Na 25 jaar is het Nieuwe Luxor Theater in Rotterdam nog steeds een eyecatcher, ook al is de red blob inmiddels omgeven door spectaculaire hoogbouw.
Het getuigde van lef dat de gemeente Rotterdam in de jaren negentig op de Kop van Zuid opdracht gaf voor het vuurrode Nieuwe Luxor, vindt gebouwenkenner Martjan Kuit. ‘Het is een van de weinige Nederlandse steden waar dit had gekund, wat dat betreft is het gebouw heel Rotterdams. Zet je zoiets neer in Amsterdam, dan schrik je je kapot.’
Precies een kwart eeuw geleden opende het theater zijn deuren. Met 1500 stoelen vormde het in de groeiende stad een broodnodige aanvulling op het bescheiden, meer dan een eeuw oude Luxor aan de Kruiskade in het stadscentrum. Dat zou zich voortaan richten op kleinere producties, zoals toneel en kleinkunst. Het Nieuwe Luxor brengt opera, dans en de grote musicals. Zo staat later dit jaar Evita op de planken, de befaamde musical over de vroegere Argentijnse presidentsvrouw Eva Péron.
Frisse wind
Vanbinnen is het Nieuwe Luxor interessant, met een kolossale entreehal en vurige muren, diagonale steunpilaren, glas, marmer en doorkijkjes. Maar vooral het exterieur trekt de aandacht. Aan de voet van de Erasmusbrug spreidt het gebouw zich uit met grote blokken en ovalen, en op een van de hoeken een enorme, volgens kenners New Yorks aandoende lichtzuil. Speciaal voor dit project is het art deco-achtige lettertype Luxor ontworpen.
‘Het Nieuwe Luxor zit hoog in de glamour’, zegt Kuit. Na de vele grijzige dozen in de jaren tachtig, die Kuit als ‘bedompt’ kenschetst, woei in de jaren negentig een frisse wind. ‘In die tijd begon je vaker felle kleuren te zien, ook in Rotterdam. Daar waren theaters als De Doelen en de Rotterdamse Schouwburg tot dan toe nog vooral functioneel, zonder opsmuk. Het Nieuwe Luxor was echt een statement; je kunt er niet omheen.’
Radicale scenario’s
Nogal onheus dus dat toen de in München gevestigde architect Peter Wilson (Bolles+Wilson) in 1996 de ontwerpwedstrijd voor het nieuwe theater won, de pers sputterde over zijn ‘Duitse functionalisme’. Wilson was toen al betrokken bij het ontwerp van de Rotterdamse skyline langs de Nieuwe Maas. Decennia na de verwoestende Tweede Wereldoorlog was de stad in de woorden van de architect ‘een omgeving van experiment, die zich herhaaldelijk herontdekte met nieuwe en radicale scenario’s’.
Het theater was altijd al bedoeld als een grondgebonden culturele magneet tussen grote torens
Wilson was onder meer verantwoordelijk voor het opvallende witte brugwachtershuis op ranke poten en het langgerekte panoramaterras aan de zuidkant van de Erasmusbrug, in de volksmond ‘de Zwaan’ genoemd. Dat er zoveel kon, schrijft de architect voor een belangrijk deel toe aan landschapsarchitect en stadsbestuurder Riek Bakker. Vanaf halverwege de jaren ’80 tot 1993 was zij achtereenvolgens directeur van Stadsontwikkeling en van Stedebouw en Volkshuisvesting in Rotterdam. Als ‘visionair’, zoals Wilson haar noemt in een publicatie op de website van zijn bureau, had zij een doorslaggevende invloed op de ontwikkeling van de Kop van Zuid. Daarbij zorgde zij dankzij kleine, doelgerichte expertteams voor snelle trajecten. Een aanpak die wat Wilson betreft ook nu nog als voorbeeld kan dienen. ‘Deze radicaal compacte procedures van stadsplanning zijn aan te bevelen. Ze vermijden de schrijverij van al die pseudo-juridische rapporten waarop de planning in bijvoorbeeld het VK vastloopt (met best-practice eisen die zelfs middelmatige architecten juridisch verplichten geweldige projecten af te leveren).’
Verbindend element
Aangezien de combinatie van de bestaande gebouwen en de geplande torens op de Rotterdamse Wilhelminapier destijds nogal een ratjetoe dreigde te worden, ontstond volgens de architect behoefte aan een verbindend element. Dat werd het nieuwe theater. Zes architecten werden uitgenodigd om een plan te maken, waaronder vier Nederlandse.
Niet zonder enig lokaal gemopper werd het uitdagende ontwerp van Wilson verkozen. Juist door het contrast zou zijn ‘red blob’ (ofwel rode klodder) de gebouwen ter linker- en ter rechterzijde kunnen samensmeden. Wilson in zijn terugblik: ‘De Nederlanders, destijds onbekend met het woord blob, refereerden aan het ontwerp als de Bloop. De Bloop benadert alle kanten van de omgeving: de as van de Erasmusbrug, de aangrenzende Wilhelminapier en de Rijnhaven erachter.’
Bijzonder aan het gebouw is ook dat het aan elke kant een andere aanblik biedt, vindt Martjan Kuit. ‘Als je er een rondje omheen loopt, zie je telkens weer iets anders. Het blijft je verrassen. Dat maakt het een spannend gebouw.’
Logistieke uitdaging
De grote uitdaging was volgens Wilson dat het theater op een beperkt oppervlak een grote groep bezoekers moest kunnen onderbrengen plus alle benodigde faciliteiten, zonder achterzijde voor leveranties. Het podium verrees op de eerste verdieping, op de begane grond kwamen de foyers en café Dox, maar wat te doen met de logistiek? Het ingezonden ontwerp van Herman Herzberger had in een lift voorzien, maar die zou in gebruik volgens Wilson te kostbaar uitpakken omdat er permanent een veiligheidsofficial nodig zou zijn. Rem Koolhaas’ oplossing was om het theater te plaatsen in de achterliggende Rijnhaven. ‘Hij ging ervan uit dat hij dit kon doen, aangezien het zijn stad was’, aldus het droge commentaar van Wilson in zijn analyse. Bolles+Wilson vond dat het probleem binnen het gebouw moest worden opgelost en ontwierp aan de zuidzijde een lange oprit vanaf de haven, waarbij vrachtwagens tot naast het podium kunnen oprijden.
De bouw van het nieuwe theater startte in 1998 en het werd in 2001, precies een kwart eeuw geleden, opgeleverd. In 2014 volgde een stevige verbouwing, met onder meer de renovatie van de verschillende ruimten rond de theaterzaal. De eerste directeur, Rob Wiegman – ‘zonder wie het gebouw er niet zou zijn gekomen’, volgens Wilson – had toen al afscheid genomen. Dat gebeurde tijdens het tienjarig jubileum van de ‘Bloop’. Wiegman had, hoe toevallig, 25 jaar aan het hoofd van het Oude én het Nieuwe Luxor gestaan. Tijdens de jubileumvoorstelling gaven onder anderen oudgedienden Gerard Cox, Joke Bruijs en André van Duin acte de présence. Met tal van lofzangen door, volgens Wilson, ‘emotionele’ acteurs, artiesten, politici, Rotterdammers en architecten.
Relatief kleine eyecatcher
Het Nieuwe Luxor Theater blijft een ontwerp dat staat, vindt gebouwenfan Martjan Kuit. ‘Als je over de Erasmusbrug komt, wordt je oog nog steeds getrokken naar die opvallende rode doos. Knap dat het nog steeds zo’n eyecatcher is, terwijl het een relatief klein gebouw is en er grote torens naast kwamen, zoals De Rotterdam.’
Koolhaas’ al in 1997 ontworpen drie megatorens maakten ‘poor little Luxor’ nog kleiner, erkent Wilson. ‘Misschien dat dit Rems wraak is voor het feit dat wij de Luxor-wedstrijd wonnen’, schertst hij in zijn webartikel. ‘Al was het theater wel altijd al bedoeld als een grondgebonden culturele magneet tussen grote torens. Ik blijf een voorvechter van kleinere, praktische en poëtische kansen en stedelijke ankers, in plaats van de grootse narratieven van machotorens.’
De enige kanttekening van Kuit is dat het Nieuwe Luxor niet alleen relatief, maar voor huidige begrippen ook in absolute termen tamelijk klein is. ‘Het theater heeft toch een beetje een provincieformaat. Dat neemt niet weg dat het gebouw nog jaren mee kan. Ik hoop dat het nog vijftig jaar blijft staan en dat er te zijner tijd een gemeentelijk monument van wordt gemaakt.’
Martjan Kuit
Voor kandidaten in de serie van 25-jarige beeldbepalende gebouwen benaderde PropertyNL ‘gebouwenfan’ Martjan Kuit (37). Hij stelde een lijstje Nederlandse eyecatchers op die net als het magazine exact een kwart eeuw oud zijn. Kuit is onder meer auteur van Bruut; Atlas van het Brutalisme in Nederland. Op dit moment is hij bezig met een nieuw overzichtswerk, over postmodernistische gebouwen zoals het uitzinnige Circus Zandvoort. Voorheen was Kuit als redacteur werkzaam bij bouwvakblad Cobouw en maakte hij naam met zijn jaarlijkse uitverkiezing van het lelijkste bouwwerk van Nederland. Hij begon zijn loopbaan als sportverslaggever bij huis-aan-huisblad Barneveld Vandaag. Tegenwoordig is hij communicatieadviseur bij SVn (Stimuleringsfonds Volkshuisvesting Nederlandse gemeenten).
Gepubliceerd in PropertyNL Magazine nr. 1, 30 januari 2026
