Woningcorporaties investeren recordbedragen in nieuwbouw en verduurzaming, maar kunnen dat steeds minder uit eigen middelen betalen. Daarmee komt ook hun bijdrage aan de landelijke ambitie van 100.000 nieuwe woningen per jaar onder druk te staan.
Dat concludeert EY-Parthenon in de Barometer Nederlandse Woningcorporaties 2026. De financiële positie van corporaties is volgens de onderzoekers nog altijd solide, maar de investeringen groeien aanzienlijk sneller dan de middelen die beschikbaar komen uit de exploitatie en verkoop van woningen.
De afhankelijkheid van externe financiering neemt daardoor toe. De gezamenlijke schuld van de onderzochte corporaties groeide tussen 2020 en 2025 van circa € 55 mrd naar bijna € 70 mrd.
De Barometer is gebaseerd op de jaarrekeningen over 2020–2025 van 75 woningcorporaties, die gezamenlijk circa 64% van de Nederlandse corporatiewoningen beheren.
Tegelijkertijd werd juist fors meer geïnvesteerd. De nieuwbouwinvesteringen zijn sinds 2020 meer dan verdubbeld. De uitgaven aan verduurzaming en verbetering van woningen namen in dezelfde periode met 83% toe en bereikten eveneens recordniveaus.
30.000 sociale huurwoningen
Die ontwikkeling raakt rechtstreeks aan de woningbouwdoelstellingen van het Rijk. Corporaties hebben zich in de Nationale Prestatieafspraken gecommitteerd om vanaf 2029 jaarlijks 30.000 sociale huurwoningen te bouwen. Daarmee hangt bijna een derde van de landelijke ambitie van 100.000 woningen per jaar direct samen met hun investeringscapaciteit.
Volgens EY-Parthenon ligt het probleem dan ook niet bij de bereidheid van corporaties om te bouwen, maar bij de financierbaarheid daarvan. De exploitatiekasstroom is nog positief en de financiële ratio's liggen over het algemeen boven de toezichtnormen. De vrije kasstroom komt echter steeds verder onder druk te staan door hogere investeringen, onderhouds- en personeelskosten.
‘De uitdaging ligt niet in de bereidheid om te investeren. Die bereidheid is er. De uitdaging is dat de investeringsopgave sneller groeit dan de financiële ruimte’, zegt Arjen Brinkman, Head of Real Estate NL bij EY-Parthenon. ‘De vraag is niet langer alleen hoeveel corporaties willen investeren, maar in toenemende mate of zij deze investeringen kunnen blijven financieren.’
Rente en inflatie
Dat maakt de woningbouwplannen volgens de onderzoekers gevoeliger voor externe ontwikkelingen. Hogere rentelasten, inflatie en strengere financieringsvoorwaarden kunnen de investeringscapaciteit rechtstreeks raken.
Enige verlichting moet komen van de voorgenomen afschaffing van de ATAD-renteaftrekbeperking voor woningcorporaties vanaf 2028. Die creëert volgens EY-Parthenon extra investeringsruimte, maar neemt de structureel groeiende afhankelijkheid van vreemd vermogen niet weg.
