Hoofdstedelijke woningbouw maakt sprong

Amsterdam startte in 2025 de bouw van 6.053 woningen en 660 tijdelijke (flex)woningen. In 2024 wist de hoofdstad zo’n 4.500 woningen te bouwen.

De stijgende lijn is volgens de gemeente nu echter ingezet. Het college van B en W ziet de middenhuur als opvallende uitschieter. Die zou sterk toegenomen zijn mede ‘dankzij de duidelijkheid die de Wet betaalbare huur biedt aan ontwikkelaar en investeerders’. Uit de jaarrapportage blijkt dat driekwart van de woningen die in 2025 in aanbouw zijn genomen, valt in het betaalbare segment.

De Amsterdamse wethouder Steven van Weyenberg (Woningbouw): ‘Deze cijfers laten zien dat Amsterdam blijft bouwen voor de stad van morgen. Juist in een lastige markt zetten we door, met een focus op betaalbare woningen. Dat is nodig, want de woningnood is groot en raakt veel Amsterdammers. Ik ben trots op deze sprong in de aantallen. We zijn er nog niet, maar dit biedt perspectief voor de komende jaren. De stijgende lijn is ingezet en de ambitie lijkt binnen bereik voor 2026.’

De verdeling over de hoofdcategorieën (sociale huur – middensegment – vrije sector) is in 2025 met 39%-33%-28% in lijn met de ambitie om met name betaalbare woningen toe te voegen. In 2025 bevond het overgrote merendeel van de woningen die in aanbouw zijn genomen (72%), in totaal 4.008 woningen - zich in het betaalbare segment (sociale huur en middensegment).

Onder druk

Tegelijkertijd staat de woningbouw onder druk, zo benadrukt de gemeente. Netcongestie, economische omstandigheden en stijgende bouwkosten hebben invloed op de start en uitvoering van projecten. Bovendien is de ruimte in Amsterdam schaars: bouwen gebeurt vrijwel volledig binnen de bestaande stad. Verdichting en transformatie zijn volgens het College noodzakelijk. ‘Dit type projecten zijn complex, onder meer op het gebied van infrastructuur, milieu en participatie’.

Vooruitkijkend blijft gemeente naar eigen zeggen werken aan het versnellen en vereenvoudigen van processen, het borgen van een goede woningmix en het creëren van voldoende planvoorraad richting 2030.