Intern salderen niet meer in voortoets bestemmingsplan

Intern salderen mag niet meer worden betrokken in de voortoets, zo oordeelt de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.

In aansluiting op de zogenoemde 18 december-uitspraak over intern salderen oordeelt de Raad van State dat die rechtspraak ook van toepassing is op bestemmingsplannen. In de kern komt het erop neer dat intern salderen niet meer mag worden betrokken in de zogenoemde voortoets, dus bij de vraag of significante gevolgen van een bepaalde ruimtelijke ontwikkeling op voorhand kunnen worden uitgesloten.

Kunnen zulke gevolgen niet uitgesloten worden, dan moet een passende beoordeling worden gemaakt voor het bestemmingsplan. Intern salderen mag wel in de passende beoordeling, mits aan de voorwaarden wordt voldaan. Dit nieuwe beoordelingskader geldt per direct voor alle lopende procedures over bestemmingsplannen.

Pasgeld-West Rijswijk

Het oordeel komt voort uit een uitspraak van woensdag over het bestemmingsplan ‘Pasgeld-West’ van de gemeente Rijswijk. Dat plan maakt onder meer de bouw van 1.000 woningen mogelijk. De gemeente heeft tijdens de procedure succesvol gemotiveerd dat het plan voldoet aan het nieuwe beoordelingskader voor intern salderen bij bestemmingsplannen. Omdat ook alle andere bezwaren ongegrond zijn verklaard, is er nu groen licht voor dit woningbouwproject.

Als een bestemmingsplan een ruimtelijke ontwikkeling mogelijk maakt, eist het natuurbeschermingsrecht dat in een voortoets eerst wordt onderzocht of die ontwikkeling significante gevolgen kan hebben voor Natura 2000-gebieden. Een ruimtelijke ontwikkeling kan bijvoorbeeld woningbouw zijn, maar ook uitbreiding van andere al bestaande bouw- of gebruiksmogelijkheden in een gebied.

Op 18 december 2024 oordeelde de Afdeling bestuursrechtspraak al dat in de voortoets alleen mag worden gekeken naar de gevolgen van een project op zichzelf, zónder rekening te houden met wat er in de oude situatie toegestaan was (intern salderen). Dat geldt vanaf nu ook voor een bestemmingsplan dat een ruimtelijke ontwikkeling mogelijk maakt.

Passende beoordeling

Intern salderen mag wel in de stap die daarna komt: de passende beoordeling. Daarvoor is inzicht nodig in de gevolgen van wat feitelijk legaal aanwezig was op grond van het vorige bestemmingsplan. Dat wordt de referentiesituatie genoemd. De gevolgen in de referentiesituatie mogen dan worden weggestreept tegen de gevolgen van de nieuwe ruimtelijke ontwikkeling. In lijn met de uitspraak van 18 december 2024 wordt ook in deze uitspraak geoordeeld dat intern salderen alleen mogelijk is als de verwachte voordelen vaststaan, de wijziging of beëindiging van de stikstofveroorzakende activiteit is verzekerd en voldaan wordt aan het additionaliteitsvereiste.

Vergewisplicht

Het additionaliteitsvereiste eist dat de gemeenteraad motiveert dat het salderen met de bestaande situatie (de referentiesituatie) niet nodig is om natuur te behouden, te herstellen of verslechtering te voorkomen. De gemeenteraad heeft echter geen bevoegdheid over, en dus ook geen invloed op, de keuze welke maatregelen noodzakelijk zijn voor beschermde natuurgebieden. Die bevoegdheden liggen bij andere overheden. Dit betekent dat de gemeenteraad aan zijn motiveringsplicht kan voldoen door zich ervan te vergewissen dat in openbaar raadpleegbare gegevens geen aanwijzingen staan dat die andere overheden de inzet van de referentiesituatie nodig vinden voor beschermde natuurgebieden.