Bij gelijkwaardige woningen is nieuwbouw in 2026 ruim € 40.000 duurder, zo berekende NVM-dochter Brainbay. 'Dubbele woonlasten tijdens de bouw komen daar nog bovenop.'
Desondanks liggen de mediane verkoopprijzen van nieuwbouw en bestaande woningen niet ver uit elkaar: die is € 504.000 voor nieuwbouw en € 1.000 lager voor bestaande woningen. Brainbay bekeek de data van circa 240.000 nieuwbouwwoningen die sinds 2016 in aanbod zijn gekomen en vergeleek de nieuwbouwvraagprijzen met de geschatte waarde van bestaande woningen met dezelfde kenmerken, op dezelfde locatie en hetzelfde moment. 'Inclusief geraamde afwerkings- en aankoopkosten bedraagt de mediane nieuwbouwpremie in 2026 ruim 8%.'
Meer appartementen en oplopende bouwkosten
Dat verschil is er niet altijd geweest, want in 2016 was nieuwbouw juist nog iets goedkoper dan vergelijkbare bestaande bouw. 'De stijging van de nieuwbouwpremie hangt samen met het grotere aandeel appartementen, die al langer een hogere premie kennen, en oplopende nieuwbouwkosten.' In 2016 was nog 21% van alle nieuwbouwwoningen een appartement, inmiddels is dat 54%. Verder weegt bij nieuwbouw de kostprijs zwaar mee in de vraagprijs en juist die kosten lopen verder op. 'De analyse legt daarmee een kostenverschil bloot dat achter de vrijwel gelijke verkoopprijzen schuilgaat. Dat is relevant nu de nieuwbouwverkoop moeizamer verloopt en bestaande woningen meer concurrentie bieden. Een verder oplopend prijsverschil kan de concurrentiepositie van nieuwbouw verzwakken.'
