Na 37 jaar neemt Maarten de Bruin afscheid van Stibbe. Hij draagt zijn cliënten over aan Boris Cammelbeeck, die er ook al 20 jaar werkt. Wat is het geheim achter die lange werkverbanden en welke trends voltrokken zich de afgelopen decennia?
Partner Maarten de Bruin, samen met Boris Cammelbeeck hoofd van de vastgoed transactie groep, gaat na 37 jaar Stibbe met pensioen. Hij heeft 1,5 jaar uitgetrokken om zijn cliënten over te dragen aan Cammelbeeck, die eveneens partner is bij Stibbe.
Stibbe is een bijzonder full-service Zuidas-kantoor tegenover het WTC. Op basis van het aantal advocaten komt het kantoor geregeld naar voren als top-10-speler in Nederland (Advocatuur voor ondernemingen, 2026), maar in het jaarlijks onderzoek naar het aantal vastgoedadvocaten van PropertyNL valt het net buiten de top-10. Stibbe is ook geen boutique-kantoor. Het behoort tot de kwalitatief beste kantoren van Nederland, maar wat is ‘het beste’?
In ieder geval is Stibbe een stabiele partij, die in alle 37 jaar van De Bruin nooit gedwongen ontslagen heeft gekend. Zelfs het aantal stagiaires is in de loop der jaren stabiel blijven groeien, ondanks corona en AI.
Controverse
Bij veel Zuidas-kantoren is personeel soms op zoek naar zingeving, maar bij Stibbe hebben ze daar volgens De Bruin geen last van en zijn ze trots op de inhoud van het advocatenvak. Het kantoor van De Bruin schuwde de strijd met de overheid niet over het verschoningsrecht (cliënt Box Consultant voor vermogende beleggers kreeg de Hoge Raad aan zijn zijde, toen bleek dat het OM meegeluisterd had met gesprekken met advocaten).
Soms levert die maatschappelijke interesse controverse op, zoals het door Stibbe gewonnen Didam-arrest. De meeste lezers zullen dat arrest vanwege extra rompslomp bij de aanbesteding niet positief waarderen, maar De Bruin gaat de barricaden op om het te verdedigen. Hij zegt dat Stibbe geen procesfabriek is, maar aan de andere kant: ‘Stibbe is ook geen hobby-praktijk.’
De combinatie van scherp aan de wind varende procestijgers en de rechtswetenschap was vroeger volgens de De Bruin en Cammelbeeck niet anders. Zij liepen allebei stage bij Stibbe om het vak te leren en gingen daarna nooit meer weg. In 1989 kreeg De Bruin er zijn eerste baan. Hij liep mee met twee fiscale partners van Stibbe die hoogleraar waren en werkte aan diverse casussen voor de Hoge Raad. De Bruin: ‘Die kans krijg je nooit weer.’
Advocatenpraktijk met fiscaliteit
Stibbe combineerde ook als eerste de advocatuur met een fiscale praktijk, vertelt De Bruin. Dat vergt toelichting, want Loyens & Loeff geldt toch als marktleider in het vastgoed, mede dankzij de fiscale praktijk? ‘Klopt, maar wij zijn een advocatenpraktijk met fiscaliteit. Alle fiscalisten bij Stibbe hebben een achtergrond in de advocatuur. Dat is anders dan het overnemen van een fiscale praktijk met veel niet-advocaten, zoals Loyens & Loeff. Als je vraagt wat Stibbe onderscheidt, dan zit het daar. Alle partners komen via hetzelfde poortje van de advocatuur of het notariaat. Dat betekent ook dat de cliënt één aanspreekpunt heeft, en die persoon zorgt ervoor dat alle benodigde specialisten aanschuiven. Cliënten krijgen nooit te maken met verwijzingen naar andere loketten of silo’s.’
Maar de praktijk vergt toch specialismes? Een goede vastgoedadvocaat kan niet alles weten. Neem bijvoorbeeld de kilometers stikstof-dossiers, vol met specialistische rapporten. De Bruin: ‘Zeker hebben wij dat soort specialismes wel in huis, maar alles onder de ‘guidance’ van een Stibbe-partner, die een liefhebber moet zijn van het juristenvak, een beetje een nerd. Je zou kunnen zeggen dat we holistisch naar onze cliënten kijken. We lossen niet alleen zaken voor nu op, maar kijken ook naar de toekomst. We kunnen bijvoorbeeld zeggen: nu kom je ermee weg bij de Belastingdienst, maar hoe zit het in de toekomst?’
Intellectuele discussie
De buitenwereld vermoedt vaak een strijd tussen de topkantoren en de Belastingdienst, maar in de Nederlandse praktijk gaat het meer om een intellectuele discussie, geen quick wins. Ook als private partijen tegenover elkaar staan, zien De Bruin en Cammelbeeck. Het is volgens hen een andere wereld dan bijvoorbeeld het strafrecht. ‘Daar verdedig je iemand meestal maar één keer. Wij zijn voor langere tijd partners van onze cliënten. Wij zorgen ervoor dat je goed kunt slapen. Ook moet ons advies praktisch zijn. Bij een vastgoedtransactie zijn we bijvoorbeeld gespitst op garanties, maar het is niet ‘hoe meer hoe beter’. Je vraagt je als vastgoedjurist altijd af: hoe realistisch is het dat we die garanties krijgen, en als we ze al hebben, heeft dat dan geen effect op de financierbaarheid?’
Afweging
Na drie jaar Amsterdam kreeg De Bruin de kans om zes jaar op het Stibbe-kantoor in New York te werken. Dat kantoor is echter een aantal jaren geleden gesloten. Nu ziet De Bruin dat als voordeel, want de markt in de VS is hopeloos verdeeld, mede door het optreden van president Trump. Een voorbeeld gaf A&O Shearman vorig jaar: buigen voor de eisen van Trump of overheidsopdrachten missen. Het kantoor zegde Trump $ 125 mln aan pro-bonowerk toe en haalde een streep door het diversiteits-programma. Het FD berichtte dat het kantoor in Nederland zeer ongelukkig was met die keuze. De Stibbe-partners gaan hier niet verder op in, maar duidelijk is wel dat bij het partneroverleg steeds een afweging moet worden gemaakt: willen we die cliënt nu en willen we deze cliënt nog in de toekomst? Soms kun je dat als kantoor amper sturen: zo moest Houthoff voor Russische cliënten een alternatief zoeken na de inval op de Krim.
In het vastgoed zijn er ook partijen die je liever niet als cliënt ziet, maar De Bruin zegt zich geen geval te herinneren waarbij Stibbe een solide institutionele vastgoedcliënt de deur heeft gewezen. ‘Het is andersom. Ik werk graag voor cliënten die trots zijn op een product als vastgoed. Daar wil je voor werken.’
België en Luxemburg
Een collega van De Bruin heeft een kantoor in Dubai opgezet, maar dit kantoor werd ver voor de Iran-crisis weer gesloten. Succesvol daarentegen zijn volgens De Bruin de Stibbe-kantoren op vastgoedgebied in Brussel en Luxemburg. ‘Daar heeft Nederland ook veel aan. We zien bijvoorbeeld dat België voorop loopt op het gebied van zorgvastgoed met partijen als Aedifica en Cofinimmo.’ Inmiddels zijn deze partijen verwikkeld in een overnameslag, waarbij Stibbe een adviserende rol heeft. Ook vastgoedbeleggings- en ontwikkelingsbedrijf Segro was eerder actief in België dan in Nederland. ‘Als je eenmaal zo’n cliënt goed bedient, dan heb je vaak meerdere malen werk.’
Dit is ook een van de redenen waarom Stibbe vaak in verband wordt gebracht met Europese hoteltransacties. De Bruin: ‘We hebben onder meer geadviseerd bij overname-transacties van Intercontinental (Amstel Hotel) en de Accor Group. Toen de hotelmarkt zich verder ontwikkelde, kwamen er ook partijen die helemaal geen eigenaar waren van het vastgoed, maar eigenlijk handelden in huurcontracten. Een voorbeeld van zo’n partij is de Vincent Hotelgroep.’
Nieuwe niches
De Bruin was vele jaren deelnemer aan de rondetafelgesprekken met vastgoedjuristen van PropertyNL. Elk jaar vroeg hij aandacht voor nieuwe niches in het vastgoed. Het ging nooit alleen over wonen, kantoren of winkels, maar Stibbe verdiepte zich ook in windparken op Urk, infrastructuur voor Ballast Nedam, het herfinancieren van parkeergarages (Q Park) of het ontwikkelen van datacenters. Veel van die terreinen lagen al op het bord van Cammelbeeck en zijn team, want De Bruin heeft een harde deadline gesteld: ‘Ik geloof niet in gepensioneerde partners met nog een verlaten kantoorkamer. Vanaf eind december ga ik echt iets anders doen.’
Gepubliceerd in PropertyNL Magazine nr. 8, 28 juli 2026
