Column Johan Conijn: Klimaatadaptatie is geen keuze voor woningcorporaties

Als financiële spil van de sector kan het WSW woningcorporaties ertoe aanzetten om klimaatadaptatie serieus te nemen.

Woningcorporaties zijn actief als het gaat om verduurzaming, maar laten zich te weinig zien ten aanzien van het verminderen van de risico’s van de klimaatverandering. Dat is een fundamentele misser. Want terwijl energielabels verbeteren, worden woningen en wijken steeds kwetsbaarder voor hitte, wateroverlast en funderingsschade. Onderzoek van de Dutch Green Building Council laat zien dat corporatiewoningen meer dan andere woningen klimaatrisico’s lopen. De realiteit is simpel: zonder adaptief beleid wordt een groeiend deel van de sociale woningvoorraad minder leefbaar, minder waard en uiteindelijk onverhuurbaar.

Neem hittestress. Volgens het KNMI is het aantal tropische dagen in Nederland al sterk toegenomen en zal dit de komende jaren verder stijgen. In versteende wijken kan de gevoelstemperatuur fors hoger liggen. Juist daar bevinden zich veel sociale huurwoningen. Bewoners kampen met structurele slaapproblemen en gezondheidsklachten, terwijl de respons van woningcorporaties vaak beperkt blijft tot kleinschalige experimenten. Dat is niet alleen traag, maar woningcorporaties laten daarmee de huurders in de steek. Het risico op wateroverlast is minstens zo’n groot probleem De overstromingen in 2021 in Limburg maakten duidelijk hoe kwetsbaar de gebouwde omgeving is. Maar ook zonder rampen neemt de schade toe: riolen raken bij extreme buien overbelast, woningen lopen onder en herstelkosten stapelen zich op. Woningcorporaties kunnen zich niet verschuilen achter gemeenten. Wie vastgoed bezit, draagt verantwoordelijkheid voor de verhuurbaarheid daarvan. En dan de funderingen. Volgens het Kennis Centrum Aanpak Funderingsproblematiek lopen 500.000 woningen risico op funderingsschade, met potentiële kosten tot € 50 mrd. Droogte versnelt het proces, terwijl de aanpak vaak pas begint als de schade zichtbaar is. Dat is financieel kortzichtig en maatschappelijk onverantwoord.

Juist daarom is het onbegrijpelijk dat klimaatadaptatie geen deel uitmaakt van de Nationale prestatieafspraken (NPA). Klimaatadaptatie wordt niet gezien als een noodzakelijke instandhoudingsopgave. Dat suggereert dat adaptieve ingrepen optioneel zijn, iets extra’s bovenop ‘het echte werk’. Maar dat is een misvatting. Wat is instandhouding waard als een woning door hitte onleefbaar wordt, door wateroverlast wordt beschadigd of door funderingsproblemen getroffen wordt? Instandhouding zonder klimaatadaptatie is geen instandhouding te noemen. De sector rekent zich rijk met modellen die de werkelijkheid onvoldoende weerspiegelen.

Door klimaatadaptatie buiten de kern van onderhoud en beheer te plaatsen, wordt het structureel te laag geprioriteerd. Dat leidt tot het gedrag dat we nu zien: reactief handelen, versnipperde projecten en uitstel van investeringen. In feite versterken de NPA de blinde vlek voor klimaatadaptatie. De oplossingen zijn er al lang. Vergroening van wijken verlaagt temperaturen en vergroot wateropvang. Het ontstenen van binnenterreinen en het aanleggen van wadi’s beperkt schade bij piekbuien. Slimme renovaties met zonwering, ventilatie en hittebestendige materialen verbeteren het binnenklimaat. En funderingsproblemen vragen om monitoring en vroegtijdig ingrijpen. Dit zijn geen luxe ingrepen, maar basisvoorwaarden voor toekomstbestendig bezit.

Hier ligt ook een duidelijke rol voor het Waarborgfonds Sociale Woningbouw. Als financiële spil van de sector kan het WSW woningcorporaties ertoe aanzetten om klimaatadaptatie serieus te nemen. Door klimaatrisico’s expliciet mee te nemen in borgingscriteria, kan het fonds een krachtige prikkel geven. Strengere eisen voor achterblijvers zullen klimaatadaptatie direct op de bestuursagenda zetten. Blijft die prikkel uit, dan volgen de consequenties vanzelf. Onderhoudskosten stijgen vanwege schadeherstel. Woningen verliezen kwaliteit en waarde. Kwetsbare huurders worden onevenredig hard geraakt, met meer gezondheidsproblemen en hogere woonlasten. En uiteindelijk komt ook de financiële stabiliteit van de corporatiesector onder druk te staan, precies wat het WSW dient te voorkomen.

De realiteit is dat de sector zichzelf tekortdoet. Zolang klimaatadaptatie niet wordt gezien als kernonderdeel van instandhouding, blijven woningcorporaties achter de feiten aanlopen. Het is tijd om het roer om te gooien. Niet omdat het moet, maar omdat niets doen aantoonbaar duurder en schadelijker is. Klimaatadaptatie hoort niet in de marge van beleid. Het hoort in het hart ervan.

Johan Conijn is directeur bij Finance Ideas en emeritus-hoogleraar woningmarkt van de Universiteit van Amsterdam
Gepubliceerd in PropertyNL Magazine nr. 4, 23 april 2026