Minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening Elanor Boekholt O’Sullivan heeft tijdens de Dag van de Projectontwikkeling opgeroepen tot een fundamenteel andere aanpak van de woningcrisis. Volgens de minister ligt de sleutel niet alleen in meer woningen, maar vooral in het vinden van het ‘operational design’ achter de opgave.
Boekholt O’Sullivan schetste de woningmarkt als een complex systeem waarin overheden, ontwikkelaars, corporaties, beleggers en bouwers elkaar geregeld vastzetten met regels, procedures en uiteenlopende belangen. 'Wij maken het ingewikkeld met elkaar', stelde zij. “Als het makkelijk was geweest, dan was het al opgelost.'
De minister trok daarbij een persoonlijke vergelijking met reizen binnen haar eigen gezin. Waar zij en haar dochter zonder discussie het geplande traject volgen, kiezen haar man en zoon regelmatig voor een andere route. 'Dat doet iets met de gezelligheid', zei ze. Volgens Boekholt O’Sullivan is de woningbouwopgave vergelijkbaar: versnelling ontstaat alleen wanneer partijen bereid zijn elkaars taal te spreken en gezamenlijk dezelfde richting op te bewegen.
Leiderschap
Daarbij draait leiderschap volgens haar minder om hard sturen en meer om luisteren. 'Voor mij is leidinggeven ook stiltes laten vallen en eerst begrijpen wat de ander drijft.' Pas wanneer publieke en private partijen elkaars belangen beter begrijpen, ontstaat volgens haar ruimte om de ‘prop in de bouwketen’ op te lossen.
De minister zei verrast te zijn door de parallellen tussen de woningcrisis en crisisaanpakken binnen defensie. 'Bij een echte nood- of crisissituatie is duidelijk wie vooroploopt en worden andere belangen tijdelijk ondergeschikt gemaakt. Als we écht vinden dat wonen een crisis is, dan moeten we ons ook anders gedragen.'
Hoewel de ambitie van 100.000 woningen per jaar overeind blijft, gaf Boekholt O’Sullivan aan dat zij het al winst vindt wanneer binnen twee jaar helder is wie waarover gaat en welke verantwoordelijkheid heeft. Volgens haar moet de focus daarbij niet alleen liggen op nieuwbouw, maar ook op het beter benutten van de bestaande woningvoorraad.
Fabrieksmatige woningbouw
Ook pleitte de minister voor verdere industrialisatie van de bouwsector. Zij ziet een belangrijke rol voor fabrieksmatige woningbouw, waarbij volgens haar uiteindelijk 50 procent van de woningen uit de fabriek zou moeten rollen.
Daarnaast riep Boekholt O’Sullivan op om publiek-private samenwerking nadrukkelijker te omarmen. 'Het klinkt soms alsof er twee verschillende groepen tegenover elkaar staan, maar wat mij betreft staan we aan dezelfde kant van het touw.' Daarbij moeten partijen volgens haar ook niet terugschrikken voor het feit dat marktpartijen geld willen verdienen. 'We hebben elkaar nodig.'
Minder regels
Tot slot hield de minister een pleidooi voor minder regels. Volgens haar worden tijdens projecten vanuit gemeenten en Rijksoverheid voortdurend aanvullende eisen toegevoegd, terwijl de sector juist behoefte heeft aan eenvoud en voorspelbaarheid. 'We moeten leren nee zeggen tegen nieuwe regels', aldus Boekholt O’Sullivan. 'Al die extra wensen passen niet bij een nood- of crisissituatie.'
