Nu corporaties vanaf 1 juli 2028 ook goedkoop geld kunnen lenen voor de bouw van middenhuurwoningen is Leiden in last.
Minister van wonen Elanor Boekholt-O’Sullivan heeft vandaag een brief naar de Kamer gestuurd waarin ze aankondigt de Woningwet zodanig aan te passen dat corporaties ook voor de bouw van middenhuurwoningen voordelig geld kunnen lenen. Zij konden dat al voor sociale huurwoningen.
De minister heeft dit afgestemd met Brussel dat hiervoor de regels heeft aangepast. En dat is weer noodzakelijk omdat er behoefte is aan meer woningen in het middenhuursegment.
Het middenhuursegment betreft woningen van € 932 tot € 1228 huur. Juist daar is de krapte toegenomen doordat particuliere, verhurende beleggers woningen zijn gaan verkopen. Zij vinden het door veranderende regulering niet meer aantrekkelijk die woningen aan te houden.
Om aan de behoefte aan middenhuurwoningen te voldoen, heeft de minister met corporaties afgesproken dat zij per jaar vijfduizend woningen in het middensegment gaan ontwikkelen vanaf 2029. Dat zou alleen mogelijk zijn als de financieringsregels worden versoepeld.
De minister wil graag dat andere beleggers – private partijen in binnen- en buitenland – ook meer huurwoningen gaan bouwen. Deze beleggers, die verenigd zijn in de IVBN, vinden nu volgens het FD dat woningcorporaties doordat ze gunstiger kunnen lenen dan andere partijen ‘een structureel financieringsvoordeel voor middenhuur’ krijgen. Daarmee ontstaat er een ongelijk speelveld en hebben woningcorporaties indirect voordeel van een vorm van staatssteun. Dat is volgens IVBN-bestuurslid Annemarie Maarse in strijd met Europese regels.
