Minister van Volkshuisvesting Elanor Boekholt- O'Sullivan wil de vastgoedmarkt helpen om het bouwen van studentenwoningen met gedeelde voorzieningen rendabeler te maken.
Kamerlid Steen (CDA) had de minister vragen gesteld over de ontwikkeling dat de bouw van studentenhuisvesting in toenemende mate bestaat uit zelfstandige studio's, terwijl de vraag van studenten juist vaak uitgaat naar onzelfstandige woonruimten met gedeelde voorzieningen.
Woonlasten bepalend bij wens
In het coalitieakkoord is opgenomen dat er gestreefd wordt naar meer gedeelde woonvormen voor jongeren en studenten, gestimuleerd door objectsubsidies, antwoordt Boekholt. Maar de vraag varieert wel, geeft ze aan, en de woonlasten spelen een grote rol. Uit onderzoek onder studenten blijkt dat bijna 30% van de uitwonende studenten een voorkeur heeft voor onzelfstandige woonruimte, terwijl meer dan 60% van hen op die manier woont. Bij jonge studenten die nog thuis wonen en een verhuiswens hebben, heeft zo'n 50% een voorkeur voor onzelfstandige woonruimte met gedeelde voorzieningen. 'Hun voorkeur wordt voor een groot deel bepaald door de hoogte van de woonlasten en in mindere mate door het type woonruimte.'
Als woonlasten geen rol spelen, heeft bijna 70% van de thuiswonende studenten een voorkeur voor een kamer met gedeelde voorzieningen.
In 2024 werden ruim 5.000 studentenwoningen opgeleverd; driekwart daarvan betrof zelfstandige wooneenheden. In de afspraken om tot 2030 60.000 extra studentenwoningen te realiseren, is geen afspraak gemaakt over de verhouding. Volgens de minister heeft de uitpondingsgolf in 2024 gezorgd voor het verdwijnen van 9.000 wooneenheden voor studenten.
Studio's rendabeler en flexibeler
Boekholt geeft aan dat ontwikkelaars en investeerders studio's rendabeler vinden dan onzelfstandige studentenhuisvesting. 'Voorheen was dit zo omdat op basis van het puntenstelsel voor onzelfstandige eenheden structureel een lagere huurprijs gevraagd kon worden voor een studentenkamer dan voor een studio van eenzelfde kwaliteit. Sinds de invoering van de Wet betaalbare huur is dit verschil voor het grootste deel verdwenen en kan in sommige gevallen zelfs meer gevraagd worden voor een kamer dan voor een studio van vergelijkbare kwaliteit.'
Verhuurders kiezen vaak voor studio's omdat de verhouding nettohuur versus woonkwaliteit voor de huurder gunstiger is. 'Daarnaast zijn studio's volgens ontwikkelaars en investeerders beter voor een alternatieve doelgroep aan te wenden dan onzelfstandige eenheden.'
Boekholt gaat voor de zomer nog uitzoeken hoe en onder welke voorwaarden woningen vergunningsvrij gesplitst zouden kunnen worden, ook voor verkamering/woningdelen. 'Ontwikkelaars en investeerders zullen, afgezien van grote transformatieprojecten, vaker nieuwe projecten realiseren via nieuwbouw. Het gemeentelijke grondbeleid kan invloed hebben op de nieuwbouw als er specifieke regels worden opgenomen die de nieuwbouw van onzelfstandige woonruimte bemoeilijkt of onmogelijk maakt, zoals bijvoorbeeld de minimum woonoppervlakte per woning.'
De minister gaat naar aanleiding van een motie van de Kamer ook het Landelijk Actieplan Studentenhuisvesting actualiseren, samen met de partners in het Landelijk Platform Studentenhuisvesting.
Maatschappelijk effect meewegen
Mogelijk worden dan ook maatschappelijke baten, zoals de mentale gezondheid, meegewogen in maatregelen om de businesscases voor gedeelde woningen te verbeteren, zo kondigt ze aan. 'Als deze ruimtes leiden tot de beoogde extra maatschappelijke impact is het zaak daarvoor ook de bekostiging te organiseren, ook langjarig, en ook in de begeleiding.' Er wordt gekeken naar (vermeden) zorg- en opvangkosten, bouwkosten, rendement op de verhuur, ruimtegebruik, huurtoeslag en woningbouwsubsidies.
