Overheid wil met grondbank meer grip krijgen op woningbouw

Het kabinet wil een grondbank opzetten om meer regie te kunnen nemen op onder meer woningbouw. Grond moet zo sneller en goedkoper beschikbaar komen.

Met een grondbank, feitelijk een tussenpersoon die grond opkoopt om ze later in te zetten voor gebiedsontwikkeling, wil het kabinet meer grip hebben op meer woningbouw, energie en defensie. 'Met strategische aankoop van gronden kan het Rijk een portefeuille van ruilgronden opbouwen, waardoor grond sneller en goedkoper beschikbaar komt voor belangrijke maatschappelijke functies.' Minister Boekholt-O'Sullivan van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening laat de Tweede Kamer weten dat begin 2027 een definitief besluit wordt genomen.

Huidige portefeuille te klein

De overheid heeft al verschillende grondbanken, zoals de Nationale Grondbank (NGB) van LVVN die zich richt op landbouw- en natuurdoelen en de ruilgrondenportefeuille van het Rijksvastgoedbedrijf. 'Deze portefeuille van ongeveer 2.000 tot 2.500 hectare wordt nu al ingezet voor urgente nationale opgaven, maar is te klein en niet goed gespreid over het land. De nieuwe grondbank zou een grotere, landelijk gedekte ruilgrondenportefeuille worden die deze bestaande initiatieven aanvult.'

Voorwaarden uitwerken

De grondbank zou gefaseerd worden opgezet, waarbij allereerst wordt gekeken naar ruilgronden voor de grote rijksopgaven. 'Hierbij is de bestaande ruilgrondenportefeuille van het RVB het startpunt.' Om de grondbank succesvol te laten opereren, werkt de minister nog verschillende voorwaarden uit, zoals de organisatie en kaders voor aan- en verkoop van gronden, de benodigde bekostiging en de samenwerking met al bestaande sectorale of provinciale grondbanken.

Miljoenensteun

Boekholt-O’Sullivan heeft ook een wat concretere stap gezet om woningbouw te versnellen: ze trekt ruim € 77 mln uit voor de bouw van 13.000 woningen, waarvan 9.000 in het betaalbare segment. Dat geld komt uit de Woningbouwimpuls, de regeling die gemeenten helpt om met name complexe of risicovolle woningbouwprojecten te stimuleren. 

Bij de laatste subsidieronde was € 95 mln beschikbaar. 24 gemeenten dienden 26 aanvragen in ter waarde van € 109 mln. De toetsingscommissie heeft 16 aanvragen positief beoordeeld en € 77,7 mln toegekend. De rest van het budget blijft beschikbaar voor de volgende ronde in het najaar. Koploper is in deze ronde Leeuwarden met 3.034 woningen, gevolgd door Deventer (2.103) en Oss (1.600).