Waardestijging wordt minder bepalend voor het rendement op de Nederlandse woningbeleggingsmarkt, concludeert Cushman & Wakefield in de Nederlandse verdieping van haar Europese Living-onderzoek op basis van de MSCI Europe Annual Property Index.
Beleggers in huurwoningen realiseerden een totaalrendement van 11% in 2024 en 10,1% in 2025. Wel verandert de bron van het rendement. Huurinkomsten, kosten-efficiëntie en vastgoedkwaliteit worden steeds belangrijker. Tussen 2016 en 2021 kwam circa een kwart van het gemiddelde jaarlijkse totaalrendement uit inkomen. Sinds 2022 is die verhouding totaal anders; bijna driekwart van het gemiddelde totaalrendement komt uit inkomen.
Voor woningbeleggers verschuift de aandacht van aanvangsrendement en markthuurgroei naar de kwaliteit van het netto-inkomen. ‘Nu rendement steeds sterker uit huurinkomsten moet komen, bepaalt de kwaliteit van het vastgoed hoeveel daarvan daadwerkelijk overblijft. Nieuwbouw biedt door lagere exploitatiekosten en betere energieprestaties een sterke basis voor langjarige exploitatie. Bij oudere voorraad beperken regulering en hogere investeringen de ruimte om huurgroei om te zetten in netto-inkomen. Daardoor kan individuele verkoop een rationelere route zijn naar waardecreatie’, aldus Roel Timmermans, head of living capital markets bij Cushman & Wakefield Nederland.
Het Nederlandse onderzoek is gebaseerd op 1.260 woningcomplexen met ene gezamenlijke waarde van € 29,3 mrd.
