Terwijl de spanningen op het Koreaanse schiereiland weer oplopen en tegelijkertijd nieuwe diplomatieke openingen worden verkend, ligt net over de grens in Noord-Korea een van de opmerkelijkste vastgoedprojecten van Azië te verstoffen. Tien jaar na de sluiting van het Kaesong Industrial Complex wacht een industriegebied van ruim een miljard dollar nog altijd op betere tijden.
Vanaf de Dora-uitkijkpost aan Zuid-Koreaanse zijde van de Demilitarized Zone (DMZ) oogt Noord-Korea op een grijze augustusmorgen als een stilgevallen filmset. Toeristen turen door verrekijkers naar het propagandadorp Kijong-dong, waar een gigantische vlaggenmast de aandacht trekt.
Verderop, nauwelijks zichtbaar door de heiige lucht, ligt een cluster fabrieksgebouwen dat ooit symbool stond voor een historische doorbraak tussen Noord- en Zuid-Korea: het Kaesong Industrial Complex (KIC), ook bekend als de Gaeseong Industrial Complex-vrijhandelszone.
Waar vandaag vrijwel geen beweging meer valt waar te nemen, werkten tot 2016 ruim 54.000 Noord-Koreanen voor 124 Zuid-Koreaanse bedrijven die honderden landgenoten daar te werk hadden gesteld. Samen produceerden zij kleding, elektronica-onderdelen, huishoudelijke producten en auto-onderdelen voor de Zuid-Koreaanse markt.
Noord-Koreaans leiderschap
En hoewel het niet altijd van een leien dakje ging, zo moesten de Zuid-Koreanen erg wennen aan de leiderschapsstijl van hun Noorderburen, gold het project gold jarenlang als het meest tastbare bewijs dat economische samenwerking tussen de twee Korea's mogelijk was.
De oorsprong van Kaesong ligt in de periode van voorzichtige toenadering rond de eeuwwisseling. Er werd zelfs een snelweg door de DMZ aangelegd, compleet met een internationale grensovergang. Hyundai Asan en Korea Land Corporation ontwikkelden vervolgens een industriepark net ten noorden van de grens. De eerste fase besloeg circa 800 hectare; verdere uitbreidingen lagen al klaar op de tekentafel.
Maar geopolitiek bleek uiteindelijk sterker dan economie. Het complex moest al eerder tijdelijke sluitingen doorstaan. In 2013 legde Pyongyang het terrein maandenlang stil tijdens een periode van verhoogde spanningen. Uiteindelijk viel in februari 2016 definitief het doek. Seoul besloot het project stop te zetten nadat Noord-Korea opnieuw een kernproef uitvoerde en raketten lanceerde. Binnen enkele dagen moesten honderden Zuid-Koreaanse medewerkers vertrekken en kwam de productie abrupt tot stilstand.
Compensatie voor investeringen
Voor Zuid-Korea was dat een kostbare beslissing. In totaal werd naar schatting meer dan 1 miljard dollar in infrastructuur en ontwikkeling geïnvesteerd. Daar stond wel een cumulatieve productiewaarde van ruim 3,2 miljard dollar tegenover gedurende de operationele jaren. Naderhand keerde de Zuid-Koreaanse overheid honderden miljoenen euro's aan compensatie uit aan getroffen bedrijven.
Wie vandaag de DMZ bezoekt, ziet de erfenis van de tijdelijke détente nog overal terug. De officiële grensovergang staat er nog steeds maar de slagbomen zijn al tien jaar niet meer open gegaan. De snelweg richting Kaesong ligt er verlaten bij. Wat ooit bedoeld was als economische corridor tussen twee landen, is veranderd in een monument voor gemiste kansen, wachtend op betere tijden.
De toekomst oogt voorlopig echter somber. De Noord-Koreaanse leider Kim Jong-un maakte eind 2023 expliciet duidelijk dat Noord-Korea Zuid-Korea niet langer als partner voor hereniging ziet, maar als een vijandige staat. Toch laat Seoul zich daardoor niet uit het veld slaan. Integendeel: de stad maakt van haar unieke geschiedenis en geopolitieke positie juist een toeristische troef.
K-pop en DMZ
Samen met de wereldwijde aantrekkingskracht van K-pop, de voormalige keizerlijke paleizen en de levendige straatcultuur behoort de DMZ tegenwoordig tot de belangrijkste toeristische attracties van Zuid-Korea. Jaarlijks trekken honderdduizenden bezoekers naar de grenszone om met eigen ogen live de laatste episode van de Koude Oorlog te zien.
