van hun buurt en de mate waarin ze er gelukkig van worden.

Belangrijkste factor

Uit het onderzoek blijkt een positieve correlatie tussen levendigheid in de buurt aan de ene kant en tevredenheid en levensgeluk aan de andere kant. Sterker nog: de positieve impact van levendigheid op het welbevinden is groter dan de directe invloed van de gebouwde omgeving op tevredenheid en levensgeluk.

Levendigheid blijkt de belangrijkste factor voor de tevredenheid onder de bewoners, meer dan alle andere omgevingsfactoren die werden meegenomen in het onderzoek. Als wordt gekeken naar het ervaren geluk in de buurt heeft levendigheid een minder grote impact. Weliswaar vinden de bewoners het op de gelukschaal belangrijker dan de factoren geluidsoverlast en sociale cohesie, maar veiligheid en verbondenheid worden belangrijker geacht.

De gebouwde omgeving is sterk verbonden met de stedelijke vitaliteit en draagt daarbij ook indirect bij aan de leefbaarheidsvariabelen tevredenheid en geluk. Nabijheid tot het stadscentrum, de dichtheid van de bebouwing in de buurt en het aantal voorzieningen worden door de respondenten sterk geassocieerd met een verhoogde stedelijke vitaliteit. Daarentegen hebben ze negatieve associaties met houtopstanden (bomen, struiken) en openbaar vervoer in relatie tot wat ze onder levendigheid verstaan. Parken dragen in de beleving van de ondervraagden niet significant bij aan de levendigheid van de buurt. Overall suggereren de uitkomsten een ‘bemiddelende’ rol van stedelijke levendigheid tussen de bebouwde omgeving en de leefbaarheid van de buurt.

Leeftijdsverschillen

De respondenten zijn ondergebracht in drie leeftijdsgroepen: 19–39, 40–59 en 60–92 jaar. Niet geheel verrassend is de grootste waardering voor een levendige buurt te vinden bij de jongere bewoners. De relatie tussen levendigheid en buurtevredenheid wordt sterker naarmate de respondenten jonger zijn en is het sterkst in de leeftijdscategorie 19–39 jaar. Als wordt gekeken naar het ervaren levensgeluk, zijn het juist de oudere onderzoeksgroepen die een vitale buurt meer waarderen dan de jongste doelgroepen, al zijn deze verschillen kleiner.

De onderzoeksresultaten hebben volgens de auteurs belangrijke implicaties voor de stedelijke ontwikkeling en het vervoersbeleid. De studie laat volgens hen ziet dat levendige stedelijke omgevingen leefbaarheid en welzijn kunnen verbeteren. Het past bij de mondiale trend om meer te investeren in stedelijke levendigheid, om een boost te geven aan het straatleven en actief vervoer.

Geen one-size-fits-all

Daarnaast wordt levendigheid geassocieerd met compacte buurten, die ecologische voordelen hebben als een verminderde afhankelijkheid van de auto en lagere emissies, wat de synergie tussen levendigheid, leefbaarheid en duurzaamheid onderstreept. Er is volgens de auteurs echter geen one-size-fits-all oplossing. Compacte en levendige buurten worden niet overal en door iedereen als positief ervaren en hebben als schaduwzijden uitdagingen op het gebied van betaalbaarheid, lawaai, luchtvervuiling, zwakkere sociale verbanden en beperkte cohesie in de buurt; uitdagingen die volgens de auteurs in overmaat kwetsbare bevolkingsgroepen kunnen raken. Het adresseren van deze mogelijke nadelen zou volgens de auteurs prioriteit moeten hebben bij het plannen van levendige, compacte stedelijke gebieden.

Gepubliceerd in PropertyNL Magazine nr. 1, 30 januari 2026

img
Adjunct-hoofdredacteur
Profiel