Het voormalige Utrechtse muziekpodium Tivoli kreeg bijna een jaar geleden een nieuwe bestemming als duurzaam hotel- en horecaconcept. De herontwikkeling van het monumentale pand aan de Oudegracht werd mogelijk gemaakt met een groene financiering van Triodos Groenfonds, dat daarmee opnieuw investeert in de transformatie van bestaand vastgoed.
Het gebouw kent een geschiedenis van ruim 750 jaar. Sinds de bouw in 1275 deed het achtereenvolgens dienst als klooster, weeshuis, vakbondshuis en concertzaal. Vooral in de laatste functie verwierf Tivoli landelijke bekendheid met optredens van internationale artiesten als Prince, Nirvana en Pearl Jam. Nadat het pand enkele jaren grotendeels leegstond, is het herontwikkeld tot Union House: een combinatie van een hotel met 46 kamers, restaurant, wijnbar en openbare ontmoetingsruimten.
Maatschappelijke waarde
Triodos Groenfonds stapte uiteindelijk in als financier. Voor het fonds paste het project naadloos binnen de strategie om leegstaand vastgoed een nieuwe toekomst te geven. Volgens Triodos levert transformatie vaak meer maatschappelijke en ecologische waarde op dan nieuwbouw, doordat materiaalgebruik wordt beperkt, cultureel erfgoed behouden blijft en bestaande stedelijke locaties nieuw leven krijgen.
Senior relatiemanager Rianne Koster van Triodos wijst op de combinatie van factoren die het project aantrekkelijk maakten. Naast de herbestemming van een monumentaal pand speelde de forse verduurzamingsslag een belangrijke rol. Ook bleef een maatschappelijke functie behouden doordat twee bestaande kinderopvanglocaties onderdeel blijven van het complex.
Energiesprong
De duurzaamheidsambities zijn zichtbaar in de technische uitwerking. Het gebouw maakte een sprong van een verondersteld energielabel G naar label A. Daarvoor werden onder meer de daken geïsoleerd, waar mogelijk gevelisolatie aangebracht, voorzetbeglazing geplaatst en meer dan honderd zonnepanelen geïnstalleerd. Daarnaast zijn delen van het complex, waaronder de historische kloostergang, als buitenruimte ingericht, waardoor de energievraag verder afneemt.
