Op 4 juni heeft het Hof van Justitie van de Europese Unie uitspraak gedaan in de zaak Nova Iberomoldes (C-837/24, ECLI:EU:C:2026:445), die volgens Deloitte op nationaal vlak mogelijk grote gevolgen heeft voor de heffing van overdrachtsbelasting bij herstructureringen.
Nova Iberomoldes is een Portugese naamloze vennootschap waarvan de enig aandeelhouder het kapitaal volstortte door inbreng in natura van meerdere deelnemingen. Eén van die ingebrachte deelnemingen bezat twee onroerende zaken in Portugal. De Portugese Belastingdienst stelde dat overdrachtsbelasting verschuldigd was, omdat volgens Portugese regels een verkrijging van ten minste 75% van de aandelen in een vennootschap met onroerend goed gelijkstaat aan een directe verkrijging van onroerend goed.
Vrijgesteld
Het Hof van Justitie EU kwalificeert de situatie als een herstructurering in de zin van artikel 4, lid 1, onder b, van de kapitaalrichtlijn (richtlijn 2008/7). Nova Iberomoldes heeft bij haar oprichting immers diverse deelnemingen verkregen tegen uitgifte van eigen aandelen, waarbij zij een meerderheid van de stemrechten in deze deelnemingen verkreeg. Zulke herstructureringen moeten volgens de richtlijn in principe vrijgesteld zijn van indirecte belastingen. De Portugese overdrachtsbelasting is volgens het Hof een indirecte belasting, omdat zij wordt geheven bij de overdracht (of inbreng) van aandelen in een vennootschap die onroerend goed bezit.
Argumenten van de Portugese regering om de heffing toch toe te staan, onder meer met het oog op het bestrijden van fraude en belastingontwijking, worden door het Hof van Justitie EU verworpen. Ook het argument van de Portugese regering dat de belasting wordt gerechtvaardigd door de doelstelling van het voorkomen van belastingfraude en belastingontwijking wordt aan de kant geschoven. Lidstaten mogen niet volstaan met een algemeen vermoeden van misbruik: de regeling mag niet algemeen van toepassing zijn ongeacht concrete aanwijzingen voor fraude of misbruik.
Impact
De onderhavige uitspraak kan grote gevolgen hebben voor lidstaten met soortgelijke nationale regels, waaronder Nederland. Nederland heft overdrachtsbelasting bij kwalificerende verkrijgingen van aandelen in vastgoedvennootschappen en verbindt vrijstellingen (bijvoorbeeld voor fusies en splitsingen) aan strikte voorwaarden. Die nationale aanpak lijkt verder te reiken dan wat op grond van EU-recht is toegestaan.
