Wonen verdringt werkruimte in gebiedsontwikkelingen

Hoewel functiemenging vaak wordt gepresenteerd als oplossing voor de schaarse ruimte, delven in de praktijk werkfuncties regelmatig het onderspit delven ten opzichte van woningbouw. Dat constateert Fontys-student Geert van de Ven in zijn afstudeeronderzoek naar de toekomst van werken in gemengde stedelijke gebieden.

Volgens Van de Ven is de aandacht voor de woningbouwopgave zo dominant geworden dat productieve werkruimte steeds vaker plaatsmaakt voor woningen en andere functies met een hogere grondwaarde. Dat terwijl werklocaties van groot belang zijn voor de economie, werkgelegenheid en het functioneren van steden.

Financiële drager

Uit het onderzoek blijkt dat functiemenging vaak vastloopt op hinder, logistieke beperkingen, eigendoms- en exploitatievraagstukken. Bovendien fungeren woningen in veel gebiedsontwikkelingen als financiële drager van de businesscase. Zodra spanningen ontstaan tussen wonen en werken, krijgt woningbouw daardoor meestal voorrang.

De grootste uitdaging zit volgens Van de Ven niet langer in het ontwikkelen van nieuwe kennis over functiemenging, maar in de toepassing ervan. Succesvolle gebiedsontwikkeling vraagt volgens hem niet alleen om een goed ruimtelijk ontwerp, maar ook om programmatische borging, actief gebiedsmanagement en langdurige bescherming van economische functies.

Afwegingskader

Als alternatief introduceert hij het concept van het Productive Urban District, een afwegingskader waarin economische functies een structurele plek behouden binnen stedelijke gebiedsontwikkeling. Daarbij draait het niet om het mengen van functies in ieder afzonderlijk gebouw, maar om een gebiedsbrede benadering waarin bewust wordt gekozen welke functies elkaar versterken en welke juist bescherming behoeven.

Een andere belangrijke conclusie is dat ondernemers zich beter moeten organiseren. Bedrijven zijn vaak pas betrokken wanneer werkruimte dreigt te verdwijnen, terwijl de cruciale keuzes in gebiedsontwikkeling veel eerder worden gemaakt.

Actief programmeren

Volgens Van de Ven is de discussie over ruimte voor werk inmiddels niet meer gebaat bij nieuwe onderzoeken, maar vooral bij uitvoering: het juridisch borgen van werkruimte, het actief programmeren van economische functies en het organiseren van blijvende governance.

Geert van de Ven is inmiddels afgestudeerd als student Vastgoedkunde aan Fontys Hogescholen Eindhoven. Hij ontving voor zijn scriptie een 9,6. Het volledige artikel verschijnt op 28  augustus in PropertyNL 8.