In Nederland worden gebouwen te snel gesloopt terwijl ze nog tientallen jaren meekunnen, stelt hoogleraar en architect Ronald Schleurholts. 'We zeggen dat we duurzaam willen bouwen. Maar soms is het eerste wat we doen: vernietigen wat er al staat.'
Schleurholts betoogt dat in zijn intreerede als hoogleraar Heritage & Design aan de faculteit Bouwkunde van de TU Delft en pleit voor hergebruik als nieuwe Nederlandse ontwerpambitie. 'Een gebouw hoeft geen monument te zijn om waarde te hebben. Ook een kantoor uit de jaren tachtig, een flat uit de jaren zeventig of een naoorlogse school verdient een tweede blik voordat we besluiten het te slopen.'
Paradox
Hij haalt CBS-cijfers aan: in 2024 werden in Nederland ruim 16.000 woningen en niet-woningen gesloopt, terwijl de bouwsector aan de andere kant de CO2-uitstoot sterk moet terugbrengen. Dat wringt, aldus Schleurholts, die wijst op het voormalige ministerie van Sociale Zaken in Den Haag. Dat complex van 60.000 m2 werd in 1990 geopend en is door architect Herman Hertzberger ontworpen om aangepast te kunnen worden. Toch staat sloop gepland om plaats te maken voor woningbouw. 'Dat is de paradox. We breken een aanpasbaar gebouw af, voeren materialen weg en brengen vervolgens nieuw beton en nieuw staal naar dezelfde plek. Terwijl we ondertussen zeggen dat we minder CO2 moeten uitstoten.'
Alles meewegen
De kersverse hoogleraar, ook partner bij architectenbureau cepezed, benadrukt dat de Nederlandse referentiewaarde voor de materiaalgebonden uitstoot van een nieuwbouwwoning rond de 300 kilo CO2-equivalent per vierkante meter lag. 'Voor Paris Proof-nieuwbouw in 2050 ligt de ambitie rond 50 kilo. Ver daaronder dus. Een ton beton is niet alleen een ton beton. Het is ook alles wat nodig was om die ton te maken. De grondstoffen, de energie en de uitstoot zijn al gemaakt. Dat moeten we meewegen voordat we besluiten iets af te breken.'
Monumentenzorg
Wat Schleurholts betreft zou je principes uit de monumentenzorg veel breder moeten toepassen. 'Eerst onderzoeken wat er staat en pas daarna ingrijpen. Dan vervangen wat echt aan vervanging toe is en nieuwe onderdelen zo ontwerpen dat ze later weer verwijderd kunnen worden. De kennis is er al. We gebruiken haar alleen vooral voor kerken, grachtenpanden en monumenten. Waarom zouden we diezelfde zorgvuldigheid niet toepassen op de rest van onze gebouwen?'
Adaptive reuse
De architect, partner bij cepezed is niet per se tegen slopen, maar vindt dat er creatiever over hergebruik gedacht kan worden. Als voorbeeld geeft hij Wega Punt op de Binckhorst in Den Haag: daar werd de voormalige Politieacademie niet gesloopt ten faveure van een nieuwe parkeergarage, maar werd de bestaande betonconstructie zelf de parkeergarage. Toevoegingen kunnen later weer worden verwijderd.'De parkeergarage is tijdelijk. De constructie niet.' Andere voorbeelden zijn de transformatie van een voormalig Shell-kantoor aan de Oostduinlaan en een theater in een monumentale kerk in Helmond. 'Adaptive reuse betekent niet dat alles moet blijven zoals het is. Soms voeg je iets toe, soms haal je iets weg en soms kan een onderdeel zelfs op een andere plek verder. De kunst is om te zien waar de waarde en het potentieel zitten.'
IA
Schleurholts memoreert dat de Nederlandse architectuur in de jaren negentig voorop liep. 'Die inventiviteit hebben we nu opnieuw nodig. Alleen begint de toekomst dit keer niet op een leeg vel.' Nederland kan weer internationaal richtinggevend worden door 'uitzonderlijk goed te worden in het geven van een tweede leven aan wat er al staat'. Dat noemt hij IA: Intelligent Architectuur, of Integrale Architectuur. 'Niet alleen mooie beelden maken, maar begrijpen hoe een gebouw werkelijk in elkaar zit.'
De nieuwe hoogleraar wil met zijn studenten verder onderzoeken wanneer hergebruik daadwerkelijk materiaal en CO2 bespaart, welke eigenschappen gebouwen makkelijker aanpasbaar maken en hoe ontwerpers nu al rekening kunnen houden met veranderingen die later nodig zijn. 'Voordat we slopen, moeten we beter kijken.'
