Kadaster: In 2de halfjaar 2025 bijna € 100 mrd aan hypotheken verstrekt

Er werden in het 2de halfjaar van 2025 ruim 241.000 nieuwe hypotheken afgesloten, 14% meer dan een jaar eerder en voor een bedrag van € 95,2 mrd, het hoogste niveau sinds de metingen in 2019 begonnen.

Het aantal nieuwe hypotheken voor de aankoop van een woning was bijna 205.000. Dit aantal lag voor het eerst boven de 200.000 in een halfjaar. De loan-to-value, het deel van de koopsom dat met een hypotheeklening wordt betaald, daalde licht naar 87,4%. In de vier grootste steden steeg deze juist, doordat koopstarters daar relatief meer lenen bij de aankoop van een woning.

Vooral grootbanken en hun dochterondernemingen verstrekten meer leningen. Hun gezamenlijke marktaandeel steeg van 45,8% in het 1ste halfjaar van 2023 naar 63,0% in het 2de halfjaar van 2025.

De 241.000 hypotheken die in het 2de halfjaar van 2025 werden afgesloten, vormen een aantal dat ruim 16% hoger is dan in het 1ste halfjaar van 2025. Het aantal nieuw afgesloten hypotheken in het 2de halfjaar van 2025 was bijna net zo hoog als in de recordperiode van het 2de halfjaar van 2020 tot en met het 1ste halfjaar van 2022. Toen waren er gemiddeld 256.000 nieuwe hypotheken per halfjaar. Dit kwam toen doordat er veel oversluitingen waren vanwege de lage hypotheekrente.

Lenen voor aankoop

De totale hypotheeksom van € 95,2 mrd is 19,9% hoger dan een jaar geleden. In vergelijking met het 1ste halfjaar van 2025 was de hypotheeksom 21,3% hoger. Van dit bedrag ging € 83,8 mrd naar hypotheken voor de aankoop van een woning. Dat is 18,2% meer dan een jaar eerder. Voor over- en bijsluitingen was de totale hypotheeksom € 11,3 mrd. Dat is een stijging van 33,9% ten opzichte van een jaar eerder.

De gemiddelde hypotheeksom voor de aankoop van een woning was € 513.000, bijna 8% hoger dan een jaar eerder. En 4,5% hoger dan in het 1ste halfjaar van 2025. Hiermee kwam de gemiddelde hypotheeksom voor het eerst boven de € 500.000 uit. Voor over- en bijsluitingen was de gemiddelde hypotheeksom ruim € 312.000. Dat was bijna 5% hoger dan een jaar eerder en ruim 10% hoger dan in het 1ste halfjaar van 2025.

Meer lenen

De loan-to-value (LTV) geeft aan welk deel van de koopsom met een hypotheeklening wordt betaald. De gemiddelde LTV in het 2de halfjaar van 2025 was 87,4%. Een jaar eerder was dit 87,0%. Een halfjaar geleden was het nog 87,9%. In het 2de halfjaar van 2022 was de gemiddelde LTV met 85,5% op het laagste punt. Daarna nam de LTV weer toe. Dat kwam eerst door de dalende woningprijzen eind 2022. En later doordat koopstarters en jongere kopers vaker een woning kochten. Zij lenen gemiddeld meer om een woning te betalen. De toename van de gemiddelde LTV werd versterkt door de geleidelijke afschaffing van de zogeheten ‘jubelton’. Hierdoor konden ouders geen belastingvrije schenking meer doen voor het kopen van een huis.

Tot 2023 was de gemiddelde LTV in de vier grootste steden lager dan daarbuiten. In de jaren daarna steeg de LTV in deze steden. Dat kwam doordat koopstarters veel woningen kochten van investeerders. De gemiddelde LTV in de G4 steeg van 84,7% in het 2de halfjaar van 2022 naar 87,7% in het 2de halfjaar van 2025. Dat is hoger dan buiten de stad, waar de LTV 86,1% was. Binnen de G4 zijn er verschillen. In Rotterdam was de LTV met 90,5% het hoogst. In Amsterdam het laagst, met 85,7%. Bij energiezuinige woningen ligt de LTV lager. Voor woningen met energielabel A of hoger was de gemiddelde LTV 85,1%. Voor woningen met energielabel D of slechter was dit 89,5%. Bij deze woningen lenen kopers vaak extra voor verduurzaming.

Marktaandeel grootbanken steeg

Er zijn verschillende partijen die hypotheken verstrekken, zoals banken en verzekeringsmaatschappijen. In de analyse worden de grootbanken ABN, ASN, ING en Rabobank onderscheiden. De grootbanken hadden in het 2de halfjaar van 2025 een marktaandeel van 44,1% bij nieuw afgesloten hypotheken voor de aankoop van een woning. Dat is het hoogste aandeel sinds 2019.

Ook het marktaandeel van de dochterondernemingen van grootbanken nam de laatste jaren toe. In het 2de halfjaar van 2025 hadden zij een marktaandeel van 18,9%. Het gecombineerde marktaandeel van de grootbanken en hun dochterondernemingen steeg van 45,8% in het 1ste halfjaar van 2023 naar 63,0% in het 2de halfjaar van 2025.

Vooral starters sloten hun hypotheek af bij grootbanken en hun dochterondernemingen. Hun gezamenlijke marktaandeel was 66,3% onder starters en 61,6% onder doorstromers. In de vier grootste steden lag het marktaandeel van grootbanken hoger dan daarbuiten. In het 2de halfjaar van 2025 was dit 52,7% in de G4, tegenover 41,9% buiten de stedelijke gebieden.

Grootbanken financierden vaak energiezuinige woningen. Hun marktaandeel bij hypotheken voor woningen met energielabel A of hoger was 48,6%. Bij woningen met energielabel D of slechter was dit 40,1%.