Rechter: RVB mocht BOEi uitsluiten bij verkoop bunker Seyss-Inquart

BOEi heeft haar kort geding tegen de verkoop van de voormalige commandobunker van nazi-Rijkscommissaris Arthur Seyss-Inquart op landgoed Clingendael in Wassenaar verloren. De erfgoedorganisatie legt zich er echter nog niet bij neer.

Volgens de Haagse voorzieningenrechter mocht het Rijksvastgoedbedrijf (RVB) de organisatie uitsluiten van de verkoopprocedure, waardoor de Haagse vastgoedondernemer Jeroen de Wilde als enige overgebleven gegadigde resteert.

Contact met concurrent bieder

De uitsluiting volgde na een integriteitsonderzoek dat in opdracht van het RVB werd uitgevoerd. Daaruit bleek volgens het RVB dat BOEi tijdens de biedingsfase contact probeerde te leggen met de enige andere overgebleven kandidaat, Jeroen de Wilde.

Volgens de rechtbank mocht het RVB dit zien als een poging tot prijsafstemming. Daarbij weegt mee dat BOEi een samenwerking onderzocht waarbij de andere partij het vastgoed zou verwerven en financieren, terwijl BOEi zich zou richten op de inhoudelijke invulling en exploitatie van het monument.

De rechter stelt vast dat een formele samenwerking binnen de biedprocedure op dat moment niet meer mogelijk was. Een dergelijke constructie had volgens de rechtbank alleen kunnen werken als BOEi zich zou hebben teruggetrokken als bieder. Daardoor zou slechts één gegadigde zijn overgebleven, die zijn bod vervolgens zonder concurrentie had kunnen bepalen.

Volgens de voorzieningenrechter kon het RVB deze handelwijze daarom "redelijkerwijs aanmerken als een poging tot prijsafstemming" en raakt dat aan de integriteit van de biedprocedure.

Maatschappelijk draagvlak

Het RVB stelde daarnaast dat BOEi delen van haar visie had gedeeld tijdens een bijeenkomst met omwonenden, erfgoedorganisaties en andere betrokkenen rond de bunker. Volgens het biedboek mocht informatie uit de ingediende plannen niet met derden worden gedeeld.

BOEi voerde aan dat de bijeenkomst juist bedoeld was om maatschappelijk draagvlak te creëren en dat de aanwezigen deel uitmaakten van een bredere erfgoedcoalitie die al eerder bij de planvorming betrokken was geweest. 

De rechtbank laat de discussie hierover echter grotendeels rusten. Omdat de vermeende poging tot prijsafstemming volgens de rechter op zichzelf al voldoende grond vormt voor uitsluiting, hoeft niet meer te worden beoordeeld of ook de geheimhoudingsregels zijn overtreden.

BOEi zet strijd voort

In een reactie laat BOEi weten zich niet neer te leggen bij de uitspraak. De erfgoedorganisatie dient een klacht in bij het RVB en overweegt verdere stappen.

Volgens directeur Arno Boon is de bunker meer dan een vastgoedobject. Hij stelt dat het gaat om een locatie die het verhaal vertelt van oorlog, bezetting en de democratische rechtsstaat. De organisatie vindt dat het erfgoedbelang zwaarder zou moeten wegen dan een reguliere verkoopprocedure.

Daarnaast plaatst BOEi vraagtekens bij de beoordeling van de uiteindelijke koper. Volgens de organisatie is onvoldoende duidelijk hoe het RVB heeft getoetst of de toekomstige eigenaar beschikt over de juiste ervaring voor het beheer en de herbestemming van een monument met een uitzonderlijk beladen geschiedenis.

img
Adjunct-hoofdredacteur
Profiel