Het pleidooi van marktpartijen om de verkoop van huurwoningen met maatregelen een halt toe te roepen, lijkt gehoor te vinden bij volkshuisvestingsminister Mona Keijzer.
Keijzer noemt het toenemende afstoten van huurwoningen door investeerders "zorgelijk" en wil maatregelen gaan nemen, al zegt ze nog niet welke. "In tijden van woningnood moet het aanbod van betaalbare huurwoningen groeien", aldus de BBB-bewindsvrouw. "Door de verkopen is de totale voorraad private huurwoningen nu licht gedaald." Vorig jaar werden meer dan 50.000 huurwoningen verkocht, tegen nog 30.000 in 2023. Keijzer op broedt denkt de Tweede Kamer eind volgende maand meer te kunnen vertellen over haar plannen die met name particuliere verhuurders meer flexibiliteit moeten bieden. "Betaalbaar verhuren moet rendabel zijn."
Kamer wil snelheid
Keijzers partijgenoten Henk Vermeer en Marieke Wijen-Nass vinden een maand wachttijd wat te lang: "Minder aanbod betekent hogere huurprijzen en langere wachtlijsten, waardoor de woningcrisis alleen maar verder escaleert." Niet alleen huurders, maar ook verhuurders verdienen meer bescherming, vinden zij. Collega-Kamerlid Peter de Groot (VVD) heeft het over "desastreuze cijfers". Hij ziet vooral in de huurwet van De Jonge de boosdoener. "Ik verwacht actie van de minister."
NSC bekijkt het van een andere kant: "Dat middenhuurders nu betaalbaar kunnen kopen is geweldig nieuws", aldus Kamerlid Merlien Welzijn, die desondanks ook pleit voor fiscale versoepeling: "Goede verhuurders moeten een nette boterham kunnen verdienen en huren moeten betaalbaar zijn."
IVBN: consistent langjarig beleid
IVBN, de club van professionele vastgoedbeleggers, schaart zich achter het voornemen van Keijzer om de uitpond-trend te keren. "Huurwoningen voor mensen met een middeninkomen zijn immers cruciaal voor de woningmarkt, omdat dit segment de doorstroming vanuit sociale huur stimuleert en een oplossing biedt voor starters en mensen die de flexibiliteit van huren in hun leven willen of nodig hebben."
De IVBN pleit voor "een?consistent en stimulerend langjarig investeringsbeleid", noodzakelijk om het vertrouwen van binnen- en buitenlandse institutionele investeerders te herstellen. En dat kan met name met lagere overdrachtsbelasting en een gunstiger fiscaal regime voor vastgoedinvesteringen en een concurrerende renteaftrekbeperking.