Rijksbouwmeester: beter woningen splitsen dan nieuwbouw

De 30 grote nieuwbouwlocaties van kabinet-Jetten gaan te weinig opleveren om de woningnood in te dammen, vindt rijksbouwmeester Francesco Veenstra. Hij ziet meer in woningsplitsing.

 

Veenstra is voorzitter van het College van Rijksadviseurs en adviseert de overheid gevraagd en ongevraagd over de architectuur en de stedelijke omgeving van het rijksvastgoed. Wat hem betreft valt er veel te winnen met het ombouwen van rijtjeshuizen tot meerdere zelfstandige woningen. 

Woningsplitsing is een besluit van gemeenten, maar daarbij is volgens de rijksbouwmeester ook sturing van het kabinet nodig door wet- en regelgeving aan te passen. Op grote schaal nieuwbouwwoningen neerzetten op daarvoor aangewezen locaties heeft pas op de lange termijn effect en helpt mensen niet die nu een woonplek zoeken, aldus Veenstra tegenover de NOS.

Kiloknallerarchitectuur als schrikbeeld

Hij vindt nieuwe steden bouwen minder logische dan bijbouwen in of naast al bestaande woonkernen 'om de reden dat we daar alle infrastructuur al hebben, zoals scholen, winkels, wegen en openbaar vervoer'. Veenstra is verder bang voor 'kiloknallerarchitectuur' als de regering alleen inzet op kwantitatief bouwen. De vraag is dan of mensen daar over twintig jaar nog willen wonen. 'We hebben een rijke architectuur in Nederland. Laten we die inzetten om leefbare buurten te maken. Als te veel mensen in één gebouw samenleven, werk je niet aan een weerbare samenleving.'

VVD-plan

Het plan van de 30 nieuwbouwlocaties komt uit de koker van de VVD. Premier Jettens partij D66 zette tijdens de verkiezingscampagne in op tien nieuwe steden; die variant kon toen al rekenenen op kritiek van onder anderen woningbouwhoogleraar Peter Boelhouwer. Hij legde vorige zomer samen met andere professoren een plan voor gericht op het versnellen van woningbouw en (ook) extra aandacht voor buiten in en rondom bestaande steden.